Nieuws/Binnenland

Groene energie groeit nauwelijks

Den Haag - De hoeveelheid groene energie is in Nederland vorig jaar maar mondjesmaat gestegen. Het aandeel hernieuwbare energie kwam uit op 5,8 procent, een stijging van slechts 0,3 procent ten opzichte van een jaar eerder.

Dat melden bronnen aan De Telegraaf.

Ons land moet in het jaar 2020 tenminste 14 procent van de energie duurzaam opwekken en in 2023 minstens 16 procent. In dat kader lijkt de summiere stijging van het aandeel groene energie zorgwekkend.

Toch becijferden CBS, het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) en Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) eind vorig jaar al dat dit zou gebeuren. Tot 2017 zou er ’een gestage groei’ zijn en nadien ’een versnelling’. De doelen voor 2020 zouden zonder extra maatregelen niet worden gehaald, meenden de partijen. Die van 2023 waren nog wel haalbaar.

Minister Kamp (Economische Zaken) heeft altijd bezworen dat Nederland wel zijn doelen gaat halen. Eind vorig jaar werden dan ook aanvullende maatregelen getroffen zoals meer geld voor warmteprojecten en het beter isoleren van woningen.

Recent dreigde de VVD-bewindsman tevens met boetes voor het bedrijfsleven, omdat die hun afspraken voor energiebesparing niet nakomen. Kamp geeft bedrijven tot het najaar de tijd om orde op zaken te stellen. Mocht dat niet lukken dan zal hij hen wettelijk gaan verplichten om meer energie te besparen.

Het kabinet overweegt daarnaast om nog meer kolencentrales te sluiten dan eigenlijk was gepland. Daar wordt nog onderzoek naar gedaan.

Voor de omslag naar groene energie worden door het kabinet miljarden euro’s aan subsidie uitgetrokken. Dit jaar is er maar liefst acht miljard euro voor beschikbaar. Consumenten en bedrijven brengen dat bedrag bijeen via een opslag op hun energierekening. Die opslag is nu nog relatief gering, maar stijgt met de jaren.