Nieuws/Wat U Zegt

Stemmers: schoolregels tegen onzedelijke kleding

Uitslag Stelling: ’Gelijk door één tenue’

„Een schooluniform is wenselijk in de tijden waarin we nu leven. Het kan een hoop problemen voorkomen”, schrijft een deelnemer aan de stelling van de dag. Zeker zes op de tien respondenten sluit zich aan bij deze opvatting.

Kledingregels op scholen vinden de meesten uitstekend, maar zij willen niet dat scholen algehele lichaamsbedekking en/of hoofddoekjes voor leerlingen invoeren. En bij warm weer moet het mogelijk zijn voor scholieren om luchtige kleding te dragen. Zo stelt iemand: „In de zomer gewoon een rokje met blote onderbenen en voor jongens een korte broek.”

Een van de problemen die een schooluniform kan voorkomen is pestgedrag over kleding; voor tieners is persoonlijke expressie erg belangrijk maar het uniform maakt iedereen gelijk. Daardoor valt het onderscheid weg van jongeren die dure merkkleding kunnen dragen en diegenen die dat niet kunnen. Een vrouwelijke stemmer die in het buitenland is opgegroeid, bevestigt dit. „Ik ben zelf als Nederlandse in het buitenland opgegroeid waar een schooluniform op alle scholen verplicht is. Discriminatie op gebied van kleding komt daar niet voor.” Zij noemt overigens nog een voordeel: „het kan ouders aanzienlijk schelen in de kledingkosten.”

Een andere voorstander meent dat een schooluniform moreel gedrag aan kinderen aanleert. Maar dat wordt juist weer betwijfeld door drie op de tien deelnemers. Deze groep stelt bijvoorbeeld dat pestgedrag niet wordt voorkomen door een uniform. „Slachtoffers worden dan ’geselecteerd’ op bijvoorbeeld hun schoenen, horloge, soort telefoon of iets anders”, weet een tegenstemmer.

Waar de meerderheid het wel over eens is, is dat extremen op het gebied van kleding moet worden aangepakt. Aanstootgevende kleding of kleren die teveel het lichaam onbedekt laten, moet worden geweerd op scholen. „Kledingvoorschriften waarbij bijvoorbeeld rokjes tot een x-aantal centimeter boven de knie komen, navelbedekkende kleding en niet te bloot boven, vind ik niet meer dan normaal”, laat een stemmer weten. Bovendien maken velen het onderscheid tussen schooltijd en vrije tijd: „sexy kunnen ze zich in hun vrije tijd kleden. Tenslotte gaan ze naar school om te leren.”

Scholen mogen van de stemmers zelf weten welke regels zij opstellen omtrent ’passende’ kleding. Veel onderwijsinstellingen doen dat ook al. Zo wordt het meisjes op reformatorische scholen bijvoorbeeld verboden om broeken te dragen. Velen trekken ook de vergelijking met kledingvoorschriften in de werksfeer. „Een schooluniform is net zoiets als een dresscode die ook geldt in ziekenhuizen, advocatuur, rechtbanken. Op openbare plekken hoor je je zedelijk te kleden.”

Toch wijst drie op tien stemmers verplichte kledingvoorschriften door scholen geheel af. Kinderen moeten de vrijheid hebben om te dragen wat zij willen. Voor deze groep is vrijheid, of beter vrijheid van expressie, zeer belangrijk. Beknotting van deze vrijheid vatten ze op als betutteling en Nederland heeft al zoveel regeltjes.

Overigens meent de meerderheid dat als er kledingregels voor kinderen worden ingesteld, er ook een dresscode zou moeten gelden voor leerkrachten. Menige stemmer kent van vroeger nog voorbeelden van docenten die er ’slonzig’ bij liepen.

René van Zwieten