Nieuws/Binnenland
40746
Binnenland

Oorlogsdocumentaire leidt voor maker tot nieuwe inzichten

’We kiezen vooral voor onszelf’

Paus Franciscus bracht afgelopen zomer een bezoek aan Auschwitz.

Paus Franciscus bracht afgelopen zomer een bezoek aan Auschwitz.

Een trein raast, in zwart-witbeeld, over de rails. Op weg naar Auschwitz, waar meer dan een miljoen joden om het leven werden gebracht. In 2015 vroeg de paus vroeg zich openlijk af: ’waarom is die spoorlijn niet gebombardeerd?’ Die vraag vormde de basis van de documentaire Het spoor naar Auschwitz. Het was voor maker Frénk van der Linden een zoektocht met een ’schokkende’ uitkomst.

Paus Franciscus bracht afgelopen zomer een bezoek aan Auschwitz.

Paus Franciscus bracht afgelopen zomer een bezoek aan Auschwitz.

„Ik zocht al lang een directe aanleiding om iets met Auschwitz te doen”, vertelt Van der Linden. „Toen het multiculturele debat begin jaren 90 losbarstte zei Bolkestein dat onze christelijke cultuur superieur was. Ik dacht op dat moment al: kunnen wij dat met recht en reden zeggen, terwijl Auschwitz nog geen halve eeuw achter ons ligt? Hadden wij het kunnen voorkomen? En vervolgens stelde de paus die beladen vraag.”

Op zoek naar het antwoord kwamen Van der Linden en regisseuse Gisèla Mallant terecht bij luchtmachtexpert Ivo de Jong, die uitlegt hoe ’dom’ bommen in die tijd waren: ’alsof je een dartpijltje op een draad meters verderop gooit’. Ook ontmoetten zij een 93-jarige Poolse ex-postbode, die dwangarbeider was in Auschwitz. Van der Linden: „Een gelovig, katholiek man. Hij zei dat het een absurde vraag was of de spoorlijn gebombardeerd kon worden. Alleen al omdat de nazi’s binnen twee dagen alles zouden hebben gerepareerd. Het was een bijzonder ogenblik, omdat hij eigenlijk zei: mijn eigen paus begrijpt er niets van.”

„Ik ben ervan overtuigd geraakt dat die vertederende oude Pool gelijk heeft: het had niet gekund. Militair gezien is er geen andere conclusie mogelijk. Maar wilden we in feite wel helpen? Er was een sterk antisemitisme in de geallieerde wereld. Wilhelmina, destijds koningin, heeft niet vaker dan een of twee keer publiekelijk gepraat over het lot van de joden. Zij wilde ook geen vluchtelingen in de buurt van Paleis Het Loo. Er was een vluchtelingenboot, de St. Louis, met 900 Duitse joden. Zij werden gewoon weggestuurd door president Roosevelt van de VS. Dat vond ik het hemeltergende, dat we de joden niet eens hebben geprobeerd te redden.”

„Wij kiezen vooral voor onszelf, dat is hoe wij leven. Wij willen vluchtelingen niet in groten getale hier hebben. Ik zeg niet dat het fout is of een schande, daar is het vraagstuk te ingewikkeld voor.

„Ik hoop gewoon dat we ons met z’n allen afvragen of er iets te leren is. Als je het militair niet kan aanpakken, wat dan? Zijn we bereid iets van onze welvaart te offeren, en durven we risico’s te nemen door meer vreemdelingen binnen te laten? Zou ik indertijd hebben gezegd: ’laat de joden maar massaal komen?’ Confronterende morele vraag. Ik ben niet iemand die zegt: ’beste kijker, nu moet u dit of dat denken en doen’. Zo wil ikzelf ook niet worden toegesproken. Ik doe simpelweg onderzoek en presenteer de uitkomst, mensen moeten zelf conclusies trekken.”

„Ik ben blij dat Gisèle Mallant en ik deze film konden maken. We kregen financiële steun van de joodse Eva Tas foundation, een bijdrage van Vluchtelingenwerk en een deel via crowdfunding.” Van der Linden noemt de documentaire ’een risico om te maken’. „Het kan misgaan, als de geïnterviewden elkaar te veel tegenspreken en je geen interessante ontdekkingen doet.” Hij kwam, als ’journalistiek gelukje’, uit bij het verhaal van Auschwitz-ooggetuige Jaap van Duin.

„Hij zag daar als werknemer van een Duits bedrijf de massamoord. En hij bracht de moed op om dat als jongen van 21 al in 1942 te vertellen aan de Joodse raad. Hij werd na een half uur op straat gezet. ’Ga dat soort ongeloofwaardige verhalen maar elders verkondigen’. In de jaren 60 schreef hij brieven naar geschiedschrijver Loe de Jong, naar TROS Aktua, de NOS. Hij werd niet aan het woord gelaten. Hij is overleden met een verward gevoel dat hij misschien het verschil had kunnen maken. Het is raar, dit heeft het grote publiek 70 jaar na dato niet bereikt.”

Dat maakte veel indruk op de documentairemaker, net als de postbode. „Hij is vier weken geleden overleden. Ik zal nooit vergeten dat ik vroeg: ’Konden we het weten?’ ’Ja, wir haben es gewusst.’ Hij proefde de menselijke as die in de lucht hing op zijn lippen en de lijkengeur was tientallen kilometers verderop te ruiken.”

„Ik ben benieuwd wat de paus ervan vindt. Ik ga zeker contact met hem zoeken. Ook zal de film te zien zijn in het Holocaustmuseum in Washington en in Westerbork.”