Nieuws
40393
Nieuws

Beroemd Poppenhuis uit Rijksmuseum maakte van actrice Jessie Burton een bestsellerschrijfster

Hoofdrol voor fictief schilderij

— Een ongepland bezoek aan het Rijksmuseum maakte van de jonge Britse actrice Jessie Burton een bestsellerschrijfster. Haar historische roman Het huis aan de Gouden Bocht over het 17e eeuwse poppenhuis van Petronella Oortman (een van de pronkstukken in het Rijks) werd door lezers wereldwijd verslonden. Nu is ze terug in Amsterdam om haar nieuwste boek te promoten: De muze, waarin opnieuw een hoofdrol is weggelegd voor een - dit keer verzonnen - kunstwerk.

Jessie Burton koestert warme gevoelens voor de Nederlandse hoofdstad. „Dat ene bezoekje in 2009 aan het Rijksmuseum heeft werkelijk mijn leven veranderd. Het bijzondere poppenhuis waar Petronella Oortman zo buitensporig veel tijd en geld aan spendeerde, fascineerde mij onmiddellijk en inspireerde me tot mijn debuutroman.”

„Het enorme succes van mijn eerste boek kwam totaal onverwacht”, zegt ze zonder valse bescheidenheid. „Ik schrijf al vanaf dat ik vijf jaar oud ben verhalen. Maar ik had nooit gedacht dat ik fulltime schrijfster zou kunnen worden. Weet je al dat de BBC een tv-serie aan het voorbereiden is van Het huis aan de Gouden Bocht? Ze gaan waarschijnlijk dit voorjaar in Leiden filmen. Grote kans dat ik er een piepkleine bijrol in ga vertolken.”

Eenzaam beroep

Burton lacht. „Ik heb al ruim vijf jaar niet meer voor de camera of op de planken gestaan. Nee, ik mis het acteren niet. Ja, het samenwerken met anderen aan een theaterstuk wel. Want schrijven is een eenzaam beroep. Maar het auditeren en het afgewezen worden voor suffe reclames voor bijvoorbeeld yoghurt, mis ik absoluut niet.”

Haar nieuwste boek De muze is opnieuw een spannende historische roman. Deze keer speelt het zich niet af in het Amsterdam van de Gouden Eeuw, maar afwisselend in Andalusië aan het begin van de Spaanse Burgeroorlog en in Londen in het jaar 1967. Een mysterieus schilderij van twee katholieke martelaressen, de heilige zussen Justa en Rufina met de leeuw (een thema dat ook grote Spaanse meesters als Goya en Velasquez hanteerden), tekent het leven van vier vrouwen.

Een van hen is Odelle Bastien. Een jonge, zwarte vrouw met literaire ambities die van haar geboorteland Trinidad naar Londen verhuist met als doel schrijfster te worden. Ze vindt een baan als typiste bij een prestigieus kunstinstituut. Hier komt ze via haar vriendje Lawrie in contact met het schilderij, waarop Justa en Rufina staan afgebeeld, van de raadselachtige Spaanse schilder en activist Isaac Robles.

De Muze is veel autobiografischer dan mijn vorige roman”, stelt Burton, die ook Spaans heeft gestudeerd en als student een jaar lang in Andalusië heeft gewoond. „Het gaat niet alleen over de psychische littekens die een burgeroorlog achterlaat in de levens van verschillende mensen. Maar vooral ook over de worsteling van een schrijver of kunstenaar met zijn of haar creativiteit. Over het verlangen om gelezen of gezien te worden, maar tegelijkertijd de angst om je vrijheid en je privéleven te verliezen.”

„Uit ervaring weet ik dat je het beste schrijft, als niemand je nog kent. Je ervaart dan een ongekende vrijheid en puurheid. Alles is mogelijk. Niemand verwacht iets van je. Bij mijn tweede boek was die zorgeloosheid weg. De druk was groter. Ik was hard voor mezelf. Want ik wilde kost wat het kost aantonen dat ik geen one hit wonder ben.”

De introverte Odelle aarzelt om haar werk aan anderen te laten lezen. Maar ook de meer zelfverzekerde Olive Schloss, een van de andere hoofdrolspeelsters in De muze, worstelt met haar creativiteit. Als dochter van de joodse kunsthandelaar Harold Schloss, die in 1936 vanuit Wenen op de vlucht voor de nazi’s in het landelijke zuiden van Spanje is neergestreken, houdt ze haar schildertalent en het feit dat ze is aangenomen op de kunstacademie in Londen met opzet verborgen voor haar ouders.

Discriminatie

„Haar vader is van mening dat vrouwen geen goede kunstenaars kunnen zijn”, legt Burton uit. „Ook tot op de dag van vandaag worden er op de kunstmarkt nog altijd lagere prijzen voor het werk van vrouwelijke kunstenaars betaald dan voor dat van mannen. Ongelooflijk toch? Een topstuk uit het oeuvre van Sonia Delaunay, Frida Kahlo of Louise Bourgeois levert minder op dan een matig doek van Cézanne of Picasso.”

Als de 19-jarige Olive hevig verliefd wordt op Isaac Robles, die samen met zijn zusje Teresa zijn diensten aan de familie Schloss aanbiedt, ziet de jonge schilderes haar kans schoon. Ze overtuigt Isaac ervan een van haar doeken te signeren en als een werk van zijn hand via haar vaders netwerk te verkopen aan de beroemde en puissant rijke verzamelaarster Peggy Guggenheim.

Madonna

Jessie Burton, die op aantrekkelijke wijze feit en fictie in haar spannende verhaal vermengt, zegt: „Als mensen dit een feministische roman willen noemen, vind ik dat prima. Natuurlijk ben ik een feminist. Ik vind het belangrijk om over diverse, sterke vrouwenfiguren te schrijven, die meer zijn dan alleen mooi en aantrekkelijk, madonna of hoer.”

Hoe dit kleurrijke, surrealistische doek uiteindelijk het leven van Olive, dat van haar glamourvolle doch depressieve moeder Sarah Schloss, Isaac en zijn kameleontische zuster Teresa, maar ook dat van Odelle en haar kordate baas Marjorie Quick op zijn kop zet, heeft de Britse schrijfster tot op het laatst verrassend uitgewerkt. „Dat zelfs kunsthistorici uiteindelijk twijfelen en gaan googlen of Isaac Robles nu wel of niet bestaan heeft, beschouw ik als een compliment voor de geloofwaardigheid van mijn verhaal”, grinnnikt Burton.