Nieuws/Binnenland

COLUMN HARRY DEKKERS

De juiste manouvreersnelheid

Harry Dekkers is behalve commandant van de Zr. Ms. Urania ook fanatiek watersporter. Voor de lezers van de Vaarkrant geeft hij advies over de juiste manouvreersnelheid. 

,,Niet zelden zie ik motor en zeiljachten die met teveel of te weinig snelheid een manoeuvre uitvoeren. Daarnaast wordt vaak teveel motorvermogen gebruikt, teveel op de boegschroef vertrouwd en wordt het roer niet effectief gebruikt. Uit ervaring èn zeker ook uit schande heb ik inmiddels geleerd dat manoeuvreren niet alleen uitdagend en soms frusterend kan zijn maar zeker ook een zeer voldaan gevoel kan geven. Hierdoor is het ‘close quarter’ manoeuvreren inmiddels één van de leukere in plaats van de minder leuke onderdelen van het varen is geworden.

Theorie versus praktijk

Manoeuvreren wordt steeds makkelijker en leuker naarmate u er meer ervaring in krijgt. En toegegeven: iedere situatie is anders dus er is nooit sprake van sleur ...  gelukkig maar. Echter, er zijn enkele basis regels (theorieën) die het leven een stuk aangenamer maken. Eén van die theorieën wil ik hier graag met u delen. Het gaat om het reguleren van de snelheid van uw schip tijdens bijvoorbeeld het invaren van een box en het invaren en afmeren in een sluis. Het is hierbij belangrijk dat u de snelheid zo aanpast dat u enerzijds snel genoeg vaart om niet te worden ‘weggezet’ door de wind en anderzijds zo langzaam vaart dat u makkelijk kan stoppen en eventuele schade kan voorkomen.

De uitvoering

Varen zo snel als noodzakelijk en zo langzaam als mogelijk … dat is alles! Het klinkt kinderlijk eenvoudig en dat is het ook. Zowel bij het invaren en vervolgens afmeren in een sluis en het invaren en afmeren van een box kan deze ‘regel’ u veel profijt opleveren. Laten we eens meer in detail kijken naar het invaren van en afmeren in een sluis. Overigens doe ik dat bij voorbaat aan de kant waar de wind op staat (de ‘lage’ wal) en niet aan de kant waar de wind vanaf waait (de ‘hoge’ wal).

Roerdruk

Reden hiervoor is dat ik – als ik de meerlijn niet om een bolder kan krijgen ik er dan in ieder geval niet steeds verder vanaf waai en vervolgens naar de andere kant van de sluis verwaai. Dus: U vaart de sluis binnen, de wind komt in van stuurboord dus u bent voornemens om over bakboord af te meren. Dan is het van belang om de sluis zo snel in te varen dat de boeg zich door de wind niet vroegtijdig in de linker sluiswand ‘boort’. Dit kunt u voorkomen om de snelheid zo te reguleren dat u nog net voldoende roerdruk heeft om de invloed van de wind te corrigeren (u stuurt dus naar stuurboord).

Controle

Dan kan al snel neiging ontstaan om te snel de sluis in te varen want immers des te sneller u vaart des te kleiner is de invloed van de wind. Hier is het echter van belang om de snelheid toch zo laag mogelijk te houden. Reden is dat u hierdoor het schip makkelijker kan stoppen en – niet onbelangrijk – dat als u toch de controle over het schip zou verliezen, de schade beperkt blijft. Samengevat: U vaart zo snel als noodzakelijk (om bestuurbaar te blijven) maar ook zo langzaam als mogelijk (om afstoppen te vereenvoudigen en eventuele schade te beperken).

Oefenen, schade, schande en plezier!

Geloot u mij: het blijft een theorie maar werkt wel. En natuurlijk zijn er meer theorieën maar met deze ene komt u al een stuk verder. Het adagio ‘door schade en schande wijzer’ klopt nog steeds maar ik hoop dat de schade achterwege kan blijven en u door bewust oefenen steeds meer lol gaat krijgen in het manoeuvreren. Voor mij geldt nog steeds: het klooien met bootjes is één van de mooiste aspecten van de watersport. En sleur zal het nooit worden want u weet net als ik dat op het water geen twee manoeuvres gelijk zijn. Veel plezier!'