410249
Nieuws

Debat over toekomst EU is hard nodig

Niet alleen in de Europese hoofdsteden neemt de onrust toe, maar ook onder bedrijven, investeerders en beleggers die bij een Brexit voor een economische recessie vrezen. Europese politieke partijen die pro EU zijn, kunnen leren van het Britse debat. De gezamenlijke EU-landen moeten, ongeacht de uitslag van het Britse referendum op 23 juni 2016, snel beginnen met een debat over de toekomst van de EU.

Boos op de politiek

Mensen die optimistisch zijn over de toekomst krijgen het moeilijk. Er verschijnen steeds meer boeken, studies en opinieonderzoeken waarin somberheid overheerst.

Daarbij gaat het om de toenemende zorg over werk, inkomen, veiligheid, globalisering, vluchtelingen en over de groeiende kloof tussen arm en rijk. Maar ook bezorgdheid over de economische toekomst en de verruwing van de maatschappij.

Deze zorgen hebben in Nederland geleid tot een groeiend aantal burgers dat boos is op de politiek die veel belooft, maar weinig waarmaakt en kiezers niet serieus zou nemen. Ze vinden dat politiek Den Haag niet genoeg doet om deze onvrede weg te nemen en menen dat daarbij gekozen moet worden voor een eigen nationale aanpak waarbij ons land buiten de EU verder gaat met onze vroegere munt, de gulden en eigen grenzen met slagbomen, net als in het ‘mooie’ verleden.

Trend naar vroeger

Deze trend, terug naar het ‘betere’ verleden, zien we ook in andere Europese landen. Boze burgers vinden dat dit ‘betere’ gerealiseerd moet worden met een nationale aanpak, baas in eigen huis met eigen (gesloten) grenzen en weg uit de EU.

Critici die er op wijzen dat dit fantastische verleden nooit heeft bestaan en dat in alle EU-landen de welvaart de afgelopen decennia juist door Europese samenwerking aantoonbaar is gestegen, worden weggehoond als Eurofielen. Veel voorstanders van het opblazen van de EU menen dat de voordelen die aan de EU worden toegeschreven propaganda zijn.

Ze gaan er ook vanuit dat bij bindende referenda in veel EU-landen de kiezers in meerderheid voor uittreding uit de EU zullen stemmen.

Deze meerderheid zien we nog niet terug in peilingen. Ook bij de verkiezingen voor het Europese Parlement (2014) kwam dit ‘wensdenken’ niet uit. Pro-Europa behaalde een zeer ruime meerderheid in het Parlement.

Volgens Europees onderzoek gaat het op dit moment in de meeste EU-landen om ongeveer een derde van de kiezers die wil dat hun land de EU verlaat. In ons land schommelt de aanhang voor een Nexit tussen 25%-40%.

De anti-Europa partijen hopen er nu op dat kiezers in het VK op 23 juni 2016 bij het referendum tot een Brexit zullen besluiten. Vooral in Londen zien we veel vertegenwoordigers van deze partijen die de debatten tussen voor- en tegenstanders op de voet volgen.

Leren van het Britse debat

Ook de politieke partijen in Europa die pro EU zijn, kunnen leren van de referendum-strijd tussen het zogenoemde “STAY”-kamp” en het “LEAVE”-kamp.

De voorstanders van een blijvend Brits lidmaatschap van de EU zijn hun campagne vooral begonnen met de doemscenario’s van een Brexit. De Britse economie zou zwaar beschadigd worden en in een krimp terecht komen waarbij er miljoenen banen verloren gaan.

De vraag rijst of dit werkt? In ieder geval niet bij de aanvoerders van de Brexitcampagne. De onheilspellende cijfers worden gewoon genegeerd. Het Brexitkamp doet ze af als bangmakerij en belooft de kiezers tegelijk gouden bergen als het VK de EU verlaat.

Inmiddels zien we in dit debat een kentering. In de blijf-campagne wordt nu meer de nadruk gelegd op de voordelen van het EU-lidmaatschap, zoals meer economische groei, extra banen, internationale invloed, veiligheid en de internationale strijd tegen terrorisme.

Ook maakt “STAY” volop gebruik van het gegeven dat het VK op dit moment economisch één van de best presterende landen in Europa is. Zo dagen ze de aanvoerders van de “Leave”-campagne uit om concreet aan te geven met welke maatregelen ze het VK nog beter willen laten presteren en hoe ze de Britten meer welvaart kunnen bieden.

Tot op heden is een duidelijk antwoord uitgebleven en volstaat “Leave” met de mantra dat de Britten beter af zijn buiten de EU en dat zonder de bemoeienis van Brussel het VK kan uitgroeien tot een economische wereldmacht.

Uit reacties in de media blijkt dat zelfs voorstanders van een Brexit daarover twijfels hebben en kiezers zich afvragen of ze de huidige zekerheid over hun baan en welvaart wel in de waagschaal moeten stellen voor een onzekere (economische) toekomst buiten de EU.

Maar de aanvoerders van Brexit gaan er van uit dat de afkeer van Brussel en het vrijheidsgevoel bij de Britten de doorslag zal geven; ze voorspellen daarom een meerderheid voor “Leave”. Na het referendum op 23 juni 2016 weten we wat de Britten echt vinden.

Pro EU moet zich zorgen maken

De Europese politieke partijen die pro EU zijn, beschikken nog steeds over een ruime meerderheid, maar moeten zich zorgen maken. De opmars van de onvrede over de EU, internationale politieke ontwikkelingen en ingrijpende maatschappelijke en economische effecten van digitalisering en automatisering vragen om een breed zakelijk debat over de toekomst van de EU.

Daarmee had al gestart moeten zijn na de installatie van de nieuwe Europese Commissie in oktober 2014. De noodzaak van dit debat wordt nog eens onderstreept door het Britse referendum. Een keuze voor een Brexit betekent in alle landen een extra impuls voor anti-Europa partijen en zou het begin kunnen inluiden van een afbrokkeling van de EU.

In Brussel en de Europese hoofdsteden neemt de onrust over deze mogelijke uitslag dan ook toe. Niet alleen daar, maar ook onder investeerders, beleggers en bedrijven die vrezen dat een Brexit in Europa tot een economische recessie zal leiden.

Noodzaak van een debat over de toekomst

Europa krijgt te maken met een wereld die ingrijpend aan het veranderen is. Overal worden de verwachte economische groeicijfers verlaagd, staan banen door automatisering en scherpere concurrentie op de tocht, is er sprake van een verarmde middenklasse, worden rijken nog rijker en armen armer en zien we de gevolgen van de opwarming van de aarde in de vorm van extreme weersveranderingen.

Al deze ontwikkelingen maken duidelijk, dat ook los van de uitslag van het Britse referendum, de gezamenlijke lidstaten snel moeten starten met een debat over de EU en met welke EU we kunnen zorgdragen voor een breder en solide draagvlak onder burgers en welvaart voor iedereen.