Nieuws/Nieuws

Column Jeroen Jongeneel: Theorie

Door door Jeroen Jongeneel | Autovisie

AMSTERDAM - Leuk taalgrapje: het nieuwe theorie-examen blijkt in de praktijk veel te moeilijk. Althans, dat jeremiëren de (gezakte) kandidaten.

Tja, allereerst: ís er wel iets nieuws doorgevoerd? Wie het rijbewijs B wil halen, dient nog altijd in twee categorieën vragen te beantwoorden. Wat wel is veranderd, is de kans op afkijken. Voorheen zat men collectief in een grote zaal en kregen alle kandidaten dezelfde vragen. Vandaag de dag zitten de heren en dames (jongens en meisjes) in nisjes voor een beeldschermpje en krijgen ze stuk voor stuk een eigen setje opgaven voor de neus. Kijk: dát maakt het voor menigeen natuurlijk ook meteen een stuk lastiger. Want uit eigen ervaring weet ik dat spieken tot een hoogst edele kunst kan worden verheven.

Slaag jij nog voor je theorie-examen? Doe hier de test!

De slaagkans voor wat betreft het eerste deel van het theorie-examen is bovendien nog steeds erg groot. Van de vijfentwintig vragen die je op het gebied van 'gevaarherkenning' krijgt, hoef je er maar dertien goed te hebben. Twáálf fouten mag! Bijna de helft. Krijg je toch nog een voldoende. Kom daar op de middelbare school maar eens om, laat staan bij opleidingen op nog hoger niveau. De helft plus één goed betekent dan in de regel dat je dik bent gezakt.

De moeilijkheid blijkt echter vooral te zitten in de veertig vragen die daarna volgen. Driekwart daarvan betreft verkeersregeltjes, de rest gaat over verkeersinzicht. Van dat veertigtal mag je er maar vijf fout hebben. Kijk, dat is andere koek! Als je dan niet weet dat de lading bij een voertuig aan de achterkant maximaal een meter mag uitsteken, maar dat voor ondeelbare lading een maximum van vijf meter achter de achteras geldt, dan straal je.

Eigenlijk moeten we ons niet zo druk maken (ik doe dat ook zeker niet) over dat geklaag van lieden die er niet in slagen om een boekje met verkeersregels in hun hoofd te stampen. Ik zou me meer zorgen maken om de personen die het eerste deel van dat theorie-examen maar net, met de hakken over de sloot, wél hebben gehaald. Die dus maar dertien van die vijfentwintig vragen over 'gevaarherkenning' goed hadden.

Die vragen moeten namelijk worden beantwoord met 'remmen', 'gas loslaten' of 'niets doen'. Wie het laatste antwoord ten onrechte geeft, ziet dus geen gevaar. Wanneer je dat in twaalf van de vijfentwintig keer verkeerd hebt, mag je met wat geluk eventjes later tóch de weg op. Trouwens, iemand die op zijn rem gaat staan terwijl er niets aan de hand is, wil je liever ook niet tegenkomen.

Eigenlijk zou het aantal vragen dat je in die categorie goed moet beantwoorden drastisch moeten worden verhoogd. Niet meer minimaal dertien van de vijfentwintig, maar bijvoorbeeld twintig van de vijfentwintig. Dat is 80 procent, zo gek is dat toch niet? Wat zegt u? Je moet ze gewoon allemáál goed hebben? Ja, dat is ook een theorie.