Nieuws/Binnenland
407075
Binnenland

Bijna helft Nederland wil referendum TTIP

AMSTERDAM - Bijna de helft van de Nederlanders is wel te porren voor een referendum over het komende handelsverdrag TTIP tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. In een enquête van onderzoeksbureau TNS-Nipo onder bijna duizend Nederlanders zegt 43 procent ja tegen een stembusgang, een kwart vindt het juist geen goed idee.

Al enige jaren onderhandelen beide economische grootmachten over het harmoniseren van allerlei regels, zodat die geen belemmering meer vormen bij de onderlinge handel. Het is een ontzettend wijdlopend verdrag, dat invloed heeft in de hele economie, van de landbouw tot medicijnpatenten. Er zitten een aantal omstreden elementen in, zoals de instelling van een internationaal gerechtshof dat geschillen tussen staten en bedrijven moet beslechten.

Opvallend is dat de meeste weerstand tegen een referendum te vinden is bij de kiezers van D66, de partij die sinds haar oprichting juist strijdt voor meer directe democratie. Krap de helt is tegen een volksoordeel over TTIP, tegen 37 procent die positief staat tegenover dit idee. Bij de andere grote politieke partijen is de achterban overwegend juist voor een referendum.

Onderzoeker Tim de Beer van TNS-Nipo denkt dat ’traumatische ervaringen’ bij het Oekraïne-referendum wel eens de oorzaak kunnen zijn van de weerstand bij de democraten. „De kiezers zijn wellicht geschrokken van het effect van dit instrument bij grote internationale verdragen. Het kosmopolitische gevoel prevaleert hier toch boven de liefde voor het referendum.”

Thierry Baudet, een van de initiatiefnemers van het Oekraïne-referendum, liet meteen na die stembusgang weten dat wat hem betreft het TTIP-verdrag ook aan de bevolking moet worden voorgelegd.

De mensen die door TNS-Nipo zijn ondervraagd, zijn verdeeld over het verdrag, maar iets meer mensen (29 procent) zijn positief dan negatief (25 procent). Dat er nog zo’n grote groep geen mening heeft, is heel goed te verklaren. De onderhandelingen tussen beide economische grootmachten vinden namelijk in het diepste geheim plaats. Zelfs Europarlementariërs mogen alleen onder zeer strenge voorwaarden lezen hoe de onderhandelingen vorderen.