Nieuws/Binnenland
413150
Binnenland

Diabetespatiënt moet bewegen

Rotterdam - De zorg- en sportsector hebben met ’Bewegen naar Beter’ de krachten gebundeld om Rotterdammers met diabetes of hart- en vaatziekten aan het sporten te krijgen.

„De schatting is dat in 2030 in Rotterdam ruim 80.000 volwassenen diabetes of hart- en vaatziekten hebben”, zegt woordvoerder Martin van Berkel van Rotterdam Sportsupport. „Beide ziekten kunnen grote consequenties hebben voor de gezondheid, het dagelijks functioneren en de kwaliteit van leven. Ook economisch is de impact niet gering: de zorgkosten van beide ziekten bedroegen in 2011 bij elkaar bijna tien miljard euro. Om de gezondheidsklachten van deze mensen te verminderen willen wij ze aan het bewegen krijgen.”

Verzoek

Sporten en bewegen is een effectieve manier om de gezondheid van mensen met een chronische aandoening aanzienlijk te verbeteren. „Bewegen is goed voor iedereen zowel lichamelijk als mentaal. Daarnaast kan het onderdeel van de behandeling en begeleiding aan de patiënt zijn. Verder kan het helpen voor betere glucosewaardes, bloeddruk en aanpak van overgewicht”, zegt Erik Jansen, praktijkondersteuner bij een huisartsenpraktijk.

Volgens Rotterdam Sportsupport is het percentage van Rotterdammers met diabetes of hart- en vaatziekte dat beweegt nog te klein. Het programma is mede op verzoek van huisartsen samengesteld. „Huisartsen kunnen hun patiënten helpen door ze door te verwijzen naar de uitgebreide sportdatabase in Rotterdam. Hebben de mensen een extra duwtje in de rug nodig, dan kan een sportconsulent worden ingeschakeld die hen kan begeleiden”, vertelt Van Berkel.

Een eerder gehouden pilot was succesvol. Van de zestien deelnemers zijn er twaalf in beweging gekomen en gebleven. Een van hen is de 67-jarige Gezien Pongers uit Rotterdam. „Ik heb diabetes en COPD. Samen met een sportconsulent heb ik gekeken wat het beste was voor mij. Mijn mobiliteit is niet heel goed. Wij kwamen uit op zwemmen. Ik dacht altijd dat dat niet mogelijk zou zijn, omdat er alleen maar smalle trapjes in het zwembad zijn. Maar dat bleek niet het geval. Nu sport ik een keer in de week in het zwembad.”