441620
Binnenland

Mayacultuur in Guatemala en Belize

Heersers van het regenwoud

Tussen het Spaanstalige Guatemala en het Engelse Belize bestaat een wereld van verschil. Maar wat ze gemeenschappelijk hebben is de Maya-cultuur. Wij bezochten de belangrijkste Maya-steden en zwommen een grot binnen waar de Maya’s mensenoffers brachten. Allemaal als voorproefje op de expositie 'Maya’s -Heersers van het Regenwoud’ vanaf 28 februari in Assen.

Na een wandeltocht door het regenwoud, waarbij we met behulp van een gespannen touw drie snelstromende rivieren oversteken, staan we ineens voor de diepe poel die naar de Maya-grot Actun Tunichil Muknal leidt. Gelukkig is het maar een klein stukje zwemmen met onze kleren en schoenen aan. Die laatste zijn hard nodig vanwege de scherpe stenen op de bodem van de grot die we enkele kilometers zullen doorwaden.

Buiten heeft gids Orlando ons gewezen op een plateau waar de elite en de priesters van de Maya’s bijeen kwamen alvorens de donkere grot in te gaan voor hun offers. Wat we binnen in de schitterende druipsteengrot aantreffen overtreft onze stoutste verwachtingen. De mijnwerkershelm met ledverlichting is geen overbodige luxe. Om de haverklap stoot je je hoofd tegen uitstekende stenen. Op een gegeven moment moet je je borst en kin inhouden en vervolgens je hoofd een kwart slag naar voren draaien om door een nauwe rotsspleet te komen. De wanden en de sierlijk gedraaide druipsteenpilaren zijn spekglad en in het midden van de rivier staat een flinke stroming. Het is zaak om langs de kant te blijven. Zonder het licht van de helm is het aardedonker. Hoe deden de Maya’s dat meer dan duizend jaar geleden met alleen maar brandende toortsen?

Milieuramp

Wanhoop vanwege droogte en voedselgebrek dreef hen steeds dieper en hoger de grot in. Zo dun bevolkt als Belize nu is (totaal 350.000 inwoners) zo dichtbevolkt was het in de tijd van de Maya’s. Alleen in dit gebied tegen de grens van het huidige Guatemala woonden al een half miljoen mensen. Door de overbevolking kapten ze steeds meer oerwoud om mais en andere gewassen te verbouwen. Daarmee veroorzaakten ze ook toen al een milieuramp. De grot, die als de onderwereld en als de baarmoeder van Moeder Aarde werd gezien, was de aangewezen plek om de hulp van de regengod Chaac af te smeken. Tussen 700 en 920 werd aan het eind van elke Katun (periode van 20 jaar) een offerceremonie gehouden. Dat begon met potten en schalen met de opbrengst van de oogst en eindigde met mensenoffers van zowel volwassenen als kleine kinderen.

 

 

Die offers liggen tot onze verbijstering nog gewoon in de grot. Van schedels tot complete skeletten, verkalkt en tot een geheel versmolten met de wonderschone omgeving. In het schijnsel van onze lampen lichten de calcietkristallen op van het skelet dat de Kristallen Maagd wordt genoemd. Aanvankelijk dacht men aan een jonge vrouw, maar de laatste onderzoeken spreken van een man. Dat doet niks af aan het ontzag en de treurigheid waarmee je als toeschouwer wordt vervuld. In de ruimte achter het skelet dat er dramatisch bij ligt, wijdbeens en alsof het schreeuwt, is een baby geofferd van slechts vier maanden oud. Ergens anders in de grot hebben we het gereedschap gezien waarmee de slachtoffers de schedel zijn ingeslagen en de geofferde potten en vazen met opzet zijn doorboord. We zijn er stil van. Dit is gestolde tijd. Dichterbij de Maya’s kun je niet komen.

Sokken

Eigenlijk is het verwonderlijk dat je hier als toerist gewoon kunt rondlopen tussen de stukken die normaal in een museum thuishoren. Maar omdat alles vastzit in de kalk is een vitrine geen optie. We zijn opgetogen over deze ultieme ervaring, maar zien ook dat de openstelling van de grot zijn keerzijde heeft. Zo heeft een bezoeker die zich verstapte een schaal verbrijzeld en zit er in een van de schedels een grote jaap omdat er een camera op is gevallen. Fotograferen en filmen is sindsdien streng verboden en als we tegen de druipsteenwanden naar de hoger gelegen offerruimtes klimmen moeten de schoenen uit. Op sokken zoeken we onze weg over smalle paadjes die amateuristisch zijn afgezet met rood-witte tape.

Overal liggen de overblijfselen van de Maya’s van versierde potten tot gekartelde stenen messen, schedels en beenderen. De enorme vaten staan nog op de plek waar ze door de Maya’s zijn achtergelaten. Van sommige schedels en beenderen is dat niet zeker. Ze zijn wellicht verplaatst door het sijpelende water. Toch kun je er nog van alles aan aflezen. Zo is te zien dat de handen van een tegen zijn wil geofferde 12-jarige jongen op de rug zijn samengebonden. Totaal hebben de archeologen achttien mensenoffers geteld, waaronder zeven volwassenen. ,,Kinderen en met name baby’s werden geassocieerd met water en regen omdat de Maya’s vonden dat hun geluid op dat van kikkers en padden leek”, zegt archeoloog dr. Allan F. Moore. ,,Men begon met het offeren van wierook en van bloed, verkregen door de tong of de penis te doorboren. Maar toen de wanhoop over het uitblijven van regen toenam, ging men mensen offeren aan Chaac, die naast de god van de regen ook de god van de vruchtbaarheid en van de medicijnen tegen ziekten was."

 

 

Claustrofobie

Volgens Orlando is het bezoekersaantal wel gelimiteerd. Slechts 22 gidsen hebben toestemming en ze mogen niet meer dan acht bezoekers per keer in de grot rondleiden. Afgezien van het beschermen van de objecten en de druipsteenformaties is dat ook voor de veiligheid. Iedereen wordt aangeraden om zijn voeten precies in de voetstappen van de gids of van zijn directe voorganger te zetten. Het is een kwestie van opperste concentratie en daarbij moet je niet lijden aan hoogtevrees of claustrofobie. Slechts op een plek komt er licht binnen via een gat in het dak. Het is niet zeker of de Maya’s hierdoor binnenkwamen in plaats van via de rivier. Waarschijnlijk hebben ze door het gat wel de enorme keramieken potten naar beneden laten zakken. De enige levende wezens die wij zien zijn de vleermuizen. De gewijde atmosfeer en het besef dat we ver teruggeworpen zijn in de tijd maakt opgewonden en nederig tegelijk. Niet voor niets schrijven reizigers op YouTube dat dit een van hun spannendste en boeiendste ervaringen ooit was.

Zodra we terug zijn in ons gezellige bungalowpark, het Log Cap Inn Resort vlakbij San Ignacio, breekt een stortbui los. De regengod laat van zich horen. Dat levert de volgende dag veel modder op als we langs de zeer matige wegen van Belize naar de Maya-ruine El Caracol rijden. Maar we genieten van het groen in de aan een gesloten Nationale Parken. Van de krokodillen in de rivieren, die voor de Maya’s als wegen fungeerden. Langs de weg staan waarschuwingsborden voor overstekende tapirs. Er is altijd wel iemand die de pootafdruk van een jaguar gezien heeft, al worden de nachtdieren vrijwel nooit in het echt gespot. Voor ons rijdt een pick-up met de vrolijke hoogblonde kopjes van Amish-kinderen. Naar Belize geëmigreerd vanuit Mexico en nog steeds een vreemd soort Duits machtig.

El Caracol

De bevolking en de kleurrijke huizen op palen van Belize doen Caribisch aan. De vroegere kolonie Brits Honduras straalt een heel andere sfeer uit dan buurland Guatemala. Naar Belize, dat met zijn koraalrif geliefd is bij duikers, gaan Amerikanen graag met vakantie of zelfs op huwelijksreis. Belize-Stad wordt aangedaan door cruiseschepen. De meeste toeristen beperken zich tot de daar dichtbij gelegen Maya-stad Altun Ha. Tot verdriet van dr. Allan Moore, die het veel grotere en belangrijkere El Caracol wil promoten. Hij wordt al een beetje geholpen door het lokale biermerk Belikum, dat de grote Tempel van de drie Bergen van deze Maya-stad als logo heeft.

 

 

Maar ja, hoe kom je er? El Caracol betekent Slakkenhuis en is zo genoemd naar de kronkelige toegangsweg van het complex. Dat verklaart een hoop. Veel gebouwen zijn bedekt met een groene laag mos. Maar dat maakt de Maya-stad, die in haar glorietijd 180.000 inwoners zou hebben gehad, alleen maar mooier en mysterieuzer. Moore wijst op de diverse stadskwartieren rond hun eigen pleinen waar de elite woonde, het imposante observatorium, de tempel van de maskers en de 42 meter hoge tempel Canna, die mede door de ligging op een plateau 500 meter boven zeespiegel een grandioos uitzicht biedt over de groene omgeving. Bovenop zouden drie tempels hebben gestaan. Vandaar de naam Tempel van de drie Bergen. Terwijl we ons in de hemel van de Maya-goden wanen, vliegt een koppeltje toekans luidruchtig voorbij.

Tikal

El Caracol en de Maya-stad Tikal waren concurrenten van elkaar en vochten de zogenaamde Sterrenoorlogen met elkaar uit. Omdat er nauwelijks oorlogstuig is gevonden, gaat men er vanuit dat het slechts ging om het onderling oplossen van conflicten. Tikal in Guatemala wordt beschouwd als de grootste en belangrijkste stad van de Maya’s. Er werd van 400 voor Chr. tot 1000 na Chr. aan gebouwd. Het wordt als publiekstrekker vergeleken met monumenten als Machu Picchu, Petra, de Taj Mahal, de Borobudur, Angkor Wat en de Chinese Muur. De meeste toeristen vliegen naar Flores aan het Peten Itza-meer. Vandaar is het ruim een uur rijden. Toen we het aantal toeristen zagen, schrokken we een beetje. Maar het complex is zo groot . Na een uitleg op het centrale plein waar de belangrijkste tempels en paleizen staan, verspreiden de bezoekers zich snel.

Een voordeel van het toeristische Tikal is dat er bij sommige tempels een houten trap is bijgebouwd die het makkelijk maakt omhoog te klimmen. Want ook hier is het uitzicht vanaf de hoge gebouwen ongekend. Niet alleen door de oneindig groene jungle, maar ook door de kleurrijke vogels, de brul- en slingerapen, en de neusberen. Naast de vele buitenlandse toeristen van Amerikanen tot Japanners komen er ook steeds meer afstammelingen van de Maya’s uit eigen land naar de ruïnesteden. In Guatemala stamt 60 procent van de bevolking af van de Maya’s en worden nog 24 verschillende Maya-talen gesproken. Noem ze NOOIT indianen want dan krijg je een boete voor discriminatie. ,,We leren op school veel te weinig over de oude Maya-cultuur. Maar we zijn erg geinteresseerd in ons eigen verleden”, vertelt een Maya-familie in Tikal.

Bange Amerikanen

Amerikanen zijn een beetje bang voor Guatemala. Ze gaan naar Tikal in de afgelegen provincie Petén en de wandelaar gaat misschien naar het nog noordelijk gelegen El Mirador, dat in principe alleen te voet bereikbaar is. Maar ze wagen zich niet in Guatemala-City, waar zich het Nationaal Museum voor Archeologie bevindt en Museum Miraflores op de plek middenin de stad waar zich vroeger de Maya-stad Kaminaljuyu bevond. Toch is ook het koloniale Guatemala de moeite waard en dan vooral de stad La Antigua met zijn kinderkopjes en huizen, gebouwen en kerken in Spaanse koloniale stijl. Ons verblijf in de Posada de Don Rodrigo met zijn weelderige tuin en zijn uitzicht op de vulkanen Agua (Water) en Fuego (Vuur) vormde een schitterende afsluiting van onze boeiende reis.

 

 

Reiswijzer

Wij vlogen met Delta Airlines via Atlanta. De binnenlandse vlucht tussen Guatemala-City en Flores was met Avianca. In beide landen is geld pinnen soms lastig. Neem Amerikaanse dollars mee in kleine coupures.1 euro is ca 2,20 Belize dollar en 7,32 Guatemalteekse quetzal. Tip: neem een kopie van je paspoort mee om het niet te hoeven afgeven.

Expositie

In het Drents Museum Assen, dat in 2008 opviel met een expositie over het Terracottaleger uit Xian, gaat op 28 februari een grote tentoonstelling open over de Maya’s. Op de tentoonstelling 'Maya’s - Heersers van het Regenwoud’ zullen tot en met 4 september spectaculaire stukken te zien zijn uit Tikal, uit het Nationaal Museum voor Archeologie in Guatemala-City en van de particuliere stichting La Ruta Maya. Sponsor van het museum SRC-reizen organiseert eind oktober een speciale Maya-reis. Info: src-reizen.nl/drentsmuseum of 050-3123123.