430795
Binnenland

VERWEG Panama

Caribische schoonheid

Nee dat past nooit! Toch vaart het ontzaglijk grote containerschip het zo smalle Panama-kanaal in. Vanaf een restaurantbalkon bekijken we het schouwspel van sluizen, die de schepen ingenieus naar een lager waterniveau brengen. We beseffen hier, op de laatste vakantiedag, dat achter dit fameuze uithangbord van Panama een zeer divers land schuilt.

Het boek is uit. De chipszak leeg. Terwijl hongerige pelikanen zich als een pijl op het zeewater storten, schommelt mijn hangmat aan de branding heen en weer tussen twee palmbomen. Een man komt aanvaren in een klein bootje en overhandigt een zak verse vis aan de jongen op de steiger voor het eiland. De zon verdwijnt even achter een wolk en er steekt een tropisch windje op. Palmbladeren boven mijn hoofd beginnen te zwieren... BOEM! Vlak naast mijn voet valt een kokosnoot van grote hoogte naast de hangmat in het zand. Pats, pats, boem. Even regent het kokosnoten op het mini-eiland voor de Panamese kust. We veren allebei een paar centimeter omhoog en verplaatsen onszelf, grijnzend en enigszins geschrokken, een meter naar links. Ach, er moest toch iéts zijn om je over te bekommeren in dit kleine paradijs.

Een dag eerder zijn we aangekomen op bounty-eiland Kuanidup, dat onderdeel is van de San Blas-archipel. In de vroege ochtend werden we opgepikt door een jeep bij ons hostel in hoofdstad Panama-Stad. De rit naar de Caribische kust duurt zo’n vier uur, waarbij het voor mensen met wagenziekte aan te raden is om de laatste twee uur voorin te gaan zitten. De weg slingert als een steile achtbaan door het groene gebergte.

De tour is perfect om alle drukte in Nederland te vergeten: kraakhelder water, geen elektriciteit (nee, ook geen wifi), wit zand, geen stromend water en twaalf hutjes met zanderige vloeren om als reiziger in te overnachten. Meer dan genieten en timen hoelang je er over doet om van de ene naar de andere kant van het eiland te lopen (1.08 minuut), valt er niet te doen. Het eiland wordt gerund door Kuna Yala’s, de oorspronkelijke bevolking van het gebied, die elke dag verse vis en banaan voor je bakken, je meenemen en rondleiden over hun eigen wooneiland en ’s avonds graag aanschuiven voor een goed glas rum en een gesprek.

Na een frisse ochtendduik zijn de laatste restjes rum uit ons hoofd weggespoeld en laten we het Robinson Crusoe-leven achter ons. De tour brengt ons terug naar Panama-Stad, van waaruit we een rondje gaan reizen door het westen van het land. Eerste busstop: dorp El Valle, dat tweeënhalf uur rijden is van de hoofdstad.

El Valle is een overnachting waard. Dit groene dorp ligt in de krater van een uitgedoofde vulkaan en is door de vruchtbare bodem ontzettend groen. Het is handig om je in dit lintdorp te verplaatsen per fiets, die je kunt huren bij een van de hostels. Fiets naar de ingang van de hotspring of naar de startpunten van wandelingen toe, die net buiten het dorp liggen. Onderweg zie je veel restaurantjes en kasten van huizen, die eigendom zijn van expats en rijke Panamezen die hier een tweede optrekje hebben.

Bij de naam Boquete bekruipt bij veel Nederlanders in eerste instantie een onaangenaam gevoel. Het dorp kwam twee jaar geleden in het nieuws toen de Nederlandse meiden Kris en Lisanne tijdens een wandeling in de jungle verdwenen. Het Pianista-pad dat ze met z’n tweeën bewandelden, is op dit moment gesloten, volgens een excursiebueau. De bewegwijzering wordt verbeterd. Met de nare gebeurtenis in ons achterhoofd besloten we in de bus naar Boquete (zo’n 7 uur reizen) om de jungle niet in te gaan zonder gids.

 

Toch liepen we twee dagen later zonder gids over de smalle paadjes van het regenwoud. De paden zijn goed aangegeven, het is veilig, benadrukten meerdere mensen. En zo voelde het ook. Wij liepen de adembenemende Quetzal-trail, vernoemd naar de paradijselijke vogel die hier in de jungle leeft, maar nauwelijks te spotten is zonder vogelkenner. Urenlang vergaapten we ons aan de tropische planten met het gedruppel van de regen tegen de bladeren op de achtergrond.

Als een Frans bergdorp, zo voelt Boquete aan. De rivier kabbelt door het centrum en met een mountainbike ontdek je de omgeving. Boquete ligt op zo’n 1100 meter en kent daarom frisse avonden. Typisch voor het gebied is de zogenoemde ’bahareque’, een lichte nevel terwijl de zon doorgaans blijft schijnen. Hou je ogen goed open voor regenbogen. De pot met goud tref je aan op de landgoederen langs de weg: de talloze koffieplantages. Het gebied leent zich uitstekend voor de koffieteelt. Naast veel zon en vocht, heeft de arabica-koffieplant ook hoogte nodig. Bij de vele koffietours die in het dorp worden aangeboden, kun je het proces van dichtbij bekijken en na afloop een verse kop koffie in de volle zon proeven.

Energie-reserves aangevuld ? Boek een tour en ga hiken, raften of kayakken in de omgeving.

We verruilen na zes dagen het aangename Boquete voor de toeristische eilanden van Bocas del Toro. Na een bustocht van drie uur door de bergen van het Amistad-gebied, stap je uit aan de warme Caribische kustlijn. Backpacks worden direct met een brede lach uit je handen getrokken, om ze een meter verder in een bootje te gooien. Met dezelfde brede lach wordt er daarna om een paar dollar gevraagd. Als we aanmeren bij de stad Bocas zien we de kade bezaaid met talloze eettentjes, van Thais en Japans tot Indiaas en Italiaans. Diverse bootbedrijfjes bieden hier tours aan naar mooie stranden, kleurrijke koraalriffen, dolfijnenbaaien en bars aan de waterkant.

Backpackers fietsen voorbij met hun surfboard achterop de fiets geklemd, op weg naar de hoge golven. Voor zwemmers is het hier niet veilig om de zee in te gaan vanwege de sterke onderstroming, de zogenoemde riptides. Neem een bus of bootje naar een strand waar de zee rustig is, bijvoorbeeld Starbeach.

De Afro-Caribische vibe overheerst op de eilanden. Iedereen lacht, surft, drinkt en niemand maakt zich druk. De tijd vliegt voorbij en zo is onze laatste middag op Bocas in no time aangebroken. Op geheel Caribische wijze bereiden we ons mentaal voor op de nachtbus terug naar Panama City: met een cocktail in een waterhangmat bij waterbar The Blue Coconut. Tussen twee houten palen in zee bungelen we de hele namiddag tot we, gerimpeld en voldaan, de zon zien zakken in de zee.

Reiswijzer

KLM vliegt rechtstreeks van Amsterdam naar Panama-City. Duur: 11 uur. Het tijdverschil is zes uur. Vanuit Panama City kun je een binnenlandse vlucht maken van en naar de populaire Bocas del Toro-eilanden.

Beste reistijd:

Buiten het regenseizoen om tussen december en april. In de bergen in het westen regent het gedurende het hele jaar vanwege het tropisch regenwoudklimaat.