Nieuws/Binnenland
436455
Binnenland

Iedereen blind voor taalproblemen kind

Amsterdam - Lastig uit je woorden komen, een beperkte woordenschat en moeite om te begrijpen wat een ander tegen je zegt. Het is dagelijkse kost voor kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS). De afwijking wordt veel te laat herkend en dat leidt tot problemen.

Dat stellen experts en ervaringsdeskundigen. „Het is een probleem dat ernstig wordt onderschat”, zegt Jeannette Schaeffer, hoogleraar taalverwerving aan de Universiteit van Amsterdam. Harry Knoors, hoogleraar orthopedagogiek aan de Radboud Universiteit, is van mening dat kinderen baat hebben bij een vroege diagnose.

Kinderen met TOS kunnen zich moeilijk uiten en voelen zich onbegrepen. Een op de vijftien kinderen worstelt met de stoornis. Ter vergelijking: autisme komt voor bij één op de honderd kinderen.

Een taalontwikkelingsstoornis is voor ouders niet gemakkelijk te herkennen. Een peuter die nog weinig woorden kent, moeite heeft om op woorden te komen of alleen praat in korte zinnen kan last hebben van de stoornis.

Astrid Roest, lid van de vakgroep preventieve logopedie bij de GGD, noemt bezuinigingen op logopedisten een probleem: „Screeningen worden bij gebrek aan logopedisten regelmatig uitgevoerd door kinderartsen en -verpleegkundigen.” Maar, aldus Schaeffer: „Gewone artsen beschikken vaak niet over de kennis om de signalen van TOS op te pikken.”

Knoors legt uit dat het belangrijk is dat een TOS snel, het liefst voor de tweede verjaardag wordt opgespoord.

Bij een diagnose na het vierde levensjaar ontstaan vaak blijvende problemen. Knoors: „Als een kind zonder TOS boos is, kan het zichzelf tot de orde roepen. Leeftijdgenoten met een stoornis kunnen dat niet. Ze tellen niet tot tien, maar delen direct een klap uit. Ook emoties van anderen zijn zonder taalvaardigheid slecht te begrijpen.”