Nieuws/Binnenland
31056
Binnenland

Nederlandse hulpverlener verlangt terug naar vroegere droomstad

Van hemel naar hel

— Tammo van Gastel (41) ging vrijwillig naar wat afgelopen jaar een van de meest vreselijke plekken ter wereld was: Aleppo. Hij werkte in Syrië voor het Rode Kruis. Geen nacht ging voorbij zonder ontploffingen die de ramen van zijn slaapkamer lieten rammelen in hun sponningen. Toch zou de Nederlander graag teruggaan.

Tammo van Gastel

Tammo van Gastel

Tammo van Gastel (41) ging vrijwillig naar wat afgelopen jaar een van de meest vreselijke plekken ter wereld was: Aleppo. Hij werkte in Syrië voor het Rode Kruis. Geen nacht ging voorbij zonder ontploffingen die de ramen van zijn slaapkamer lieten rammelen in hun sponningen. Toch zou de Nederlander graag teruggaan.

Tammo van Gastel

Tammo van Gastel

Het leven van Van Gastel was al lang voor deze klus nauw verbonden met Aleppo. Hij woonde er vijf jaar lang toen zijn vader in Syrië werkte. Voor een jochie was Aleppo een heerlijke plek door het klimaat, mooie natuur en goede school. De Nederlander kwam verschillende keren met plezier terug. Mede daarom waagde hij de stap om zonder hulpverlenerservaring een project in Aleppo op zich te nemen. Opvallend genoeg vond hij de stad na jaren oorlog nog steeds een prettige plek.

„Er waren gewoon restaurants en leuke kroegjes open. Je kon er prima op een terras zitten”, vertelt de nuchtere Nederlander. „Zolang je maar niet gek op keek van een pick-up vol strijders die schietend voorbij kwam. Nee, dat zie je niet op de Grote Markt in Haarlem. Na jaren oorlog keek niemand er meer van op. Het wende snel. Je dronk op je balkon een biertje terwijl de mortiergranaten over kwamen. ’Heb je er weer eentje’, was het enige dat we tegen elkaar zeiden.”

„Dat klinkt misschien nuchter, maar natuurlijk raakt de oorlog je. Ik werd elke nacht wakker van de bombardementen, geweervuur en artilleriebeschietingen. De ramen van mijn slaapkamer trilden ervan. Op een gegeven moment was ik er zo klaar mee, dat ik midden in de nacht uit mijn raam schreeuwde dat ze moesten kappen. Niet dat het veel zin had… Het abnormale is in Aleppo normaal geworden. En de situatie viel nog niet te vergelijken met die van afgelopen weken.”

Tammo van Gastel deed als buitenlandse hulpverlener niet het meest zichtbare werk. De zorg voor gewonden is een taak die is voorbehouden aan de lokale medewerkers van het Rode Kruis, de Rode Halve Maan. Van Gastel, van huis uit techneut, was verantwoordelijk voor het draaiende houden van het waterleidingnetwerk van Aleppo. Een ingewikkelde en essentiële taak.

Het hoofdpompstation stond in rebellengebied. Daarna liep de waterleiding afwisselend door delen van Aleppo die in handen waren van de regering en de rebellengroeperingen. Dat maakte opereren voor de Rode Kruis-medewerkers ingewikkeld. Toch lukte het ze zelfs tijdens de zwaarste gevechten en bombardementen schoon water uit de kraan te blijven laten komen. Met dank aan de onverstoorbaarheid die Syriërs na jaren oorlog over zich hebben gekregen. Iets waar Van Gastel in eerste instantie van opkeek.

„Toen ik er net was, klonk er een keer een enorme explosie. Alles trilde. Ik liep meteen naar mijn collega’s liep om te vragen wat er aan de hand was. Ze keken niet eens op van hun laptop. ’Dit is Aleppo’, bromde er eentje tegen me. Er bleek een tunnelbom te zijn afgegaan. Die lui zijn zo rustig. Ze kunnen echt overal tegen. Ik spreek mijn oud-collega’s via WhatsApp nog regelmatig en het gaat wel met ze. Hun rust werkte aanstekelijk. Je gaat zelf dingen ook heel nuchter nemen. Ik heb me geen seconde echt zorgen gemaakt over mijn veiligheid. Een keer landde een mortiergranaat een meter of vijftien van de auto. Dan schrik je wel even…”

In de loop van dit jaar verliet de Temmo Aleppo. Niet vanwege de verslechterde veiligheidssituatie, maar omdat zijn contract afliep. Na anderhalf jaar was hij te moe om te blijven. Bovendien had Aleppo een onverwachte bonus. Hij ontmoette er de liefde van zijn leven: Samah Nasr. Ze trouwden in het Syrische Damascus. Omdat het Rode Kruis niet beiden wilde inhuren, besloten ze een klus in Somaliland aan te nemen. Vanuit hier zag en hoorde Van Gastel de dramatische laatste bedrijven van het drama Aleppo. Het raakt hem en tegelijkertijd heeft hij hoop voor de toekomst.

„Ik ben als hulpverlener politiek neutraal. Dus ik kies geen kant”, legt Van Gastel uit. „Maar als je het pragmatisch bekijkt, is het goed dat Oost-Aleppo nu ook onder regeringsverantwoordelijkheid staat. In regeringsgebieden kon ik gaan en staan waar ik wilde, terwijl ik rebellengebied niet in kwam. Het regime Assad is niet ideaal, maar voor nu lijkt het de beste kans op rust in Syrië te bieden. Hopelijk wordt Aleppo weer de heerlijke stad die ik ken. Ik zou graag weer terug willen.”