37560
Binnenland

Stichting stimuleert contact tussen publiek en agenten

’Je kunt niet zonder elkaar’

Bewoner van de Amsterdamse Witte de Withstraat Wim Ibo (rechts) en wijkagent Rob Kokkeler vertrouwen al jaren op elkaar.

Bewoner van de Amsterdamse Witte de Withstraat Wim Ibo (rechts) en wijkagent Rob Kokkeler vertrouwen al jaren op elkaar.

Nu de Haagse politie is overstelpt met positieve reacties na al het oudejaarsgeweld, is de weg vrij voor meer complimenten. De Stichting Waardering Erkenning Politie (WEP) treedt juist nu naar de voorgrond en wil agenten en publiek met elkaar in contact brengen. Om te laten zien dat er over en weer waardering is.

Bewoner van de Amsterdamse Witte de Withstraat Wim Ibo (rechts) en wijkagent Rob Kokkeler vertrouwen al jaren op elkaar.

Bewoner van de Amsterdamse Witte de Withstraat Wim Ibo (rechts) en wijkagent Rob Kokkeler vertrouwen al jaren op elkaar.

’Een tijd terug werd hier een jongen letterlijk uit zijn schoenen gereden. Maar weet je wie er het eerst bij was en al direct was begonnen met helpen?”, zegt wijkagent Rob Kokkeler, terwijl hij naar de stoel tegenover hem wijst. Daarin zit Wim Ibo, bewoner van de Witte de Withstraat in Amsterdam. De twee kennen elkaar al jaren en wie een tijdje met ze kletst, komt tot een heldere conclusie: ze vertrouwen elkaar en hebben elkaar in sommige gevallen nodig.

Wim Ibo spreekt net zo lovend over ’zijn’ wijkagent: „Ik woon hier al sinds 1985, maar lang niet alle agenten zijn zoals Rob. Hij is op de hoogte van wat er speelt, onthoudt de dingen die je zegt. Hij kan de situatie inschatten en dat ontbrak bij nogal wat collega’s.” De twee kennen elkaar dankzij een groep hangjongeren, die een jaar of vier geleden de buurt terroriseerde. „Ze vielen onze homoseksuele buurman lastig. En vrouwen, dochters, hele gezinnen. Ik ging met ze in discussie.”

Kokkeler kreeg de groep pas goed in de smiezen dankzij de buurtbewoners en kon daarna voortvarend met de problemen aan de slag. „Zij zien het gebeuren. Je kunt niet zonder hen. Ik maak veel praatjes van vijf tot tien minuten. Tussen neus en lippen door hoor je zoveel. En vaak kan je zo ook voorkomen dat jochies echt vervelend worden.”

Het zijn precies de positieve verhalen die Bryan Rookhuijzen graag wil horen. De oud-korpschef uit Limburg zwaait nu bijna twee jaar de scepter bij de Stichting WEP en treedt juist nu naar buiten. „Eerst hebben we ons vooral gericht op het contact binnen de politie. Zodat collega’s elkaar een schouderklopje kunnen geven. We hebben bijvoorbeeld ook een maandelijkse award die collega’s kunnen toekennen.”

De steun waarmee het bureau aan de Haagse Heemstraat deze week werd overladen na een heftige jaarwisseling, waarin agent Mario werd aangereden en agenten met vuurwerk werden bekogeld, was het sein om ook het publiek erbij te betrekken. „Dat was onze opzet vanaf het begin ook. En ik weet zeker dat 99 procent van de Nederlanders het werk van de politie wel degelijk op prijs stelt”, vertelt Rookhuijzen.

Sinds enkele dagen is de stichting, die geen onderdeel is van de politie maar wel gelieerd is aan het korps, volop bezig met oproepen aan het publiek om positieve verhalen te delen. Tot verbazing van Rookhuijzen leverde een enkele oproep op Facebook om leuke anekdotes te beschrijven al honderden reacties op. „Het gaat ons om de kleine verhalen, de sluimerende waardering. Je weet als agent dat je niet alleen maar liefde oogst met je werk”, zegt hij. En juist de negatieve verhalen krijgen veel aandacht. „Het helpt om te weten dat je gewaardeerd wordt. En dat geldt voor alle hulpverleners”, verwijst hij naar de nog ontspruitende collega-stichting WEB (Brandweer).

„Bedankjes zijn altijd superleuk, maar ik hoef niet de hele dag bedankt te worden, hoor. Het is ook je werk”, wuift oud-wijkagent Gert-Jan de Jonge de complimenten bescheiden weg. Hij onderhield in Capelle aan den IJssel goed contact met Gert van den Bos, die met zijn kerk actief is in de wijk Schollevaar. De mannen zijn over en weer vol lof over elkaar, juist omdat ze elkaar in hun werkzaamheden aanvullen. Samen blikken ze terug op situaties, waarin juist de gezamenlijke aanpak betekende dat bijvoorbeeld huiselijk geweld werd aangepakt of een gezin met problemen kon worden geholpen bij financiële problemen.

„Je kon hem altijd bellen. Als er bijvoorbeeld een voedselpakket nodig was, kon ik als politieman hooguit een boterham geven. Dan belde ik Gert voor hulp, want je politietaak houdt ergens op”, vertelt de wijkagent, die tegenwoordig weer in de studiebanken van de politieacademie zit. Van den Bos ziet het net zo: „Sommige situaties waarmee we te maken krijgen zijn zo complex, dan is het heerlijk als je even kan sparren met een agent over welke aanpak het beste past. Je versterkt elkaar.”