Nieuws/Binnenland
443601
Binnenland

Zilverlijn haalt eenzame weduwe Annet Pieters (78) uit isolement

’Als oud mens wil je niet hinderlijk zijn’

Hoe word je een eenzame oudere? Dat gebeurt vanzelf. Eerst gaat je man dood, dan krijgen de kinderen een drukke baan en vervolgens licht de klusjesman je op. En nu zit Annet Pieters (78) de hele dag alleen thuis. „Mijn zus en haar man heb ik al jaren niet meer gezien. Want de bushalte in het dorp is opgeheven.”

Hij was zo’n gezellige klusjesman. Even de kapotte kraan fiksen, nog een karweitje in de keuken, en dan een praatje bij een kopje koffie. Het ging al wel snel over zijn financiële ellende. Een enorme huurachterstand, en als dat niet snel werd opgelost stond hij met zijn drie bloedjes van kinderen letterlijk op straat…

Achttienhonderd euro leende Annet Pieters (78) hem. Ze schudt zelf het hoofd als ze eraan terugdenkt. Dom, dom, dom. Uiteindelijk kreeg ze na veel soebatten driehonderd euro terug. Daarna bleek de man met de noorderzon vertrokken en was zijn telefoonnummer veranderd. Volgens de politie moest ze het maar achter zich laten.

Maar haar vertrouwen in de mensheid was voorgoed aangetast. Wie pakt nou een bejaarde weduwe haar spaargeld af? „Of eigenlijk: het geld van mijn kinderen. Ik had ze alle drie vijfhonderd euro kunnen geven, dan waren ze heel blij geweest. Ik kon mezelf wel voor het hoofd slaan.”

Bijdehante tante

En dat terwijl Pieters altijd een bijdehante tante is geweest. Haar man Ton was journalist bij de toenmalige Leidsche Courant, en Annet werkte als freelancer voor die uitgave. Hoewel dat toen nog niet zo heette. Ze maakte ‘af en toe een stukje’, van modeshows, bijeenkomsten en evenementen. „We hadden een druk sociaal leven. Diners, theater, bioscoop. Drie kinderen ook nog erbij!” Een foto in de boekenkast toont een pittige vrouw met kort donker haar, mooie sieraden, in een strak topje. Mooie jaren, volle jaren, rijke jaren.

Maar toen kreeg Ton een herseninfarct, en nog één, en nog één. Hij kwam uiteindelijk in een verpleegtehuis terecht en Annet zocht hem zeven jaar lang bijna elke dag op. Ze zuchtte er weleens over tegen haar moeder, ook omdat Ton steeds verder wegglipte en haar nauwelijks meer herkende. Maar die zei: „Wees blij dat je hem nog hebt! Geen man meer hebben, dat is pas erg.”

Dat ontdekte ze in 1997, toen Ton overleed. „Ik ben er nooit aan gewend. Raar hè? Andere mensen gaan gewoon verder, maar ik mis Ton nog elke dag. Toen ik net na zijn overlijden televisie zat te kijken tastte ik soms met mijn hand naar de bank, naar de plek waar hij altijd zat. In de verwachting hem daar aan te treffen. Soms zei ik zelfs iets tegen hem, over een programma! Ben je nou gek aan het worden Annet, hield ik mezelf dan voor. Even normaal doen nu.”

„Ik besefte het allemaal wel goed hoor, te goed misschien wel. Dat er een einde was gekomen aan een heel bijzondere periode. We zijn bijna veertig jaar getrouwd geweest. Ik heb na zijn dood ook meteen al mijn avondjurken weggedaan. Dat zou er nooit meer van komen, realiseerde ik me. Een vriendin van me zei: ’Je moet er lekker op uit, dat is veel beter. Waarom ga je geen vrijwilligerswerk doen?’ Maar mijn hoofd was te vol van ellende om er nog iets anders bij te hebben.”

Oude kranten

Het huis ademt de sfeer van de jaren vijftig en zestig. Vitrages voor de ramen, vetplanten op de vensterbank, een houten piano. Een vierkante televisie naast een grote kast vol ooit gelezen boeken, nu rustend in vergeelde banden. In de gang, naast de rollator, nette stapeltjes oude kranten en tijdschriften.

Ze rommelde na het overlijden van Ton veel thuis rond, puzzelen en lezen, contact met de drie volwassen kinderen, soms weg naar vriendinnen met de bus. Een rijbewijs heeft ze nooit gehaald. „Mijn zus en haar man kwamen regelmatig langs, dat was gezellig. Maar toen werd de bushalte in het dorp opgeheven. Dat betekent dat je vanaf de andere halte ruim een kwartier moet lopen. Dat kunnen mijn zus en zwager niet, ze zijn in de tachtig. En hun auto hebben ze weggegaan. Nu bellen we regelmatig, maar ik heb ze al jaren niet meer gezien. Besefte zo’n busmaatschappij maar eens wat ze mensen aandeden.”

En dat geldt voor meer kennissen en vrienden. Allemaal een dagje ouder, allemaal gebreken, wat slechter ter been, geen auto meer. Samen weg of een keertje borrelen, sluipend langzaam wordt de frequentie minder en minder.

Wel komt de oudste dochter regelmatig langs: „Dan pakt ze al snel de stofzuiger, of ze gaat grasmaaien. Terwijl ik zeg: ga nou even zitten, bijpraten, gezellig! Altijd is ze hier in de weer, terwijl ze zelf ook nog eens een baan én twee puberkinderen heeft. Ze draait thuis twee tot drie wassen per dag, moet je nagaan. Ik zie aan haar dat het zwaar is allemaal, vaak heeft ze zo’n moe gezichtje.”

Haar twee andere kinderen ziet ze vooral tijdens verjaardagen en feestdagen. „Ik waak ervoor zo’n moeder te zijn die beslag legt op haar kinderen. Dat hoor je weleens, van die mensen die eisen dat hun kinderen er met kerst twee dagen lang zijn. Ik eis niks, ik bel ze ook niet. Dat wordt me soms verweten: waarom bel je ons niet eens als je je alleen voelt? Maar ik ben bang om ze te storen, ze zijn zo vreselijk druk. Terwijl ze mij altijd kunnen bellen, ik ben de hele dag thuis en heb niets omhanden. Dan laat ik die keus liever aan hen. Ik wil geen oude zeurmoeder worden, die een last is voor haar kinderen.”

En dus lost ze haar problemen zelf op. Zoals die keer toen er een bedrijf langs kwam om de goten te reinigen. Twee tientjes zou het kosten. Maar de ‘heren’ kwamen geschrokken van het dak af: wist mevrouw wel dat er allemaal latten loslaten? Levensgevaarlijk, als het zou gaan sneeuwen lagen alle pannen op straat! Ze zouden het wel even fiksen. Annet Pieters moest achthonderd euro afrekenen en besefte pas enige dagen later enorm opgelicht te zijn.

Oud vuil

„Wij ouderen zijn te goed van vertrouwen. We zijn blij als iemand aardig tegen ons is. Die klusjesman ook. Ik had hem in het begin nog een paar keer gebeld waar mijn geld bleef. Toen zei hij: weet je wat, ik kom zaterdag wel even je plafond schilderen! Dat leek me wel wat, en die ochtend heb ik in mijn eentje alle meubels verschoven, een helse klus. Hij kwam dus helemaal niet opdagen… Vreselijk, dat iemand je zo bedondert, als oud vuil behandelt. Het is nog niet eens het geld maar de deuk die in je zelfvertrouwen wordt geslagen. Kan ik mensen dan zo slecht inschatten?”

Soms heeft ze spijt dat ze nooit ‘aan de computer’ is gegaan. „Tien jaar geleden heb ik er nog weleens over nagedacht. Maar het leek me zo’n enorme toestand, en wat heb je er eigenlijk aan? Dat dacht ik toen. Maar nu hoor ik dat iedereen via de computer contact heeft. En bankieren wordt steeds moeilijker, het bankkantoor in het dorp is ook al weg.”

Druk

Annet Pieters is niet iemand die alleen maar over zichzelf praat; belangstellend informeert ze naar het bezoek en wil van alles weten. Sociaal en belezen, ook houdt ze de actualiteit bij, al gaat de televisie nooit voor zeven uur ’s avonds aan: „Voor je het weet zit je de hele dag op de bank te lezen.” Maar op de één of andere sluipende wijze, jarenlang onopgemerkt ook door haarzelf, is een sociaal netwerk verdwenen. „Natuurlijk spreek in de buren weleens! Even op straat, een praatje. Maar weet je wat het is tegenwoordig: iedereen is druk. Als oud mens wil je niet hinderlijk zijn.”

Soms praat Annet dagenlang met niemand, of alleen met de kassière van de supermarkt. Daar klaagt ze niet over; het is gewoon een feit. Sinds kort heeft ze een wekelijks lichtpuntje; iedere woensdagmorgen belt een vrijwilliger van de Zilverlijn, een nieuw initiatief van het Nationaal Ouderenfonds.

„Daar blijf ik letterlijk voor thuis. Eén keer was er iets misgegaan, toen belde er niemand, en ben ik voor de zekerheid ook die middag geen boodschappen gaan doen. Het is gewoon een gezellig kletspraatje van een kwartier. Soms krijg je dezelfde vrijwilliger, soms een andere. Ik wil niet alleen over mezelf praten en vraag ook hoe het met hen gaat. Ik onthoud wat ze vertellen, of ze kinderen hebben, een huisdier. Dan zeg ik de volgende keer: doe de groeten maar aan Flappie! Voor mij is het een lijntje met de maatschappij. Want hoe oud je ook bent, daar wil je nog gewoon bijhoren.”

Behoefte aan een praatje?

Een dagje ouder en ook weleens behoefte aan een gezellig praatje via de telefoon? Het Nationaal Ouderenfonds start woensdag 17 februari officieel met de Zilverlijn, een belservice bestaande uit vrijwilligers die wekelijks contact opnemen. Het project, tot nu toe een pilot, heeft bewezen op eenvoudige wijze heel effectief te zijn.

Tijdens de lancering in Den Haag zullen diverse politici onder wie Diederik Samsom (PvdA), Martin van Rijn (staatssecretaris VWS), Kees van der Staaij (SGP) en Emile Roemer (SP) het voortouw nemen om te bellen met ouderen. Het project wordt mede mogelijk gemaakt door de VriendenLoterij. Zilverlijn-coördinator Babs Bergs hoopt dat vele ouderen zich aanmelden van het telefoonnummer van de Zilverlijn, 0900-6080100: „Dit is een heel simpele en laagdrempelige manier om de eenzaamheid te lijf te gaan.”