Nieuws/Binnenland
436720
Binnenland

D e Molukken

Kruidige sporen

Kleine eilandjes zijn De Molukken maar en ze liggen heel ver weg. Bloedmooi, dat wel, weelderig begroeid in minstens honderd tinten groen. En ze hebben een ongelooflijk belangrijke rol gespeeld in de Nederlandse geschiedenis.

Een beetje moedeloos kijkt gids Magafira Ali ons aan. We staan op een overwoekerde vuilnisbelt waar tientallen kippen scharrelen tussen de lege flessen, kapotte afwasteiltjes en stoelen met twee poten. Hij trekt wat lianen weg van een stuk steen. ’Hier onder rust het stoffelijk overschot van Johannes Verschoor, in leven resident van Banda, geboren te Groningen den 24e maart 1794, overleden te Banda den 28e april 1844, R.I.P’ , lezen we.

 

Magafira wijst om zich heen: „Er zijn op dit kerkhof ongeveer 200 Nederlandse graven van Nederlanders, sommige uit de zeventiende eeuw. Je zou al het vuilnis moeten opruimen en de zerken uitgraven; dat is mijn project - of liever gezegd: mijn probleem. Weten jullie niet iemand in Nederland die me zou kunnen steunen?”

Het is een man met missies. Het herstel van het Nederlandse kerkhof op Banda Neira is daar maar een van. Naast gids is Magafira ook leraar Engels, rekenen en muziek op een soort naschoolse opvang, en heeft hij zich ten doel gesteld Banda schoner te maken. Hij laat mensen plastic inzamelen en enkele vrouwen maken daar onder meer leuke tassen, sleutelhangers en etuis van, die ze weer aan toeristen verkopen.

Hij laat ons de bijzonderheden van zijn eiland zien. Fort Belgica, in 1611 gebouwd en met een tunnel verbonden met het lager gelegen en vervallen fort Nassau; de tunnel is dichtgemaakt omdat de plaatselijke jeugd erin voetbalde, zo groot was-ie. De Nederlandse kerk, ook mooi gerestaureerd. Het huis van VOC-gouverneur-generaal Jan Pieterszoon Coen. In het museum memoreert een groot schilderij aan de moord in 1621 op 42 orang kaya (hoofdmannen) waartoe Coen zijn Japanse huurlingen opdracht gaf. Coen en zijn wandaden zitten nog diep bij sommige mensen.

De Banda-eilanden waren lang geleden de enige eilanden ter wereld waar de muskaatboom groeide, leverancier van nootmuskaat en foelie. En alleen in het noorden van de Molukken, op de eilanden Ternate en Tidore, stond de kruidnagelboom. Arabische, Chinese en Javaanse handelaren kochten de nootmuskaat, foelie en kruidnagel op, om voor woekerprijzen weer door te verkopen. Uiteindelijk landden eerst de Portugezen op de eilanden, daarna de Spanjaarden en uiteindelijk de Nederlandse VOC, die met veel bloedvergieten een monopolie wist te bewerkstelligen. Een van de kleinere eilanden, Run, werd na de tweede Engelse-Hollandse oorlog in 1667 zelfs geruild voor Manhattan, zo belangrijk was de kruidenhandel.

 

In het spoor van de ontdekkingsreizigers begonnen we onze reis in het noorden, op Ternate. Een vulkaaneiland met een omtrek van zo’n 40 kilometer, en met 3 forten en een castello, eigenlijk ook een soort fort. Tegen de weelderig groene hellingen van de vulkaan (de laatste uitbarsting was vorig jaar) groeien nog steeds de kruidnagelbomen, zoveel dat er mensen uit Noord-Sulawesi worden gehaald voor de oogst. Ze slapen met complete families in tentenkampen tussen de bomen. Ternate telt maar zo’n 200.000 inwoners, maar wat kunnen die een herrie maken! Auto’s, busjes, brommers en scooters - vooral heel veel brommers en scooters, ook met meisjes, die stoer met wapperende hoofddoekjes (het eiland is 95% islamitisch) voorbij toeteren. Wel gezellig hoor, al die mensen. En ze zijn allemaal even lief en aardig. En maar stralend roepen: ’Hello, mister, how are you!’ – ook tegen vrouwen. Als witte toerist val je hier nogal op – er komen er misschien 500 per jaar in dit stukje wereld – en echt iedereen wil met je op de foto, zelfs politieagenten.

Tidore (tien minuten met een fastboot, 2 kilometer meer omtrek dan Ternate, hier maar twee forten) is een stuk rustiger. Overal op straat ligt kruidnagel te drogen. Omdat er een goede prijs voor wordt betaald, zo’n 7 euro per kilo, is het eiland redelijk welvarend.

Vervolgens pakken we het vliegtuig naar Ambon (we bezoeken twee forten) en nemen we de fastboot naar Banda Neira. Die doet er ongeveer 5 uur over. Onvoorstelbaar hoe ze ooit ontdekt zijn, is de onvermijdelijke gedachte als je een paar uur lang niets ziet behalve zee.

 

Op Banda Neira zijn nog maar twee kleine pereken, van het Nederlandse perken, de plantages die nadat Coen de plaatselijke bevolking had uitgemoord werden toegewezen aan Hollanders, de perkeniers. Voor meer gaan we op kruidentocht naar Banda Besar (één fort). Met een ojec – een brommertje dat als taxi fungeert – komen we bij Groot Waling, het perk van Pongky van den Broeke, waar zijn voorvader Jan in 1621 neerstreek.

In 1942 zijn alle muskaatbomen op het eiland door de Japanners omgehakt om er cassave te planten, vertelt Pongky. Zijn familie had ooit vijf perken, die na de vrijheidsoorlog onteigend zijn. Inmiddels heeft hij er een halve terug, als genoegdoening. Zijn belangrijkste business is het stekken van de boom, en inmiddels staan er weer 4000 muskaatbomen op Banda Besar. Zijn stekjes gaan overigens de hele wereld over, net als de olie die hij van de nootmuskaat perst.

In 1999 braken er op de Molukken onlusten uit tussen christenen enerzijds en moslims anderzijds – ze noemen het zelf ’het conflict’. Beide bevolkingsgroepen moordden elkaar uit en en brandden elkaars dorpen plat. Pongky verloor hierbij zijn vrouw, moeder, tante en twee dochters.

Als we het er met de lokale bevolking over hebben, begrijpen ze zelf ook niet zo goed wat er precies is gebeurd. „Mensen van buitenaf hebben ons opgehitst”, is de meest gehoorde verklaring. Iedereen gaat echter nu weer vrolijk met elkaar om, in ieder geval ogenschijnlijk. Maar op Saparua zie je bijvoorbeeld nog steeds een heel dorp in ruïnes. Overigens ook veel nieuwbouw, deels bekostigd door de Staat.

Ook heel bijzonder op dit eiland (twee forten): overal Nederlandse en vlaggen en de opschriften ’Netherland’ en ’KNVB’. Ze zijn gek op Nederlands voetbal. Als Nederland een wedstrijd wint, is Saparua te klein, zeg maar. Iedereen heeft ook wel familie in Nederland, en vaak zijn ze er op bezoek geweest. En om rekening mee te houden: als reactie op de oproep tot gebed door de muezzin in de vele moskeeën, laten ze hier christelijke liederen en gebeden horen via een luidspreker bij de kerken.

Voor de absolute rust zoeken we daarom een idyllisch hotel op Ceram, Ora Beach, aan de rand van het nationale park Manusuela. Een prachtig mooi plekje, alleen per boot te bereiken, hutjes op palen in het water, tropisch aquarium onder je terras. De tegen de rotsen beukende golven vormen een prachtig slaaplied.

Reiswijzer De Molukken

Wij vlogen met Garuda Indonesia non-stop naar Jakarta (14 uur) en vervolgens naar Ternate (4 uur), Ambon (1,5 uur), Jakarta(4 uur) en weer naar Amsterdam. De reis lieten wij in Nederland samenstellen door Merapi Tour & Travel en kostte inclusief vluchten en bootreizen, transfers, accomodaties, privé-auto met chauffeur, gids, excursies, entrees en een aantal maaltijden circa 3000 euro pp. Bij een toeristisch bezoek van minder dan 30 dagen is geen visum nodig als je reist via de luchthavens van Batam, Denpasar, Jakarta, Medan of Soerabaja.

Koers: 1 euro is ongeveer 14.000 rupiah.