438281
Nieuws

Veel burgers zijn boos, ondanks goed draaiende economie

Volgens de meest recente lijstjes van internationaal gezaghebbende denktanks behoort Nederland tot de best presterende economieën van Europa. Bovendien wordt het kabinet Rutte 2 geprezen om zijn hervormingsbeleid. Ook binnen het internationale bedrijfsleven wordt met veel waardering over ons land gesproken.

Ruim drie jaar geleden was dat anders. Toen Rutte 2 in november 2012 van start ging, was er in Nederland sprake van een krimpende economie, nam de werkgelegenheid af en lag het overheidstekort rond de 4%. Nederland behoorde toen tot de EU-landen met de slechtst presterende economieën. Op dit moment maken we deel uit van de Europese kopgroep van landen met een sterke economie en gezonde overheidsfinanciën. Dat is ook de conclusie van de internationale denktank OESO die deze week een lovend rapport presenteerde over onze economie en het economische beleid van Rutte 2. De lof die Rutte 2 oogst, zien we niet terug in opiniepeilingen. Integendeel. De coalitie van VVD en PvdA behaalde bij de verkiezingen in 2012 samen 79 zetels en schommelt nu in de peilingen tussen de 30-40 zetels, waarbij vooral de val van de PvdA naar 9-12 zetels opvalt. Verreweg de grootse winst zien we bij de PVV van Wilders; van 15 zetels bij de verkiezingen naar scores tussen 27-40. Over het algemeen is een goed draaiende economie in het voordeel van regeringspartijen die je terugziet in peilingen, maar niet bij Rutte 2.

Hoop op betere uitslag

Binnen de VVD en PvdA wordt nog steeds verwacht dat bij de Kamerverkiezingen, maart 2017, als het gaat om echte Kamerzetels, de uitslag bij een mooie economie veel beter zal zijn. Ze gaan er ook vanuit dat er economisch en budgettair gezien geen ruimte is voor een radicaal ander beleid. Bovendien heeft de oppositie, met uitzondering van de SP en de PVV van Wilders, het beleid van Rutte 2 op hoofdlijnen gesteund. Daarnaast wijzen ze erop dat de ‘peilingswinnaar’, de PVV, kiezers niets te bieden heeft. Alle andere politieke partijen hebben nu al gezegd dat ze vanwege zijn extreme opvattingen en beledigingen aan hun adres niet met Wilders willen regeren. Aanhangers van de PVV menen dat deze opstelling niet democratisch is, maar negeren twee belangrijke feiten. De PVV wordt met slechts één lid, Geert Wilders, niet beschouwd als een democratische partij. Bovendien wordt in ons staatsbestel de samenstelling van een kabinet bepaald door een politieke meerderheid in de Tweede Kamer. Ook al zou de PVV met bijvoorbeeld 30 zetels de grootse partij in de nieuwe Tweede Kamer worden dan staan daartegenover 120 Kamerzetels van partijen die aan hun kiezers duidelijk hebben gemaakt dat ze de opvattingen en opstelling van Wilders afwijzen.

Boze burgers

De ervaring leert dat peilingen weinig zeggen over de echte uitslag en dat veel kiezers in de laatste weken of zelfs pas in het stemhokje hun keuze bepalen. Speculeren doen we niet, maar we zetten wel vraagtekens bij de optimistische verwachting binnen de coalitie. De regeringspartijen gaan voorbij aan de slechtere prognoses voor onze economie en de fouten van het kabinet op het terrein van de arbeidsmarkt, de pensioenen en de gezondheidszorg. Die fouten hebben veel boze burgers opgeleverd en die boosheid is niet zo maar verdwenen. Het ziet ernaar uit dat vooral de sociaaldemocraten daarvoor de rekening gaan betalen.

VVD en PvdA hebben in de resterende regeerperiode nog maar beperkte mogelijkheden om in 2017 bij de verkiezingen veel beter te scoren dan in de huidige peilingen. In de miljoenennota 2017, de laatste van Rutte 2, zal in ieder geval een overtuigend plan van aanpak gepresenteerd moeten worden om de terugvallende groei van onze economie aan te jagen. In een eerdere column hebben we gepleit voor een pakket met goed renderende overheidsinvesteringen in hernieuwbare energie en duurzame infrastructuur, zoals aanbevolen door de OESO. Kijken we naar onze arbeidsmarkt dan staat nu wel vast dat het polderbeleid van het kabinet is mislukt. De Wet werk en zekerheid (Wwz), het paradepaardje van het sociaal akkoord, bedoeld om het flexwerken terug te dringen en vaste arbeidscontracten te bevorderen, blijkt in de praktijk averechts te werken. Minder vast en meer flex is de uitkomst en dat leidt tot boze werkgevers en werknemers. Alleen PvdA-minister Asscher ( SZW ) en Ton Heerts (FNV) proberen deze wet nog te verdedigen. Door deze opstelling zal vooral de PvdA verdere kiezersschade oplopen, ook al omdat deze partij met voorstellen voor extra regelgeving zzp’ers op de kast jaagt en nu ook nog eens met boze werknemers te maken krijgt. Zo maak je geen vrienden. Voor Asscher is er maar één oplossing en dat is gewoon erkennen dat de wet niet werkt en daarom snel zal worden aangepast.

Uitvoering vertragen

Ook bij ouderen heeft Rutte 2 het volledig verbruid. Ze zijn boos over de kortingen op hun pensioenen. Als belangrijkste boosdoener wordt PvdA-staatssecretaris Jetta Klijnsma aangewezen. Vooral omdat ze prima voorstellen vanuit de pensioenwereld en ouderenorganisaties waarmee deze kortingen voorkomen kunnen worden, heeft afgewezen. Ook hier is er maar één oplossing. De kortingen worden in de ijskast gezet en de vraag of ze al dan niet nodig zijn, wordt beoordeeld bij de aangekondigde herziening van ons pensioenstelsel dat gekenmerkt zal worden door meer flexibiliteit en keuzevrijheid ( pensioenen tussen 60-70 jaar). Tot slot is er veel boosheid over de herziening van ons zorgstelsel, vooral bij de langdurige zorg. Om geen misverstand te wekken; vanwege de budgettaire houdbaarheid van het stelsel en een verhoging van het kwaliteitsniveau was deze hervorming dringend nodig. Maar ook hier laat de praktijk zien dat de snelheid waarmee de maatregelen zijn of worden doorgevoerd voor veel mensen, vooral kwetsbare ouderen, tot pijnlijke gevolgen leiden. En ook tot het verlies aan waardevolle banen. Omdat het terugdraaien van deze hervorming geen optie is, zou Rutte 2 een deel van de negatieve effecten en boosheid kunnen wegnemen door het tempo van de uitvoering te vertragen. Met twee jaar extra heeft de zorgsector meer ruimte om tot verantwoorde aanpassingen te komen.