432827
Nieuws

Vermeend en Van der Ploeg

Maak arbeidsmarkt veel flexibeler

Het werkgelegenheidsbeleid van het kabinet Rutte 2 is mislukt. Dat komt door meningsverschillen tussen PvdA en VVD over de beste aanpak. Volgens ons zijn extra banen alleen mogelijk met een verlaging van de zogenoemde wig en flexibilisering van starre arbeidscontracten.

Zwak punt

Tijdens de economische crisis van 2008-2009 liep de werkloosheid in Europa, ook in ons land, fors op. Daarna zagen we overal in de EU pogingen van regeringen om met speciale beleidsprogramma’s de werkloosheid terug te dringen. De effecten zijn nog matig en verschillen per land.

Hoewel Nederland in Europa tot de landen behoort met een relatief lage werkloosheid, is werkgelegenheid een zwak punt van het beleid van Rutte 2. Dat is vooral het gevolg van het verschil van mening tussen de coalitiepartners over de beste aanpak.

De PvdA zet vooral in op banenplannen, overheidsbanen en het terugdringen van flexibele arbeid. Daarnaast geldt deze partij als de steunpilaar van de FNV die een speerpunt heeft gemaakt van het behoud van dure collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) met een boekwerk aan starre voorschriften.

De VVD meent dat extra banen vooral moeten komen van het midden- en kleinbedrijf (mkb) en startups en dat flexibele arbeid juist een bijdrage levert aan werkgelegenheid. Door dit meningsverschil heeft Rutte 2 geen effectief werkgelegenheidsbeleid kunnen voeren en zitten we nu met een hoog werkloosheidscijfer van 6,5%.

Asscher

In de publieke opinie krijgt vooral de PvdA de schuld, met name Minister Lodewijk Asscher (SZW). Zijn dure banenplannen zijn geen succes en zijn pronkstuk, de Wet Werk en Zekerheid (WWZ), bedoeld om vaste arbeidscontracten te bevorderen en flexwerk af te remmen, wordt in brede kring als een mislukking beschouwd.

Asscher heeft op de arbeidsmarkt geen vrienden gemaakt. Zzp’ers zien de minister als een gevaar voor hun omzet en veel flexwerkers zijn boos op hem omdat hun contracten niet meer verlengd mogen worden, waardoor ze op straat komen te staan. Ook binnen het mkb, de banenmotor van onze economie, heeft de minister geen vrienden. Ondernemers verwijten Asscher dat hij geen enkel oog heeft voor de hoge loonkosten die vaste arbeidscontracten met zich meebrengen. Daarbij gaat het om de zogenoemde wig.

De wig als job killer

De wig is het verschil tussen de loonkosten voor de werkgever en het nettoloon dat de werknemer ontvangt. Dit verschil wordt veroorzaakt door twee factoren. De werkgever betaalt sociale premies bovenop het brutoloon dat de werknemer ontvangt. Deze zogenoemde werkgeverswig (werkgeverslasten) bedraagt veelal 26 tot 30% van het brutoloon. Over dit brutoloon betaalt de werknemer vervolgens belastingen en premies, waarna het nettoloon overblijft, dit verschil is de werknemerswig. Internationaal zit ons land in de kopgroep van landen met de hoogste wig.

Volgens mkb-ondernemers zijn de twee belangrijkste belemmeringen om mensen in vaste dienst te nemen, de hoge werkgeverslasten en de extreem lange duur van doorbetaling bij ziekte die kan oplopen tot langer dan twee jaar. Onderstaand voorbeeld maakt duidelijk dat voor veel kleine bedrijven vaste arbeidscontracten financieel niet haalbaar zijn.

Als een werkgever een modale werknemer (bruto circa 2800 euro per maand) in vaste dienst neemt, dan bedragen de loonkosten voor de werkgever in totaal ruim 42.000 euro per jaar. Dit bedrag omvat het bruto jaarloon plus de werkgeverslasten (in hoofdzaak sociale- en zorgpremies). Tegenover deze loonkostenpost van 42.000 euro staat een netto jaarloon van werknemer van ongeveer 25.000 euro.

Een hoge wig heeft ook een ongunstige invloed op het arbeidsaanbod. Dat neemt af naarmate de wig hoger is, waardoor minder mensen bereid zullen zijn zich aan te bieden op de arbeidsmarkt. En dan wordt arbeid in ons land ook nog eens afgeremd door de extreme marginale wig. Deze geeft het verschil weer tussen de loonkosten voor de werkgever en het netto inkomen voor de werknemer berekend over een loonstijging van 1 euro. Voor sommige groepen werknemers bedraagt deze wig 60 procent of zelfs meer. Van iedere euro aan extra loonkosten van een bedrijf komt daardoor slechts 40 eurocent ten goede aan de werknemer in de vorm van een hoger nettoloon.

Wie deze cijfers ziet, zal begrijpen waarom ondernemers in het mkb vaste arbeidscontracten zoveel mogelijk proberen te voorkomen en kiezen voor flex. De hoge wig heeft ook tot gevolg dat veel nuttig werk niet wordt uitgevoerd omdat de loonkosten veel te hoog liggen. Daarnaast gaan de tegenstanders van flexibele arbeid voorbij aan het feit dat flexwerkers en zzp’ers belangrijk zijn voor onze economie en werkgelegenheid.

Niet zeuren

Minister Asscher en zijn bondgenoot, de FNV, voeren hun kruistocht tegen flexwerk onder de vlag van een sociale arbeidsmarkt. Maar door de dure en starre cao’s, het visitekaartje van de FNV, heeft juist deze bond een bijdrage geleverd aan de hoge wig in ons land en dan moet je niet zeuren dat kleine ondernemers om te kunnen overleven, voor flexwerkers kiezen.

Een ruime meerderheid van de kiezers in ons land is voorstander van een arbeidsmarkt die werknemers financiële en sociale zekerheid biedt. Ook werkgevers hebben daar belang bij. Maar Asscher en de FNV hebben geen oog voor de harde realiteit dat het komende decennium de Nederlandse arbeidsmarkt door digitalisering, nieuwe technologische ontwikkelingen, automatisering en een toenemende internationale concurrentie, ingrijpend zal veranderen. Overal in de wereld zien we daardoor een toename van flexwerk. Het is dan ook een illusie dat je deze ontwikkeling in Nederland zou kunnen tegenhouden; bovendien wordt deze trend in ons land nog eens extra gestimuleerd door de hoge wig en ondoordachte wetgeving, zoals de WWZ.

Bedrijven in ons land moeten wereldwijd concurreren met ondernemers in andere landen die geen last hebben van torenhoge werkgeverslasten en ministers die flexwerk in de ban doen. Bovendien is het in het huidige digitale tijdperk voor veel ondernemers vrij simpel om snel te verhuizen naar een land met een vriendelijker bedrijfsklimaat. Zo zien wij in Londen een toename van startups uit Nederland die menen dat ze in Nederland vanwege de hoge werkgeverslasten niet snel genoeg kunnen doorgroeien.

Van groot belang

Flexwerk is van groot belang voor onze economie en werkgelegenheid. Daarom moeten maatregelen die barrières opwerpen en ook nog eens averechts werken, de prullenbak in en dient de nadruk te worden gelegd op het verlagen van de wig en het flexibiliseren van vaste arbeidscontracten. Dat is zowel goed voor extra banen als een sociale arbeidsmarkt.