Nieuws/Binnenland
451661
Binnenland

Minister Asscher neemt geen nieuwe initiatieven

Geen hoop op akkoord met Marokko

Den Haag - De hoop dat hij alsnog op het allerlaatste moment tot een akkoord kan komen met Marokko over aanpassing van het verdrag dat de export van uitkeringen regelt, acht minister Asscher (Sociale Zaken) nihil. „Ik zal geen initiatief meer nemen”, zegt hij over zijn bereidheid met Marokko aan tafel te gaan.

Het kabinet wil de uitkeringen naar Marokko verlagen, maar Rabat ligt dwars. Mocht Marokko nog iets willen dan is het aan hen om over de brug te komen. Het zogeheten sociale zekerheidsverdrag - dat de export van uitkeringen regelt - gaat hij nu opzeggen. Aan opzegging kleven nadelen, benadrukt de PvdA-bewindsman. Bijvoorbeeld op het gebied van het controleren van fraude of vermogen van Nederlandse Marokkanen in Marokko. Maar de maat is vol. „Aanpassing is beter, maar als dat niet kan zeg ik niet ’nou laat maar zitten’.”

Deadline

Asscher denkt dat er niet meer dan een theoretische kans is dat er voor de keiharde deadline van 1 juli alsnog een overeenkomst komt met Marokko. Vorig jaar stonden de handtekeningen al onder een akkoord, maar tot uitwerking in wetten kwam het niet. Ineens kwamen de Marokkanen met nieuwe eisen op de proppen, tot verbijstering van Asscher. Zo wilde Rabat ineens dat Nederland ook uitkeringen zou exporteren naar de Westelijke Sahara, een betwist gebied. Een eis waar Nederland volgens internationale verdragen onmogelijk aan kan voldoen.

Kiertje

De minister is nu helemaal klaar met de Marokkanen, al wil hij de deur niet definitief in het slot gooien. „Ik heb op alle mogelijke manieren duidelijk gemaakt dat de deur op een kier staat, dus als zij alsnog willen praten over de deal die er lag en ook getekend was, dan kan dat. Maar ik ga nu wel door.” Dat betekent dat opzegging van het verdrag, per 1 januari 2017, in gang is gezet. De Tweede Kamer ging deze week akkoord en ook de Eerste Kamer zal binnenkort akkoord gaan. Door de opzegtermijn van een half jaar moet het voor 1 juli geregeld zijn.

Asscher: „Er was een fatsoenlijke afspraak tussen beide landen. Ik vind het heel jammer dat dat niet door kan gaan. Maar ik heb nu niks meer in m’n binnenzak zitten.”