Nieuws/Binnenland

Haagse tassenkoning helpt vluchtelingen aan werk

Wat minister niet lukt, doet Omar

Ontwerper Omar Muni in zijn atelier. Hij helpt vluchtelingen met een opleiding en eventueel aan een baan.

Ontwerper Omar Muni in zijn atelier. Hij helpt vluchtelingen met een opleiding en eventueel aan een baan.

Rene Oudshoorn

Den Haag - Het inburgeringsbeleid van PvdA-minister Asscher (Integratie) wil niet ’slagen’, maar gelukkig zijn er nog ondernemers die wél een voldoende scoren. De Haagse tassenkoning Omar Munie gaat in heel Nederland werkgevers verzamelen om vluchtelingen aan de bak te helpen.

Ontwerper Omar Muni in zijn atelier. Hij helpt vluchtelingen met een opleiding en eventueel aan een baan.

Ontwerper Omar Muni in zijn atelier. Hij helpt vluchtelingen met een opleiding en eventueel aan een baan.

Rene Oudshoorn

Het was voor de succesvolle ondernemer Omar geen vanzelfsprekendheid om uitgerekend vluchtelingen te helpen om sneller aan de slag te gaan in Nederland.

Hij is in de jaren negentig zélf als Somalische bootvluchteling naar ons land gekomen.

„Ik heb het stukje vluchteling zijn afgesloten en dacht alleen aan vooruitkijken. Ik ben geen wereldverbeteraar, maar een gewoon tassenmaker. Maar ik heb wel een hart”, legt de jonge ondernemer uit.

Met zijn gisteren gelanceerde organisatie The Dutch Tulip wil Omar dit jaar nog tenminste twintig vluchtelingen met een verblijfsvergunning aan het werk helpen. „Een taalbureau gaat twee dagen in de week inburgeringslessen geven, op de andere drie dagen gaan ze via ons op stage bij bedrijven. Discipline wordt een belangrijk thema. Een vluchteling moet weten dat het in Nederland normaal is dat je initiatief moet nemen; hier komt niet alles vanzelf aanwaaien. Nederland is een werkend land. Je moet hier werken!”

Ondernemer Rens Vrolijk, eigenaar van een groot schoonmaakbedrijf in de Haagse regio, ziet de komst van vluchtelingen binnen zijn concern wel zitten. „Ze zeuren tenminste niet, zijn gemotiveerd en melden zich niet zo snel ziek. Voor beide kanten is het goed.”