410991
Binnenland

Van Rijn maakt werk van uitspraak huishoudhulp

DEN HAAG - Staatssecretaris van Volksgezondheid Martin van Rijn gaat erop toezien dat gemeenten zich houden aan de regels voor huishoudelijke hulp. Dat is een direct gevolg van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CrvB).

Volgens de hoogste bestuursrechter mogen gemeenten inwoners niet zomaar korten op huishoudelijke hulp zonder duidelijke onderbouwing. Ook moeten zij passende hulp bieden als dat nodig is, zodat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Volgens de rechter is huishoudelijke hulp wel degelijk onderdeel van de nieuwe wet maatschappelijke ondersteuning, waar gemeenten verantwoordelijk voor zijn.

,,Klip en klaar betekent deze uitspraak dat gemeenten mensen op maat huishoudelijke hulp moeten bieden, als iemand dat nodig heeft. De Centrale Raad heeft de wet geïnterpreteerd zoals ik die bedoeld heb. Dat vraagt om een persoonlijk gesprek met de burger en een luisterend oor van de gemeente. Voor desbetreffende wethouders zit er maar een ding op: houd je aan de wet. Ik zal hen daar op wijzen'', aldus Van Rijn.

Op vingers getikt

Eerder beweerden sommige gemeenten dat huishoudelijke hulp niet onder hun verantwoordelijkheid viel. Onder andere Utrecht is door de rechter flink op de vingers getikt en belooft nu beterschap. De gemeente gaat de basishulp voor iedereen die recht heeft op huishoudelijke hulp verhogen van anderhalf naar twee uur per week. Begin mei oordeelde de rechter in twee individuele zaken dat Utrecht niet inzichtelijk kon maken dat anderhalf uur hulp per week voldoende was voor een 'schoon en leefbaar' huis.

,,Gemeenten kunnen niet langer wegduiken. Wel vinden wij het een schande voor de getroffen senioren dat er een rechter aan te pas heeft moeten komen. Dit had de politiek moeten voorkomen'', zegt Liane den Haan, directeur bij ouderenorganisatie ANBO.

’Beleid aanpassen’

Ieder(in), de koepelorganisatie van mensen met een beperking en chronisch zieken, vindt dat gemeenten die de afgelopen tijd in de fout zijn gegaan, nu ,,als de bliksem'' hun beleid moeten aanpassen.