Nieuws/Binnenland

Oosting: geen aanwijzingen voor bestaan doofpot

Onkunde rond bonnetje Teeven

Fred Teeven
1 / 2

Fred Teeven

ANP

Den Haag - Er zijn geen aanwijzingen voor het bestaan van een doofpot rond de kwestie van ’het bonnetje’ van de Teevendeal. Dat concludeert onderzoekscommissie Oosting II vandaag. Dat de waarheid niet boven tafel kwam, lag vooral aan bestuurlijke onkunde en de commissie vraagt zich af of dat niet ernstiger is.

Fred Teeven
1 / 2

Fred Teeven

ANP

Bij de ambtelijke top van het ministerie van Veiligheid en Justitie was er sprake van een ’evident gebrek aan regie in de politiek zeer gevoelige zaak’, oordeelt de commissie. Oosting is in zijn oordeel snoeihard over de ambtenaren die destijds het departement bestierden.

De Telegraaf berichtte eerder al dat een topambtenaar, Coen Hogendoorn, een saillante verklaring deed bij Oosting. In een vroeg stadium heeft hij aan de hoogste ambtenaar gemeld dat er back-ups waren van een oud systeem waarop het bonnetje gevonden kon worden. „Goed om te weten”, zou deze Pieter Cloo toen geantwoord hebben. Cloo zelf zegt hier geen herinnering aan te hebben, maar de commissie acht de lezing van Hogendoorn „meer aannemelijk”. Er zijn bijvoorbeeld andere feiten om zijn lezing te staven, Hogendoorn heeft ook aan een andere collega gemeld dat hij aan de bel heeft getrokken.

Bonnetje voor het grijpen

Het bonnetje lag dus voor het grijpen, maar er gebeurde niets. Dit terwijl ict’ers de opdracht hadden kunnen krijgen om de back-ups te openen en voor iedereen duidelijk te maken hoeveel geld er nou naar drugsbaron Cees H. was gegaan na de omstreden Teevendeal. „Er is niet een opdracht gegeven aan het SSC-ICT (ICT-afdeling, red.) om iets niet (verder) te doen; daarentegen is in juni 2014 een opdracht aan het SSC-ICT uitgebleven om iets wél te gaan doen.”

De commisise is vernietigend over de ambtelijke top van destijds. Er werd compleet langs elkaar heen gewerkt. „Vergeleken met zijn voorganger wist secretaris-generaal Cloo, aangetreden in 2012, zich niet een positie te verwerven van onbetwist gezag, veeleer integendeel”, schrijft Oosting over de voormalige hoogste baas op het departement.

Tik op vingers

In het rapport krijgen de huidige bewindslieden op het departement ook nog een tik op de vingers. Zij deden in een debat de suggestie dat als er goede ICT’ers op de zaak waren gezet, er al snel duidelijkheid had kunnen komen over de Teevendeal. Het probleem zat echter in wat ambtenaren met signalen vanuit de ICT-afdeling deden. “De uitspraken van minister Van der Steur en van staatssecretaris Dijkhoff (…) doen geen recht aan de inspanningen van de medewerkers van het SSC-ICT in 2014”, schrijft Oosting.