Nieuws/Binnenland
3539388
Binnenland

Agent Zaanstreek deelt schokkende ervaring in column

’Dierlijk gedrag bij verwaarloosde kinderen’

Zaanstad - De Zaanstreek vormde enige tijd geleden het decor van een even bizarre als gruwelijke vorm van kindermishandeling. Twee broertjes werden daar zo ernstig verwaarloosd door hun moeder dat zij een eigen taal ontwikkelden en dierlijk gedrag vertoonden. Dat kwam aan het licht toen zij eenmaal bevrijd werden uit hun uitermate benarde positie. Dat meldt hoofdagent van team Zaanstad Tom Verweij in zijn column op de Facebookpagina van Politie Zaanstreek.

Verweij werd opgeroepen door de meldkamer. Hij had toen niet kunnen bevroeden dat hij taferelen zou meemaken die tot op de dag van vandaag op zijn netvlies staan gebrand. In reactie op de gedeelde column van hoofdagent Verweij, laat de politie Noord-Holland weten op de hoogte te zijn van de column. Er is op dit moment niet bekend of er een strafrechtelijk onderzoek heeft plaatsgevonden. Maandag wordt er een uitgebreidere reactie verwacht.

Schreeuwen

Verweij schreef in zijn column: „Een tijd geleden reed ik op een zeer warme zomerse dag door de Zaanstreek toen ik door de meldkamer werd opgeroepen. ’NH21.20, wilt u met gepaste spoed gaan naar ***. Al de hele dag huilen daar twee kinderen in een woning en melder vertrouwt het niet.’ Normaal gesproken ben ik bezig met projecten omtrent jeugd, echter is het vandaag zo druk op straat dat ik een autosleutel heb gepakt en naar buiten ben gegaan.

Omdat de kinderen niet in direct levensgevaar zijn, maar aangezien ik het noodzakelijk vind om zo snel mogelijk ter plaatse te zijn, maak ik gebruik van mijn vrijstelling. Ik rijd flink te hard over de snelweg, rij door rood en neem de busbaan waar dat mogelijk is. Door het warme weer is het ontzettend druk bij de politie en ik weet dat er voorlopig geen collega’s beschikbaar zijn om mij te ondersteunen. Na ongeveer 10 minuten kom ik ter plaatse bij de flat. Ik druk op het knopje van de lift en ga naar boven. Op de galerij staan er een aantal buren mij op te wachten: ze hadden mijn politiebus al zien staan. Ik vraag aan een van de buren wat zij gezien heeft. Zij begint te vertellen: ’Al enkele maanden heb ik een buurvrouw. Ik weet dat ze twee kinderen heeft: ik hoor hen wel maar ik heb hen nog nooit gezien, terwijl ik de galerij en de flat best goed in de gaten houdt. Sinds ze er woont hoor ik de kinderen overdag regelmatig schreeuwen. Vandaag is het zo erg, dat ik jullie maar heb gebeld.’

Gordijn en mes

Verweij klopt aan en ziet twee kleine handjes het gordijn wegschuiven. ,,Ik kijk in de lieve ogen van een klein jongetje. Slechts gekleed in een onderbroek, kijkt hij mij angstig aan. Met zijn ene hand heeft hij de gordijn vast, in de andere hand een mes. Gelukkig zit er geen bloed aan het mes, maar dit maakt de situatie ontzettend alarmerend. Ik probeer weer contact te maken met het jochie: ’Joh, leg dat mes maar weg. Zometeen doet dat nog pijn.’ Hij brengt het mes omhoog en tikt met de punt op het raam.’ Achter hem verschijnt een peuter, met alleen een luier om en een duim in zijn mond. Beide jongetjes zien er versuft uit en zweten als otters. Ze kijken me met grote ogen aan. Ik hoor van de centralist dat er geen telefoonnummer bekend is van de moeder. Tijd om dat uit te zoeken of te wachten op een slotenmaker is er niet. Ik ren naar mijn politiebus en haal er een breekijzer uit.”

"Ik kijk in de lieve ogen van een klein jongetje. Slechts gekleed in een onderbroek, kijkt hij mij angstig aan. Met zijn ene hand heeft hij de gordijn vast, in de andere hand een mes"

Verweij rent terug en tegelijkertijd komt de collega hem assisteren. „Ik loop eerst naar het raam toe en zeg tegen de twee jongens dat ze niet moeten schrikken van hard geluid. Ik wil niet dat de twee jongens van het geluid schrikken en gekke dingen gaan doen, zeker niet als een van hen een mes in zijn handen heeft. Ik zeg tegen ze dat ik even de deur ga open maken en daarna ga kijken of alles ok met ze is. Het jongetje met het mes blijft me aanstaren: mijn boodschap lijkt niet aan te komen.”

Hij vervolgt: „Het zijn vrij goedkope huurwoningen en de deur is al snel open. Ik duw de deur open en een hete lucht komt me tegemoet. Achter de voordeur zit een halletje met een deur die tot de woning leidt. Ik krijg kort kippenvel: de deurkruk is van buitenaf vastgebonden met een riem. De twee jongens zitten op een hete dag als vandaag opgesloten en zouden bij brand geen enkele vluchtmogelijkheid hebben. Ik haal de riem van de deur en ga de woning in.”

Bloedheet

De woning die Verweij betreedt, is bloedheet, schrijft hij. De twee jongens rennen wild door de woning. ,,In de slaapkamer liggen er matrassen op de bedden zonder lakens en de hele woning is een puinhoop. Alle ramen zitten potdicht en waren niet door de twee jongens te openen. Nergens staat eten of drinken klaar, door de keukenkraan loopt water naar buiten. Ik vraag direct aan een buurvrouw of zij glazen water wilt halen. De oudste rende naar de galerij en viel flauw, vermoedelijk door oververhitting. We roepen direct een ambulance op. Het andere jochie heeft een luier die al vele uren aan vervanging toe is. Een lieve buurvrouw neemt dit voor haar rekening.”

"De oudste rende naar de galerij en viel flauw, vermoedelijk door oververhitting"

„Terwijl het oudste jochie door ambulancepersoneel wordt nagekeken, spreek ik met de buren. Het was de eerste keer dat ze de twee jongens zagen: ze hoorden ze al maandenlang maar hadden ze nog nooit buiten gezien. Vermoedelijk waren ze al maandenlang niet buiten geweest. Ik moet denken aan een scene uit de film ’End of Watch’, waarbij agenten een aantal kinderen ontdekken terwijl die kinderen zijn opgesloten in een kast. Ik waan mij in een remake op deze film.

„Die moeder is nooit thuisgekomen. De crisismedewerker schouwt de situatie, hoort de buren en mij aan en besluit tot een spoeduithuisplaatsing. De twee jochies zouden naar een crisispleeggezin gaan en worden door mij en een collega tijdelijk naar het dichtstbijzijnde politiebureau gebracht. Nog steeds hebben we geen woord kunnen wisselen met hen: er viel geen contact te maken. Later bleek dat zij zoveel met z’n tweeën waren geweest, dat zij een eigen taal hadden verzonnen. Ook verklaarde de ervaren crisispleegmoeder dat de twee jongetjes dierlijk gedrag vertoonden”, aldus Verweij in zijn ontluisterende relaas.