41939
Binnenland

Sluit Wilders niet uit bij de formatie

Voor mij zijn een verkiezingscampagne en vooral ook de kabinetsformatie daarna de mooiste momenten in de politiek. Dat was zo – ik spreek over de jaren zeventig van de vorige eeuw, toen ik lijsttrekker van de VVD was – en dat is nog steeds zo.

De debatten in het land, met bomvolle zalen vol voor- en tegenstanders. Het ging er in mijn tijd hard aan toe, maar ook fair. Er werd boe geroepen, maar ook gelachen. Het was spannend, maar ook ontspannen.

Hoe de verkiezingscampagne voor de Tweede Kamer nu gaat verlopen, is ongewis. Qua uitkomst, want die is onzekerder dan ooit. Ook qua sfeer en stijl. Er wordt op de man gespeeld. Er wordt heen en weer geroepen. Kamervoorzitter mevrouw Arib, die het uitstekend heeft gedaan, sprak daarover zondag in Buitenhof behartigenswaardige woorden.

Ik heb nu het gevoel dat ik in een zwart gat zit te kijken. Zal er door de politieke leiding en hun partijen ook een boodschap van hoop worden gebracht? Of wordt er een strijd geleverd vol negativisme en misschien zelfs vijandschap?

In de Groene Amsterdammer van december vorig jaar stond een goed verhaal van de politicologe Chantal Mouffe, waarin zij zei dat het een kenmerk van een goed functionerende democratie is dat zij van vijanden tegenstanders maakt.

Ik herkende de juistheid van deze stelling meteen. Het mooie is dat je een tegenstander, die niet je vijand is, beter te lijf kunt gaan, dan wanneer sprake is van vijandschap. Vijandschap vertroebelt. Ondermijnt zo ook het echte politieke debat.

Hoe staan we er nu, zo’n twee maanden vóór 15 maart, de dag der verkiezingen, voor? Hoe staan de verschillende partijen ervoor?

Vergelijk dat eens met september vorig jaar. Toen ging de campagne eigenlijk al van start. Het huidige kabinet had zijn laatste miljoenennota ingediend en wat vroeg pepernoten uitgestrooid. Feitelijk was het kabinet al uitgeregeerd. Van nieuw beleid was geen sprake meer. Klemmende zaken liet men liggen en werden zo verschoven naar een volgend kabinet. Denk aan de hervorming van het belastingstelsel, de toekomst van de zzp’ers, het arbeidsmarktbeleid. Reden daarvan was dat de beide regeringspartijen daar fundamenteel verschillend over dachten en denken. Interessante kanttekening: de nieuwe lijsttrekker van de PvdA scherpt de verschillen met coalitiegenoot VVD aan.

Natuurlijk was het vroeger niet altijd beter. Maar toen ik (net als Asscher nu) vicepremier was, verdedigde ik in de campagne het kabinetsbeleid, de compromissen die Van Agt en ik hadden gesloten. Ook toen was het zo dat de kleinere regeringspartij heel wat had moeten slikken. Ook toen stonden we slecht in de peilingen. Maar het lukte de VVD bij de verkiezingen slechts twee zetels te verliezen.

Misschien leest Lodewijk Asscher op zaterdag De Telegraaf. Aan te bevelen.

Nu zien we dat de PvdA in de peilingen op tien zetels staat. Een enorm verlies. Ik weet het: het zijn maar peilingen en er kan nog heel wat gebeuren.

Maar de sociaaldemocraten van de PvdA (eerder onder Drees en Den Uyl goed voor zo’n vijftig zetels in de Tweede Kamer) zijn wel diep weggezakt. Ook de andere regeringspartij, de VVD, moet nog heel wat kiezers terugvinden.

Begin november vorig jaar was de VVD in de peilingen nog de grootste partij, met de PVV op de tweede plaats. Eind december scoorde de VVD 23 zetels en de PVV van Wilders 35. Geert Wilders werd niet voor niets de politicus van het jaar!

In het zwarte gat, waarin ik nu zit te kijken, kun je niet zien hoe dat alles de nog resterende maanden zal gaan. Temeer ook omdat het CDA en D66 in de peilingen al weken blijven hangen. Er moet de komende twee maanden nog heel wat veranderen wil het mogelijk zijn dat VVD, CDA en D66 – die programmatisch dicht bij elkaar staan – getalsmatig een werkbare meerderheid zullen verwerven.

Veel zal ervan afhangen of de VVD-lijsttrekker Rutte – een uitstekend campaigner – in staat zal zijn een stevige premierbonus te scoren.

Bijna alle partijen hebben gezegd dat zij niet met de PVV willen regeren. Mijn standpunt is dat ik de partij van Wilders niet wil uitsluiten „omdat de mensen die op hem stemmen moeten weten dat zij niet een stel verdoemden zijn. Die moeten weten dat wij op hen letten, naar hen luisteren, ook rekening met hun opvattingen houden.” En: „Er zijn een heleboel gewone, aardige, nette hardwerkende mensen die op de PVV stemmen.” Zo stond mijn stelling opgetekend in HP/De Tijd van november.

Bij de regeringsvorming tellen natuurlijk de krachtsverhoudingen en de inhoud van de programma’s. Ook de persoonlijke verhoudingen. Dat wordt door sommige politici nog wel eens onderschat.

Ik vind ze wezenlijk. Er moet onderling vertrouwen zijn. En wederzijds respect. Elkaar het vel ook niet over de oren trekken. Zo kan ons land op zijn best worden geregeerd.

Ik zeg dat ook tegen Geert Wilders. Als zijn partij op 15 maart de grootste wordt, krijgt hij het voortouw in de formatiebesprekingen. Hij heeft dus veel zelf in de hand.