Nieuws/Binnenland
3472215
Binnenland

D66-bureau: kabinet moet de achterkamers uit

Het torentje (L) en gebouwen aan het Binnenhof.

Het torentje (L) en gebouwen aan het Binnenhof.

Den Haag - Het wetenschappelijk bureau van D66 vindt dat het kabinet niet de achterkamertjes in moet duiken om deals te sluiten. Nu Rutte III de meerderheid kwijt raakt in de Eerste Kamer, ziet het D66-bureau dat tot zijn spijt echter wel gebeuren.

Het torentje (L) en gebouwen aan het Binnenhof.

Het torentje (L) en gebouwen aan het Binnenhof.

Coen Brummer, de directeur van deze Mr. Hans Van Mierlo Stichting, houdt zijn pleidooi naar aanleiding van een recent voorbeeld van achterkamertjespolitiek. Omdat het kabinet de meerderheid in de Eerste Kamer kwijt gaat raken, blijken bewindslieden nu al deals te sluiten met de oppositie om verzekerd te zijn van genoeg steun straks in de senaat. Volgens een reconstructie van NRC deed minister Hugo de Jonge dat dealen recent in het restaurant van de Tweede Kamer, zelfs in de pauze van het debat over de wet die hij er graag doorheen wil krijgen.

De D66-denktank vindt dat maar niks en hoopt dat het kabinet deze manier van werken niet voortzet. Het debat zou immers openbaar in het parlement gehouden moeten worden. “Het idee van een serieus debat in de Tweede Kamer, waar in het openbaar standpunten worden ingenomen en besluiten worden genomen, is blijkbaar zo’n enge gedachte, dat bewindspersoon en coalitie liever overgaan tot overleg achter de schermen, voorafgaand aan of tussen debatten door, om maar zeker te zijn van een parlementaire meerderheid voor het daadwerkelijke debat plaats vindt.”

Volgens Brummer haken burgers hierdoor af en krijgen ze, als ze een debat kijken, niet goed mee hoe de besluiten echt genomen worden als alles achter de schermen al wordt dichtgetimmerd. “De Tweede Kamer zou geen toneel moeten zijn waar van tevoren geregisseerde stukken worden opgevoerd, maar juist een nationaal gesprekspodium waar stemmen samen gebracht worden.”

Het D66-bureau vindt dat er wel beperkt achter de schermen gesproken mag worden. “Maar dit laat onverlet dat het uitgangspunt moet zijn dat het Parlement de plaats moet zijn waar de beslismacht ligt, in het openbaar.” Volgens Brummer kan het debat er beter van worden als bewindslieden wat lef tonen. “Een kabinet zonder meerderheid kan een verademing zijn voor onze parlementaire cultuur, die in de afgelopen decennia steeds geslotener is geworden. Maar dan moeten bewindspersonen én Kamerleden durven de huidige cultuur te doorbreken.”