Nieuws/Binnenland
328443093
Binnenland

Demissionair minister Bijleveld stapt toch op na motie van afkeuring

Den Haag - Demissionair minister Ank Bijleveld van Defensie treedt af. Na kritische terechtwijzingen van haar partijgenoten sneuvelt de CDA-bewindsvrouw in navolging van haar collega Sigrid Kaag (Buitenlandse Zaken) vrijdag alsnog.

Ze wordt tijdelijk opgevolgd door CDA-collega en minister van Justitie Ferd Grapperhaus.

De motie van afkeuring is Bijleveld duur komen te staan. „Ik wil niet verhelen dat ik verbaasd ben over de gevolgen daarvan. Ik heb mijn eigen afweging gemaakt, wilde doorgaan. Voor mijn mensen, en voor de tolken die nog in Afghanistan zijn. Dat is de verantwoordelijkheid die ik voel en die ik wilde waarmaken,” zegt de vertrokken minister in een persverklaring. „Ik constateer echter dat mijn aanblijven onderwerp van discussie is geworden.” Dat zou het werk van haar militairen in de weg staan.

Dat er vanuit CDA-gelederen druk op haar zou zijn uitgeoefend ontkent de minister. Ook CDA-voorman Wopke Hoekstra zegt dat Bijleveld zelfstandig tot dit besluit is gekomen. „Ze wil per se zelf geen onderdeel zijn van de discussie. Dat vind ik jammer, maar ik heb het te respecteren.’’

Maar aan het begin van de middag was de partijtop van het CDA bij elkaar voor crisisberaad over Bijleveld. Vanuit de achterban van de christendemocraten klonk meteen kritiek toen donderdagavond bleek dat Bijleveld na een aangenomen motie van afkeuring niet van plan was te vertrekken.

Kaag deed dat wél. Beide ministers kregen een gelijksoortige motie van afkeuring aan hun broek, die het met een Kamermeerderheid haalde. De steun van coalitiepartij CU bracht de motie, breed gesteund door de oppositie, tot een meerderheid. Alleen VVD, CDA en D66 stemden tegen.

Het besluit van Bijleveld zorgde voor opgetrokken wenkbrauwen binnen haar partij, meldden ingewijden eerder aan De Telegraaf. Appgroepen van het CDA explodeerden nadat Bijleveld zei te willen blijven. Vanuit de partij is vervolgens flink druk op haar uitgeoefend om alsnog de eer aan zichzelf te houden.

Het lot van Bijleveld is op een wrange manier verbonden geweest aan dat van haar collega Kaag. Formeel hoefden beide ministers niet weg. Een motie van afkeuring is immers geen motie van wantrouwen, waarbij een bewindspersoon door de Kamer wordt opgedragen weg te gaan. Maar Kaag trok begin april zelf een morele grens tijdens het beruchte ’functie elders’-debat, nadat ze zelf een motie van afkeuring tegen premier en VVD-leider Mark Rutte had ingediend. Kaag zei toen dat ze bij een meerderheid zelf haar conclusies zou trekken als ze in zijn schoenen stond. „Ik zou zelf niet doorgaan”, zei Kaag destijds. „Maar ik ben een ander mens.”

Door op te stappen bleef ze bij die woorden. „In míjn opvatting over democratie en cultuur van ons bestuur moet de minister gaan als het beleid wordt afgekeurd”, zei Kaag bij haar aftreden. Bijleveld zelf deed er donderdag in de Kamer het zwijgen toe.

Premier Rutte noemt Bijleveld vrijdag in een korte persconferentie een ’warme vrouw’ met een bak aan bestuurlijke ervaring. „Ze was als een vis in het water bij het ministerie van Defensie. Ze knokte, zoals het een minister van Defensie betaamt, voor haar ministerie.”

Het demissionaire kabinet van Rutte wordt met het vertrek van Kaag en Bijleveld verder uitgedund. De premier zegt het te betreuren: „Sigrid Kaag en Ank Bijleveld zijn twee zeer goed ingewerkte en ervaren bewindslieden, en die zijn we nu kwijt.”