Nieuws/Binnenland

Minder administratiedruk door boze dokters

Fysiotherapeuten, wijkverpleegkundigen en apothekers krijgen een verlichting van hun administratiedruk. Dit is te danken aan een groep boze huisartsen.

Dat benadrukten minister Schippers van Volksgezondheid en oud-minister en voorzitter van de fysiotherapiebranchevereniging Guusje ter Horst gisteren. Ze waren bij Zorgverzekeraars Nederland voor een presentatie over vermindering van de zo gehate administratiedruk voor zorgverleners.

Ter Horst: „Zonder hen stonden we hier niet en zaten we nog te mopperen.” Medio 2015 pikten huisartsen de administratiedruk en de wijze van contractering door zorgverzekeraars niet langer en verenigden ze hun woede in de manifestatie Het Roer Moet Om. Verzekeraars en toezichthouders gingen overstag. Nadien pakten brancheverenigingen van andere zorgverleners samen met zorgverzekeraars het initiatief op om de administratieve lasten ook voor hen te verlagen.

Ze presenteerden samen de voorlopige resultaten, waar bijvoorbeeld werd afgesproken papierloos te gaan werken in de mondzorg, contracten bij verzekeraars voor grote delen worden geüniformeerd (zonder de marktwerking te beperken) en het gebruik van declaratiesysteem Vecozo wordt gestimuleerd.

„Als het bij de huisartsen mogelijk is, dan kan het hier ook”, zegt Petra van Holst-Wormser, sinds april algemeen directeur van Zorgverzekeraars Nederland. Verzekeraars worden vaak als oorzaak gezien van de administratiedruk die zorgverleners ervaren

Van Holst-Wormser: „We moeten terug naar wat de bedoeling is en we zijn daarmee al op de goede weg.” Dat onderkent ook minister Schippers, die de resultaten aangeboden kreeg. „Bedankt voor de eerste stap en de enorme inzet.”

Volgens Schippers hadden huisartsen een terecht gevoel dat ze in onderhandeling voor contracten met verzekeraars alleen konden tekenen bij het kruisje. „Maar als het om administratiedruk gaat, moet wel gezegd dat die niet alleen kwam van zorgverzekeraars of het ministerie, maar ook voor een groot deel via wetenschappelijke richtlijnen uit de beroepsgroep. Documenten hiervoor bedragen soms honderden pagina’s.

Schippers: „De oude situatie was ongezond voor de zorg. Administratieve lasten zijn beroepsbeoefenaren een graat in de keel. Dit, wat we samen met verzekeraars en de beroepsgroep afspreken, is belangrijker dan welke stelselwijziging zou kunnen zijn.”

Na afloop van de bijeenkomst kwamen de vertegenwoordigers van zorgsectoren aan het woord. Zij probeerden haast tegen elkaar op te bieden over wie de hoogste administratiedruk kende, om aan te tonen dat de verlichting hard nodig is. Volgens Ter Horst (KNGF, fysiotherapie) gaan twee van de acht uur per dag op aan administratie om werk te verantwoorden. De wijkverpleegkundigen zeiden hier wel een paar uur bij op te kunnen tellen en de psychologen stelden zelfs 40% van de tijd aan administratie te moeten besteden.”

Volgens Ter Horst wordt het tijd dat het vertrouwen terugkomt in de professionele autonomie van zorgverleners die soms wel 15 jaar opleiding hebben genoten voor hun werk.

ONVZ-bestuursvoorzitter Jean-Paul van Haarlem, bij ZN verantwoordelijk voor de eerstelijnszorg, zei achteraf dat de brancheverenigingen wel dienen te beseffen dat die administratieve lasten ook dienen om zorgkosten te verantwoorden. „Er wordt gevraagd om meer vertrouwen, maar de tijd dat je niets hoefde te verantwoorden, komt niet meer terug. Als je zelfstandige huisarts of fysiotherapeut bent, dan hoort daar nu eenmaal administratie bij.”