427150
Nieuws

Groene en slimme economie nodig

Begin 2014 piekte de werkloosheid in ons land op bijna 8%. Sinds deze piek is er sprake van een geleidelijke daling en op dit moment, zit 6,4% van de beroepsbevolking zonder werk. Uit recent onderzoek van De Nederlandsche Bank blijkt dat de trage afname van de werkloosheid samenhangt met een relatief traag herstel van de economische groei in ons land.

Wet van Okun

Het kwantitatieve verband tussen groei en afname van de werkloosheid staat bekend als de wet van Okun. Dit is geen echte wet maar een empirische vuistregel, die in veel landen blijkt te gelden, ook voor Nederland. Voor ons land geeft deze vuistregel aan dat voor een substantiële afname van de werkloosheid de economische groei boven de 2% per jaar moet liggen. Bij die groei is er sprake van een snelle toename van extra banen waarmee de werkloosheid kan worden teruggedrongen.

Bij het huidige groeicijfer, onder 2%, blijft het kwakkelen. De werkgelegenheid neemt nauwelijks toe en we zien dan ook een langzame daling van de werkloosheid. Gaan we af op de voorspelling van het Centraal Planbureau voor de periode 2017-2021 die uit gaat van een gemiddelde groei van 1,8% per jaar dan ziet het er voor de werkgelegenheid somber uit. Ook al omdat door digitalisering en automatisering er veel banen in het middensegment verloren gaan. Dit verlies wordt hopelijk op een later tijdstip gecompenseerd door nieuw banen in de zogenoemde smart industry. (www.smartindustryboek.nl)

Asscher heeft gefaald

Minister Asscher (SZW) die verantwoordelijk is voor het werkgelegenheidsbeleid in het kabinet Rutte 2 komt door de trage afname van de werkloosheid zowel binnen als buiten de politiek steeds meer onder vuur te liggen. De overheersende opvatting is dat zijn beleid heeft gefaald. Daarbij wordt vooral gewezen op zijn bureaucratische banenplannen die vele honderden miljoenen hebben gekost, maar geen echte nieuwe werkgelegenheid hebben opgeleverd.

Maar ook zijn paradepaardje, de wet werk en zekerheid (wwz) die tot meer vaste arbeidscontracten moet leiden, wordt als een mislukking beschouwd. In de praktijk werkt de wwz averechts; veel flexwerkers verliezen hun werkkring en vast werk neemt nauwelijks toe. In het bedrijfsleven wordt uitgezien naar een nieuw kabinet dat zowel de banenplannen als de wwz naar de prullenbak verwijst en het economische belang van zzp’ers onderkent. Maar ook dan rijst de vraag hoe politiek Den Haag een effectieve bijdrage kan leveren aan extra groei en meer banen. Bovendien hebben werkgevers en werknemers via een Sociaal Akkoord een optimale invloed op het werkgelegenheidsbeleid gehad en daar zou Asscher best wat meer op mogen wijzen.

Monetaire wapen uitgewerkt

Nederland is als exportland voor werk en welvaart sterk afhankelijk van de Europese en wereldeconomie. Bij een lage groei in de wereld daalt onze export en dat zien we terug in minder werkgelegenheid. In Europa dat kampt met lage groeicijfers is de Europese Centrale Bank (ECB) vorig jaar gestart met een ruim monetair beleid dat gekenmerkt wordt door een extreem lage rente. De bedoeling is dat met dit goedkope geld de groei van de economie in Europa wordt aangejaagd. De ECB heeft deze stap gezet omdat regeringen het lieten afweten.

Maar inmiddels is de rente extreem laag en soms negatief. Het monetaire wapen werkt niet meer en heeft negatieve bijwerkingen, onder meer voor spaarders. In steeds meer landen leidt dit tot terechte kritiek. Omdat de ECB onafhankelijk is, hebben de regeringen van de eurolanden geen invloed op dit beleid. Maar met hun kritiek op de ECB gaan ze wel erg gemakkelijk voorbij aan hun eigen verantwoordelijkheid en mogelijkheden om de groei aan te jagen. De politiek is nu aan zet en niet de centrale bankiers.

Aanjagen van groei

In de huidige economie, aangeduid als economie 4.0, die gekenmerkt wordt door online en innovatieve technologie, blijken traditionele recepten als belastingverlagingen en het laag houden van lonen minder effectief te werken dan vroeger. De enige echte oplossing waarmee de groei kan worden gestimuleerd, zijn grootscheepse, goed renderende investeringen in de infrastructuur. Daarmee de wordt de binnenlandse vraag bevorderd. Door het goedkope geld kan deze groei-impuls bovendien snel worden ingezet. Zowel de OESO als het IMF roepen regeringen op om daarmee haast te maken.

Groene smart economie

Voor een nieuw kabinet ligt hier een unieke kans om de Nederlandse economie in samenwerking met het bedrijfsleven om te bouwen tot een groene smart economie. De opstellers van de verkiezingsprogramma’s die daarmee nu aan het werk zijn, moeten traditionele recepten vergeten en volop in zetten op een radicale verbouwing waarmee een groene en slimme economie wordt gerealiseerd: hét nieuwe internationale visitekaartje van Nederland. Bij die verbouwing gaat het om investeringen in hernieuwbare energie, schoon elektrisch vervoer, isolatieprogramma’s voor woningen en gebouwen, zoals recent bepleit door Bouwend Nederland en energie-plus nieuwbouw.

Daarnaast moet er in de smart industry fors worden geïnvesteerd in energie-arme productie- processen en onderzoek naar zogenoemde doorbraaktechnologie waarmee we versneld afscheid kunnen nemen van het tijdperk van de fossiele brandstoffen. Slimme green tech start-ups kunnen daarbij een belangrijke rol spelen. De voordelen van deze verbouwing zijn groot. Naast een gezondere leefomgeving krijgen we een groene economie die minder afhankelijk wordt van het buitenland, meer banen kan scheppen en tot de slimste van de wereld behoort.

Ons advies aan alle opstellers van verkiezingsprogramma’s: begin snel helemaal opnieuw en kom met een bouwtekening voor de echte toekomst van ons land en die is GROEN en SMART.