Nieuws
407142
Nieuws

Gezondheidseconoom ontkracht misvattingen

’Niet gezonder door een hoger inkomen’

Rotterdam - De gezondheid van Nederlanders wordt niet per definitie bevorderd door verhoging van inkomen. Op die wijze stimuleren is dus zinloos, stelt gezondheidseconoom Tom Van Ourti.

De Belgische econoom krijgt vandaag de post van bijzonder hoogleraar Toegepaste Gezondheidseconomie toegewezen aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. „Als het gaat om de zelf gerapporteerde gezondheid dan is er wel degelijk een verschil tussen inkomensgroepen, vooral bij mensen tussen 50 en 60 jaar. Daar noemt 34% van de respondenten in de laagste inkomensgroep zich niet gezond, tegen slechts 11% in de hoogste inkomensgroep. Bij 70-plussers wordt dit verschil weer kleiner.”

Toch zijn er volgens Van Ourti misvattingen over de oorzaak hiervan. Daar wil hij graag aandacht voor vragen bij zijn oratie. Vaak wordt volgens de econoom door epidemiologen meer naar sociale status van mensen gekeken. De oorzaak van de betere gezondheid is vooral te vinden in een hoger genoten opleiding.

„Als het alleen gaat om inkomen, is er geen duidelijk oorzakelijk verband. Wel leidt een slechtere gezondheid vaak tot een lager inkomen.” Door een hoger inkomen kunnen mensen niet opeens veel betere zorg veroorloven, omdat dat qua gelijke beschikbaarheid in Nederland goed is geregeld. Ook veranderen genen er niet door.

Gezondheidsverlies heeft wel invloed omdat mensen die ziek of gehandicapt raken bijvoorbeeld minder kunnen werken. „Het verband werkt dus andersom.” Volgens Van Ourti is dit ook beter te onderzoeken, omdat je mensen die ziek zijn geworden kunt vragen hun inkomen te vermelden.

Om het oorzakelijk verband tussen een vollere portemonnee en gezondheid aan te tonen, zou je een respondentengroep een grote som geld moeten geven, om te doen alsof iemand een loterij heeft gewonnen. Van Ourti: „Dat maakt het onderzoek duur en het is lastig om te kijken of iemand die in redelijke gezondheid verkeert nóg iets gezonder wordt door extra geld in zijn portemonnee.”

Overheden zouden hier goed naar moeten kijken voordat ze pogen de gezondheid van burgers te stimuleren. Daarvoor dienen ze geen inkomensbeleid te voeren, maar desnoods te sturen op onderwijs.

Van Ourti wuift ook de vaak gehoorde discussie over lage prijzen van ongezond fastfood weg. „Er wordt geopperd om de prijzen te verhogen, maar die zijn slechts een deel van het verhaal. Het gaat ook om sociale status en dus niet alleen om geld. Hoogopgeleiden eten gezonder, want zij hechten er doorgaans simpelweg meer waarde aan om gezond te leven.” Hij beseft wel dat dit niet voor iedereen geldt.

„Ook rijke mensen roken. Maar zij doen dit meer uit eigen keuze dan door hun sociale achterstand.” Bij metingen zou het goed zijn als rekening wordt gehouden met de al dan niet bewuste keuze om ongezond te leven, meent de econoom.

Overheidsstimulering kan volgens Van Ourti beter gericht zijn op inwoners waarvan de gezondheid achteruitgaat. Dat kan door bijvoorbeeld uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid of ziekte op een peil te brengen, zodat de link tussen gezondheid en inkomen minder sterk wordt.