Nieuws/Binnenland

Praat mee

Mijn kinderen gaan naar de opvang. Zielig? Welnee!

Mijn kinderen gaan vier dagen naar de opvang: mijn kleine man van twee naar het kinderdagverblijf, onze grote zoon van vier naar de bso. Zielig? Welnee. Sterker: wij vinden de opvang een zegen voor onze kinderen én voor onszelf.

Zo. Het hoge woord is eruit. Pfff. De bovenste drie zinnen tikken, kost moeite. Niet omdat ik bij mijn werk steeds gestoord word door gillende kindertjes (vandaag zijn ze ook op de opvang), maar omdat ik in gedachten alvast anticipeer op de heersende opinies op social media.

De afgelopen jaren heb ik zo vaak gelezen dat moeders die hun kinderen meerdere dagen per week wegbrengen, geen goede moeders zijn. Hun kroost groeit op voor galg en rad (niemand voedt die arme kindertjes op!) en die moeders zijn enorme egoïsten (dan héb je kindertjes en dan breng je ze weg omdat je zonodig drie keer per jaar op vakantie moet).

Uit de kast

Misschien is het tijd dat ‘kinderopvanggrootverbruikers’ uit de kast komen. Zeker nu de Sociaal-Economische Raad (SER) een advies heeft uitgebracht aan minister Lodewijk Asscher, waarin staat dat alle gezinnen (ongeacht of de ouders werken of niet) recht zouden moeten hebben op zestien uur opvang per week, zodat alle kinderen zich vanaf de start van hun leventje gelijkwaardig kunnen ontwikkelen.

Op nieuws van deze strekking bestaat óók nogal een voorspelbare reactie: mogen kinderen dan geen kind meer zijn? Zullen we meteen maar overschakelen op een staatsopvoeding, zodat de ouders hun handen vrij hebben?

 

Wil je verder lezen en mee praten? Ga dan naar VROUW.nl.

Bekijk meer van