Nieuws/Binnenland
3445194
Binnenland

Veel belangstelling zaak mishandelde ober

PRAAG - De twee broers die vorig jaar een ober in Praag in elkaar zouden hebben geslagen, zijn maandagochtend onder massale persbelangstelling de rechtbank in Praag binnengebracht. Zowel Nederlandse als Tsjechische media zijn op de zaak afgekomen.

LIVE – Verslaggever Saskia Belleman is bij de rechtszaak aanwezig. Haar tweets lees je onderaan dit artikel.

Arash N. en Armin N. worden verdacht van poging tot moord. Als ze schuldig worden bevonden, kunnen ze tot 18 jaar gevangenisstraf krijgen. De broers zitten sinds hun arrestatie april vorig jaar in de cel. Tijdens de zaak worden ze bijgestaan door een Engelse tolk.

De Tsjechische rechtbank had aanvankelijk drie dagen achter elkaar uitgetrokken voor de inhoudelijke behandeling van de zaak. Maar omdat een getuige deze dagen niet kan, gaat de zaak waarschijnlijk volgende maand verder. Deze week zal er dan ook geen strafeis geformuleerd worden.

De mannen speelden volgens de aanklager de hoofdrol in een vechtpartij, april vorig jaar. Ze maakten deel uit van een groep die op een terras hun eigen bier dronken. Een ober sprak ze daar op aan en vroeg ze om weg te gaan, waarna de vlam in de pan sloeg. De ober liep een hersenbloeding, een gebroken kaak, een gebroken oogkas en een verbrijzelde enkel op. Ober Mirek is wel in de rechtbank voor het proces, maar hij was bij aanvang niet aanwezig in de zaal. Hij heeft nog altijd last van zijn verwondingen.

De mishandeling leidde in Tsjechië en Nederland tot grote verontwaardiging. Van de groep van zeven Nederlandse vrienden kregen er drie voorwaardelijke celstraffen. Twee anderen gingen vrijuit omdat ze juist hadden geprobeerd de boel te sussen.

Volgens Miroslav ’Mirek’ Vitek werd de groep op het terras steeds agressiever tegen zijn manager. Omdat er ook kinderen in het restaurant aanwezig waren, liep hij er naar eigen zeggen heen. „Ik wilde de boel sussen. Toen voelde ik iemand tegen mijn enkel schoppen. Ik viel op de grond en vanaf toen herinner ik me bijna niets meer.”