Nieuws/Buitenland

Eerste Auschwitz-proces over familie Anne Frank

NEUBRANDENBURG - Het eerste Auschwitz-proces over de deportatie en de moord op de familie van Anne Frank is vandaag, ruim zeventig jaar na de Tweede Wereldoorlog, in Duitsland van start gegaan. Voor de rechtbank in Neubrandenburg verscheen de 95-jarige verdachte en ex-SS’er Hubert Zafke echter niet. Hij zat met naar verluidt hoge bloeddruk en zelfmoordneigingen thuis.

Er waren grote verwachtingen aan het proces een van de laatste rechtszaken over Auschwitz. In de rechtszaal waren veel jonge mensen aanwezig om uit ooggetuigenverslag nog een kans te krijgen iets over de misdaden van de nazi’s te weten te komen.

Maar Oost-Duitser Hubert Zafke zat volgens zijn advocaat thuis. De rechter stuurde nog een gerechtsarts en een psychiater naar hem toe, maar die konden niet snel genoeg beoordelen of de verdachte toch had kunnen komen. Over twee weken wordt het proces hervat.

Massamoord

Op vijf september 1944 kwam de trein van het Nederlandse kamp Westerbork in Auschwitz aan. Daarin zaten honderden joden, onder wie Anne Frank, haar zus Margot, vader Otto en moeder Edith. Op dat moment was Hubert Zafke verpleger in Auschwitz. Volgens de huidige Duitse rechtspraak is alleen zijn aanwezigheid als SS’er in het vernietigingskamp voldoende voor een veroordeling.

Moeder Edith Frank kwam in Auschwitz om het leven. Anne Frank en haar zus Margot werden verder gedeporteerd naar kamp Bergen Belsen, waar ze vermoord werden. Alleen vader Otto overleefde Auschwitz. Hij kon later in Amsterdam het dagboek van de wereldberoemde dochter Anne publiceren.

Hubert Zafke wordt verdacht van medeplichtigheid bij de massamoord op 3681 mensen, die met veertien treinen naar Auschwitz kwamen. Onder hen waren ook 1019 mensen uit Nederland, van wie 498 mannen, 442 vrouwen en 79 kinderen.