Nieuws/Binnenland

Helft mannen verzwijgt klachten en loopt ermee door

Schaamte gevaarlijk bij prostaatkanker

Utrecht - Bijna de helft van alle mannen ter wereld heeft een slot op de mond als het om hun prostaatproblemen gaat. Zo’n 47 procent zwijgt te lang over allerlei symptomen, zoals pijn, die wordt ervaren. Velen schamen zich voor hun ziekte.

Dat maakt wereldwijd onderzoek door de International Prostate Cancer Coalition (IPCC) duidelijk. Behalve ernstige of onverklaarbare pijn worden aanwijzingen voor serieuze prostaatellende, zoals moeite met lopen of traplopen, controleverlies van de blaas, ook slaapproblemen, massaal stilgehouden.

De ProstaatKankerstichting in Utrecht zegt dat deze uitkomsten volledig passen op de Nederlandse situatie. „De meeste prostaatkankers in Nederland worden te laat ontdekt, doordat patiënten te lang met klachten rondlopen die zij te lang voor zich houden.”

Uit dit grootste onderzoek in zijn soort naar gevorderde prostaatkanker blijkt dat 57 procent van de mannen hun dagelijkse pijn beschouwt als een feit waarmee zij moeten leren leven. Een op de drie patiënten (34 procent) vindt zichzelf ’zwak’ wanneer zij met derden hun problemen bespreken. Zij willen niet overkomen als ’een man die een klaagzang begint’. De studie strekte zich uit over Europa, de VS, Canada en Australië, evenals landen van de Azië/Pacific-regio (zoals China, Indonesië, Maleisië, Mexico, Thailand, Brunei, Chili).

In Nederland worden elk jaar een kleine tienduizend mannen door deze vorm van kanker getroffen; het jaarlijks sterftecijfer bedraagt circa 2500. Over het negeren van waarschuwingstekens bij deze vorm van kanker zegt voorzitter Kees van den Berg van de ProstaatKankerstichting: „Veel mannen hebben uitzaaiingen zonder één enkele klacht. Maar prostaatkanker is een sluipmoordenaar. Uit het onderzoek blijkt, triest genoeg, dat zo’n 30 procent van de mannen (bij wie de kanker al naar de botten was uitgezaaid) wel enige pijn had gedurende zeven maanden of langer… voordat de diagnose werd gesteld.”

Bij Van den Berg, nu 60 jaar, werd enige jaren geleden ook het begin van prostaatkanker ontdekt. Door een ’second opinion’, die hij pertinent wilde, kwam hij daarachter. „Ik heb gelukkig de ziekte overleefd omdat ik er vroeg bij was. De kanker is volledig weg. Maar voor veel van onze donateurs kwam de diagnose te laat.”

Uit de studie van de internationale prostaatcoalitie blijkt dat het taboe op deze vorm van kanker veelal ook cultureel bepaald is. Ruim een op de drie mannen (36 procent) in de EU en de Azië/Pacific-regio zegt het niet erg prettig te vinden met hun dokter te praten over hoe ze zich lichamelijk voelen. In de VS is die gêne minder groot: 12 procent heeft moeite met openhartigheid over de eigen klachten.

Al jaren wordt in Nederland gepraat over een grootschalig preventief onderzoek naar prostaatkanker onder mannen van 55 tot 59 jaar. Volgens de Erasmus Universiteit Rotterdam zouden met zo’n landelijke screening jaarlijks 300 levens kunnen worden gered, „mits 80 procent van de mannen daaraan meedoet”. De ProstaatKankerstichting vindt een breed landelijk onderzoek ongewenst. „Dat zou ertoe kunnen leiden dat heel veel mannen onnodig ongerust worden.”