Nieuws/Binnenland
3241162
Binnenland

Master nanoscience krijgt dikke tien

Amsterdam - De best beoordeelde masteropleiding in Nederland is nanoscience in Groningen. Deze topopleiding scoorde 100 van de mogelijk 100 te behalen punten die studenten en experts uitdeelden. De master educatie&communicatie bij mens- en maatschappijwetenschappen van de UvA wordt het slechtst beoordeeld met 24 punten.

Dat blijkt uit de Keuzegids Masters 2019 die vandaag verschijnt. Dit is een onafhankelijke vergelijkingsgids voor studiekeuze, waarbij ruim 1200 masters zijn bekeken. Masters zijn opleidingen die je kunt volgen na het afronden van een bacheloropleiding, de eerste stap in hoger onderwijs. De kwaliteitsvergelijkingen in de gids zijn gebaseerd op de nationale studentenenquête en de keuringen van de Nederlands Vlaamse Accreditatie Organisatie. Hierbij wordt onder andere gekeken naar faciliteiten, het oordeel van studenten over docenten en baankansen.

Bij geen enkele master staat een grote pot met goud te wachten na de studie, vertelt hoofdredacteur Bas Belleman van de gids. „Maar nog altijd zijn de grootverdieners de studenten die medische masters hebben gevolgd. Tandartsen en artsen beginnen na de studie met een startsalaris van 3550 euro bruto, gevolgd door econometristen die 3450 euro binnenhalen. Wie culturele antropologie of kunst, cultuur en erfgoed heeft gestudeerd moet het met aanzienlijk minder doen; 1790 en 1960 euro per maand.”

Een opvallende uitkomst is volgens Belleman dat de masters waarbij geselecteerd wordt, niet meteen hoger gewaardeerde studies zijn. „Studenten moeten bijvoorbeeld een 7,5 gemiddeld staan, een toelatingsgesprek voeren of een assessment doorlopen. Maar als ze eenmaal zijn toegelaten, zijn ze net zo kritisch of blij als studenten die met een passende vooropleiding meteen konden beginnen. Een betere voorspeller van kwaliteit blijkt kleinschaligheid. Selectief of niet, Masters met minder dan 20 eerstejaars masterstudenten scoren over het algemeen bovengemiddeld goed, terwijl programma’s met meer dan 200 eerstejaars een lagere score hebben.”

Ook is gekeken naar de veelbesproken internationalisering van het hoger onderwijs. „Het heeft spectaculair weinig effect op het oordeel van de studenten. In de masterstudie maakt het maar weinig uit of je met Duitsers, Chinezen of Nederlanders in de collegezaal zit. Tenminste, voor de kwaliteit van het onderwijs. Als je de studenten mag geloven, gaan de docenten in het Engels ook niet slechter lesgeven”, zegt Belleman.

Er is een groot lerarentekort, zeker aan eerstegraads docenten. De masterstudies om dit te worden zijn niet allemaal om over naar huis te schrijven, wordt gesteld in de Keuzegids. „Over de lerarenmasters Engels en Nederlands zijn de studenten in Nijmegen ontevreden. In Utrecht en Groningen klagen de masterstudenten Engels over een niet samenhangend programma en het gebrek aan onderzoek. Nergens in ons land zijn studenten zo ontevreden over de lerarenmaster mens&maatschappij op de UvA. Maar er is ook goed nieuws: De lerarenmaster economie in Groningen steekt met kop en schouders boven de lerarenmasters uit.”

Belleman stelt dat een studiekiezer natuurlijk vooral naar afzonderlijke opleidingen moet kijken. „Toch komen bepaalde instellingen vaker bovendrijven dan andere. Wageningen blijft de koploper. Twente zit Wageningen wel al enkele jaren op de hielen. Wie in de Randstad een master wil volgen, kan doorgaans het best naar Utrecht of de Amsterdamse VU. Studenten van het particuliere Tias zijn ook enthousiast.”

Bij het kiezen van een master criminologie, wijst de Keuzegids naar forensic psychology in Maastricht. Dat is een aanrader en ook global criminal law in Groningen is een veilige keuze. Bij de andere masters krijg je waarschijnlijk weinig begeleiding, en moet je veel zelfstandig kunnen werken en plannen. De huidige studenten criminal investigation aan de politieacademie zullen de opleiding waarschijnlijk niet aanraden.