Nieuws/Binnenland
3559207
Binnenland

Hoogleraar: ’Uitgebreid stelsel aan instellingen’

Zorgkosten: ons land in de top van Europa

De zorguitgaven zijn in Nederland, vergeleken met andere Europese landen, relatief hoog: 10,3 procent van het bruto binnenlands product ging in 2016 naar de gezondheidszorg; het EU-gemiddelde lag op 9,9 procent.

De zorguitgaven zijn in Nederland, vergeleken met andere Europese landen, relatief hoog: 10,3 procent van het bruto binnenlands product ging in 2016 naar de gezondheidszorg; het EU-gemiddelde lag op 9,9 procent.

Amsterdam - Nederland behoort tot de EU-landen met relatief de hoogste zorguitgaven. Dat blijkt vandaag uit CBS-cijfers. Die komen uit op de Dag van Europa, waarmee de aanzet tot de oprichting van de voorloper van de Europese Unie in de jaren vijftig wordt gevierd.

De zorguitgaven zijn in Nederland, vergeleken met andere Europese landen, relatief hoog: 10,3 procent van het bruto binnenlands product ging in 2016 naar de gezondheidszorg; het EU-gemiddelde lag op 9,9 procent.

De zorguitgaven zijn in Nederland, vergeleken met andere Europese landen, relatief hoog: 10,3 procent van het bruto binnenlands product ging in 2016 naar de gezondheidszorg; het EU-gemiddelde lag op 9,9 procent.

In Nederland ging 10,3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in 2016 naar de gezondheidszorg, terwijl het EU-gemiddelde op 9,9 procent lag. Alleen in Frankrijk, Duitsland, Zweden, Oostenrijk en Denemarken was dit aandeel hoger. „Die hoge uitgaven komen vooral door het grote stelsel aan langdurige zorg in Nederland”, legt hoogleraar gezondheidseconomie Wim Groot uit.

Verpleeghuizen

„Denk daarbij aan verpleeghuizen en aan ggz- of gehandicapteninstellingen. Ondanks de bezuinigingen zijn die instellingen nog altijd ruimer aanwezig dan in het buitenland. Tel daarbij het feit op dat arbeidskrachten in deze sector steeds schaarser en dus duurder worden. Daardoor betaalt de gewone Nederlander ook meer”, aldus Groot.

Behalve uitgebreide gezondheidsinstellingen kent ons land Europees gezien ook een hoge levensverwachting. In 2016 lag die op 81,7 jaar, terwijl het EU-gemiddelde precies 81 jaar was. Dat komt vooral door de Nederlandse mannen, van wie de levensverwachting met 80 bijna twee jaar boven het Europese gemiddelde lag. De levensverwachting van vrouwen is met 83,2 vergelijkbaar met de EU. Nederlanders zijn dan ook tevredener. Ze geven hun leven een 7,7, tegenover gemiddeld een 7,1 in de EU. Dat komt ook door de lage werkloosheid in 2017, die met 4,9 procent van de beroepsbevolking duidelijk onder het EU-gemiddelde van 7,6 lag. Op het gebied van jeugdwerkloosheid scoorden in 2017 alleen Duitsland en Tsjechië beter.

Wie wil internetten, moet ook in ons land zijn. Geen enkel EU-land is beter aangesloten. Maar liefst 98 procent van de Nederlandse huishoudens in 2018 was ermee verbonden, terwijl het EU-gemiddelde op 89 procent lag. Ook met het gebruik van mobiel internet scoorde Nederland samen met Zweden en Denemarken het hoogst.

Maar volgens het rapport doet Nederland het niet in elke sector even goed. Zo stootte ons land in 2017 gemiddeld 11,3 ton aan broeikasgassen uit per inwoner, ruim boven het EU-gemiddelde van 8,4 ton. Dat is echter logisch te verklaren. In Nederland ligt het bbp per inwoner relatief hoog en juist die economie, met bedrijven, is verantwoordelijk voor een groot deel van de uitstoot. Van alle EU-landen wekt Nederland de minste duurzame energie op, met een aandeel van 6,6 procent. Zweden is koploper met 54,5 procent.

Toch bezitten Nederlanders relatief weinig auto’s per inwoner, vergeleken met andere EU-landen. Begin 2017 stonden er in ons land ruim acht miljoen personenauto’s geregistreerd, wat neerkomt op 481 per duizend inwoners. Gemiddeld ligt dat aantal in EU-landen op 505. Luxemburg is koploper met 662 auto’s per duizend inwoners.

Volgens Tom Huyskens van branchevereniging Bovag komt het bescheiden autobezit in Nederland vooral door de kleine afstanden. „Daardoor hebben we de auto minder nodig dan in Duitsland of Spanje. Ook zijn we een echt fietsland met zo’n twintig miljoen rijwielen. We pakken de fiets vaak net zo snel voor een boodschap als de auto.”