Nieuws/Binnenland
3538561
Binnenland

Minister noemt Allah-geschreeuw respectloos

Verstoorders herdenking bestraft

VUGHT - De gedetineerden van de terreurafdeling die gisteravond de dodenherdenking bij de fusilladeplaats in Vught verstoorden door ’Allahoe Akbar’ te roepen, kunnen rekenen op stevige sancties. De organisator van de respectloze, gecoördineerde actie werd zaterdagavond al meteen in een isoleercel geplaatst.

Dat laat een woordvoerder van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) van het ministerie van Veiligheid en Justitie aan De Telegraaf weten. „De aanstichter is meteen in de isoleer geplaatst. Andere deelnemers aan de actie worden vandaag gehoord door de directie en kunnen eveneens rekenen op stevige sancties”, aldus Lennart Wegewijs.

Grote afschuw

Exact op het moment van de twee minuten stilte hoorden de aanwezigen keihard geschreeuw vanuit de penitentiaire inrichting in Vught. De gedetineerden riepen de moslimleus ’Allahoe Akbar’. De kreten zorgden voor grote afschuw onder de aanwezigen.

CDA-Kamerlid Madeleine van Toorenburg, die bij de herdenking was, vindt dat de minister de organisator van de actie snoeihard moet aanpakken. Ze vindt het niet alleen respectloos, maar ook gevaarlijk gedrag.

Niet uniek

Het geschreeuw vanuit de PI is niet uniek. Het gebeurt regelmatig dat jongeren de herdenking verstoren. In 2015 gebeurde dat in Hoofddorp, Bergen op Zoom en Zoetermeer. In Bergen op Zoom schreeuwden jongeren Palestina-leuzen. In 2003 werd de dodenherdenking in Slotervaart en De Baarsjes in Amsterdam verstoord door Marokkaanse jongeren. De gooiden met eieren en riepen antisemitische leuzen. De leiders van de Marokkaanse gemeenschap in Amsterdam keurden het gedrag toen af en spraken van ’schunnige’ teksten. Het CDA heeft Kamervragen gesteld.

’Onacceptabel’

„Dat gedetineerden juist dit moment verstoren met kwetsende leuzen is respectloos en onacceptabel. Alle gedetineerden die vermoedelijk hebben deelgenomen zijn op maatregel in de isoleercel geplaatst voor maximaal 14 dagen. Het voorval wordt verder onderzocht”, reageert minister Dekker voor Rechtsbescherming.