Nieuws/Nieuws

Pensioen in de bv is vlees noch vis

Door Ariane Kleijwegt

Amsterdam - Het klinkt als een pensioenvoorziening maar is al jaren vooral een fiscaal conflict tussen ondernemers en de Belastingdienst. Hoe lang bestaat het pensioen in eigen beheer nog?

Staatssecretaris Wiebes van Financiën wil ervan af, en zijn voorganger Weekers wilde dat ook al. Maar goede voornemens zijn makkelijker uitgesproken dan uitgevoerd. Want nog steeds heeft Den Haag geen oplossing gevonden voor het pensioen in eigen beheer, waarmee ondernemers jarenlang een lucratieve aftrekpost creëerden zonder rekening te houden met de gevolgen voor later.

In tegenstelling tot werknemers zijn directeur-grootaandeelhouders (dga) niet verplicht om pensioen te sparen. Maar wie dat wel doet, mag het jaarlijks in te leggen bedrag aftrekken van de vennootschapsbelasting zonder dat daar activiteiten tegenover hoeven te staan. Het geld blijft in de bv en kan vrijelijk worden aangewend voor investeringen. Wie dat niet deed, was een dief van zijn eigen portemonnee, zo luidde jarenlang het advies van de boekhouder.

Het tarief van de vennootschapsbelasting was een stuk hoger dan nu en de rekenrente die de Belastingdienst hanteerde om de pensioenvoorziening te waarderen was met 4% een stuk lager dan de soms wel 6 à 7% aan rendement dat verzekeraars beloofden tegen de tijd dat de pensioenpot kon worden afgestoten.

Maar toen zowel de rente als het tarief van de vennootschapsbelasting begon te dalen draaiden de kaarten voor de dga en zijn pensioen in eigen beheer. Zeker nu voor een groot aantal van hen de pensioendatum in zicht komt, worden de problemen nijpend. Want veel dga’s beschikken helemaal niet over een pensioenpot: hun geld zit vast in de bv of in vastgoed. Laat staan dat ze rekening hebben gehouden met het fictieve rendement van jaarlijks 4% waarmee de pensioenvoorziening voor de fiscus moet zijn aangegroeid.

Net als bij werknemers die pensioen sparen, moet er echter eens worden afgerekend met de Belastingdienst. En dan zijn ondernemers opeens een stuk minder vrij om hun geld aan te wenden zoals zij dat wensen.

Onderdeel van het pensioen in eigen beheer is namelijk dat de dga’s als de tijd daar is zich wel gewoon moeten houden aan strikte pensioenregels.

Zo mogen ondernemers niet zomaar afstempelen op de aan hen zelf toegezegde pensioenuitkering. Daarover moeten zij namelijk inkomstenbelasting betalen.

De opgespaarde pensioenvoorziening, als die er überhaupt al is, is bovendien veel te laag vergeleken met de commerciële waarde. Geen verzekeraar die nog rendementen van 4% kan bieden. Waar de pensioenfondsen vanwege de lage rente inmiddels gedwongen veel meer pensioengeld in kas hebben, houdt de fiscus bij de dga’s stoïcijns vast aan 4%. Die logica is vanuit pensioenperspectief ver te zoeken, maar vanuit budgettair perspectief begrijpelijk. Ondernemers die meer opzij moeten zetten, betalen minder vennootschapsbelasting.

Zie hier hoe ver het pensioen in eigen beheer verwijderd is van wat de naam doet suggereren. Zelfs voor Den Haag is de regeling vooral een aftrekpost die het kabinet liever kwijt dan rijk is.