389718
Binnenland

’Mortiergranaat Mali deugde niet’

Den Haag - De mortiergranaat die vorig jaar bij een ongeluk in Mali twee Nederlandse militairen doodde, behoorde tot een een partij die afgekeurd had moeten worden. Desondanks besloot Defensie de munitie te gebruiken. Die beschuldiging aan het adres van Defensie uit voorzitter Jean Debie van militaire vakbond VBM.

Als de veiligheidsvoorschriften waren gevolgd, dan hadden sergeant Henry Hoving (29) en korporaal Kevin Roggeveld nog geleefd, zegt Debie. De twee kwamen vorig jaar juli nabij de Malinese stad Kidal bij een oefening met de 60millimeter-mortier om het leven. Een derde militair van 23 jaar raakte zwaargewond.

Met de beschuldiging loopt de vakbondsman vooruit op het rapport waarmee de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV) donderdag naar buiten komt. Dat moet meer licht werpen op het ongeluk, waarbij behalve twee doden ook een zwaargewonde van 23 jaar te betreuren was. Ze maakten alle drie deel uit van de 11 Luchtmobiele Brigade.

Waarschijnlijk is de mortiergranaat niet goed uit de afvuurbuis gekomen en in of nabij de pijp ontploft. Eerder onderzoek zou hebben aangetoond dat er een fout zat in het ontstekingsmechanisme.

Rapport terzijde geschoven

Volgens Debie behoorde de fatale mortiergranaat tot een partij die al bij aanschaf afgekeurd had moeten worden. „De partij werd in 2006-2007 aangekocht bij een Bulgaarse fabriek, die onder Franse licentie werkte. Een inspecteur stelde toen vast dat de granaten niet identiek waren, dat er verschillen zaten in de staartdelen, granaatlichamen en de buizen. Daar is een rapport over opgemaakt, maar dat is terzijde geschoven.” Volgens de VBM-voorzitter had dat te maken met een tekort aan mortieren; ze waren dringend nodig voor de missie in Uruzgan.

Na die missie in Afghanistan zijn de overgebleven mortieren teruggekomen naar Nederland. Volgens Debie, die zich baseert op bronnen in de krijgsmacht, zijn de mortiergranaten daarna ook niet meer beproefd. „Dat had wel moeten gebeuren, zeker als je ze overbrengt naar een locatie met grote temperatuursverschillen. Maar in Mali zijn de granaten ook niet meer gecontroleerd.”

Defensie wil niet op de bevindingen van Debie ingaan. „We wachten de uitkomsten van het OVV-rapport af.” De Onderzoeksraad reageert evenmin.

Het lijkt er al wel op dat in het OVV-rapport flinke kritiek staat op Defensie. Het onderzoek gaat niet alleen in op de technische aspecten van het haperende wapensysteem, maar ook op de medische zorg in Mali, de politieke besluitvorming rond missies en de bezuinigingen van de afgelopen decennia.