Nieuws/Binnenland

’Noodknop wandelaars alléén voor levensgevaar’

De groep van 13 Nederlandse sneeuwwandelaars die door slecht weer gestrand was in de Noorse bergen, verstuurden vrijdagochtend twee keer een noodsignaal vanaf een gps-zender. De reddingsteams van het Noorse Rode Kruis rukten ondanks het bar slechte weer en onder gevaarlijke omstandigheden direct uit, om de Nederlanders 's middags ongedeerd terug te vinden in een kleine hut.

Bij gebrek aan informatie over de toestand van de Nederlanders werd zonder aarzeling een grootscheepse reddingsactie op touw gezet. De reddingsteams van het Noorse Rode Kruis hielden rekening met het slechtste scenario. Is er een lawine geweest in het gebied en liggen alle 13 deelnemers onder meters sneeuw bedolven? Is er sprake van gewonden? Is de groep nog bij elkaar of zijn er personen vermist?

De twee ingezette helikopters moesten al snel terugkeren: nauwelijks zicht en te harde wind. Er zat niks anders op dan de Nederlanders met sneeuwscooters te bereiken in lawinegevaarlijk terrein. Er was bijna anderhalve meter verse, losse sneeuw gevallen. Een extreem zware en gevaarlijke tocht over 11 kilometer hemelsbreed waar de reddingsteams 4 uur over deden. Onder goede omstandigheden is zo'n afstand in een klein half uur af te leggen met een sneeuwscooter.

Na de geslaagde reddingsactie rees al snel de vraag of de Nederlanders de noodknop op de satellietzender onterecht gebruikt hadden. De Nederlanders waren weliswaar overvallen door plotseling slecht weer en schuilden in een hut, maar waren verder ongedeerd.

De groep was na de redding zeer verbaasd over alle commotie rond de reddingsactie en leek niet te beseffen wat een noodoproep via een satelliet betekent en teweegbrengt.

De Noor Torstein Gustavsen, zelf avonturier en outdoorfanaat, maakt regelmatig tochten in de onherbergzame gebieden van Noorwegen. Hij is heel stellig: “De noodknop indrukken van zo'n gps-zender? Dan ben je in levensgevaar. Bijvoorbeeld gewond, of al dagen door je voedselvoorraad heen en kun je echt niet meer wachten tot het weer beter wordt om op eigen kracht terug te gaan”.

Torstein vervolgt: “Zoals ik dit nu hoor was er hier geen sprake van direct levensgevaar. Wat mij betreft mag de groep best een rekening krijgen voor de reddingsactie. Je moet echt weten waar die knop voor bedoeld is, voordat je erop drukt”.

Gustavsen stelt dat de Nederlanders een satteliettelefoon mee hadden moeten nemen, waardoor tweerichtingscommunicatie mogelijk was geweest. Dan hadden de Noren contact kunnen leggen met de Nederlanders in de hut en de ernst en urgentie van de situatie kunnen inschatten. “Een satelliettelefoon is erg duur, dus ik snap de keuze voor deze goedkopere zender wel, maar die heeft dus als groot nadeel dat het slechts eenrichtingsverkeer is: je kunt een noodsignaal uitzenden en that's it. Dan gaan alle bellen af”.

Het noodsignaal van de Nederlanders werd opgevangen in Houston, Texas in de Verenigde Staten. Het bericht bevatte slechts locatiegegevens (GPS-coördinaten) die wezen naar een berggebied in Gudbrandsdalen in Midden-Noorwegen. Omdat de Noorse autoriteiten verder geen enkele informatie hadden over de toestand van de Nederlanders werd een grote reddingsactie gestart.

“Kijk, verduidelijkt Torstein, ik zou het persoonlijk niet op mijn geweten willen hebben dat de traumahelikopter mij komt halen in de bergen, terwijl daardoor de hulp aan iemand met een hartstilstand te laat komt. Snap je?”