Nieuws

De loonkloof neemt toe

Afgelopen woensdag publiceerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een onderzoek waaruit blijkt dat de salariskloof in Nederland tussen de top en de werkvloer de afgelopen vijf jaar is toegenomen. Topverdieners verdienen bruto bijna zes keer zoveel als de doorsnee werknemer en bij banken en verzekeraars is dat ongeveer twaalf keer. Dit groeiende verschil zien we niet alleen in Nederland, maar in alle westerse industrielanden en daar veel sterker dan hier.

Ons land kent bovendien een van de meest nivellerende belastingstelsels ter wereld, waardoor de netto loonkloof veel lager is, ongeveer drie keer. Het grootste verschil zien we bij multinationals. Daar verdienen bestuurders vaak al meer dan honderd keer het inkomen van een gemiddelde werknemer. De VS spant de kroon met captains of industry die meer dan 200 keer zoveel verdienen. Veel van deze grootverdieners zijn begin deze week afgereisd naar het Zwitserse Davos om tijdens het prestigieuze World Economic Forum met de wereldtop van het bedrijfsleven en andere (politieke) beleidsbepalers wereldproblemen te bespreken.

Volgens de internationale ontwikkelingsorganisatie Oxfam hoort daarbij ook de snel groeiende inkomens- en vermogensongelijkheid in de wereld. In een rapport berekent deze organisatie dat het vermogen van de rijkste 62 mensen van de wereld in 2015 even groot was als dat van de armste helft van de wereldbevolking. Oxfam hoopt dat de deelnemers in Davos hun invloed aanwenden om deze onvoorstelbare ontwikkeling aan te pakken en meent dat dit mogelijk is door extra belastingheffing op rijken en het aanpakken van belastingontwijking.

Illussie

Dit laatste lijkt een illusie. De praktijk leert dat regeringen niet staan te trappelen om de belastingschroef aan te draaien en er vaak juist alles aan doen om rijke mensen en multionals voor hun land te behouden. Zo werd vorig jaar de Amerikaanse staat Delaware uitgeroepen tot het beste belastingparadijs van de wereld. Alle grote multinationals hebben daar een vestiging en gaan er vanuit dat het mooie belastingklimaat geen gevaar loopt. Hoewel de regering van Barack Obama in OESO-verband samen met de EU de mondiale belastingontwijking wil bestrijden, komt daar weinig van terecht zolang de politieke meerderheid van de Republikeinen in Amerika effectieve maatregelen blokkeert.

Landen die met hoge tarieven voor topinkomens en vermogensbelastingen de ongelijkheid willen verminderen, boeken daarmee overigens geen succes. Een recent voorbeeld is Frankrijk. De rijkentaks van 75% voor iedereen die meer dan een miljoen euro per jaar verdient, ingevoerd in 2012, werd vorig jaar al niet meer toegepast. Deze belasting leidde tot een belastingvlucht van rijken en bedrijven naar andere landen en was per saldo schadelijk voor de Franse economie. Net als de meeste andere landen doen de Fransen nu weer mee met het lokken van rijken en bedrijven door aantrekkelijke fiscale regelingen en belastingverlagingen. Het meest succesvol is het VK, dat steeds meer bedrijven en start-ups weet te trekken. Delaware en Londen zijn dan ook blij met de Deense Eurocommissaris Margrethe Vestager voor Mededinging die internationale bedrijven de eurozone uitjaagt door fiscale faciliteiten terug te draaien. Deze aanpak is schadelijk voor de EU en werkt niet. Binnen de EU en het liefst wereldwijd moeten met het internationale bedrijfsleven bindende transparante afspraken worden gemaakt over hun belastingafdrachten.

Ongelijkheid en loonkloof nemen toe

Wereldwijd telt de VS verreweg de meeste superrijken met vermogens van meer dan $1 miljard. Volgens het Amerikaanse tijdschrift Forbes gaat het in meerderheid om succesvolle ondernemers die met niks zijn begonnen, zoals Bill Gates ( Microsoft) die volgens de Forbes lijst van 2015 met een vermogen van bijna $80 miljard de rijkste mens op deze aardbol is. Deze rijke ondernemers zijn een voorbeeld voor de vele tienduizenden Amerikaanse start-ups en scale-ups die in de VS jaarlijks goed zijn voor bijna 3 miljoen nieuwe banen. De afgelopen jaren zijn het vooral starters die zich richten op digitalisering van productieprocessen, het internet of things, big data, fintech, robots, drones en cybersecurity , maar ook op duurzame energie.

Deze technologisch revolutie is een topthema in Davos. In een speciaal rapport The Future of Job Employment, Skills and Workforce Strategy for the Fourth Industrial Revolution wordt becijferd dat er de komende vijf jaar wereldwijd door slimme software programma’s en robots in totaal zo’n 7,1 miljoen banen verloren gaan. In de wereld van economie 4.0 verdwijnen vooral administratieve functies in het middensegment.

Daartegenover staan maar ruim 2 miljoen nieuwe banen die gecreëerd worden door nieuwe technologie. Volgens experts neemt dit aantal later toe, maar de vraag is of het verlies volledig gecompenseerd wordt. Ook neemt overal het flexwerken toe. Voor veel landen, waaronder Nederland , heeft deze ontwikkeling ingrijpende gevolgen. Zonder nadere maatregelen zal in ons land de werkloosheid fors oplopen en worden onze stelsels voor sociale zekerheid en pensioenen onhoudbaar. Wereldwijd loopt het verschil tussen arm en rijk sterk op. Succesvolle ondernemers en werknemers met een goed betaalde baan in sterke bedrijfssectoren zijn de nieuwe rijken, werklozen en mensen met laagbetaalde banen behoren tot de ‘armen’.

Onderwijs

Kan deze sombere ontwikkeling worden voorkomen? Economische denktanks menen van niet. Wel zijn er maatregelen mogelijk voor een ‘zachte’ landing. Onderwijs speelt daarbij een cruciale rol. Op dit moment worden veel studerenden opgeleid voor functies en banen die binnen vijf jaar niet meer bestaan. Daarom moeten op alle niveaus lesprogramma’s snel worden aangepast aan de wereld van economie 4.0. Bij het werkgelegenheidsbeleid moeten kleine bedrijven en scale-ups centraal staan en het verdienvermogen van onze economie worden versterkt door hogere uitgaven voor (technologisch) onderzoek en ontwikkeling. De huidige wetgeving op het terrein van de arbeidsmarkt, de sociale zekerheid en pensioenen moet op de schop. Bij deze hervorming komen aan de orde een kortere werkweek, vaste arbeidscontracten met meer flexibiliteit, flexcontracten met meer rechtsbescherming en flexibele pensioenleeftijden tussen 60 en 70 jaar. Werk voor een nieuw kabinet.