Nieuws/Binnenland
452714
Binnenland

Canadese oostkust

Vriendelijk Nova Scotia

Waarom altijd maar naar de westkust van Canada? De oostkust heeft ook meer dan genoeg te bieden, ontdekte onze verslaggever. Weliswaar door de lange winters maar een paar zomermaanden per jaar, maar dan tref je in Nova Scotia schitterende natuur, sfeervolle dorpjes, vriendelijke inwoners en kreeft… heel veel kreeft.

„New Brunswick, zeg je? Nee, dan was je bij de 'herringchokers'." De dame van het autoverhuurbedrijf lacht er hard en vrolijk bij. „Welkom dan bij je eerste bezoek aan Nova Scotia! Ons noemen ze overigens de Bluenosers. Zo hebben we voor elke provincie wel een pestnaampje voor de inwoners. Maar goed, heel veel plezier hier."

Vriendelijk. Dat is wat als eerste naar voren komt na je eerste schreden in deze provincie aan de Canadese oostkust. Op het vliegveld, bij de autoverhuur, in het hotel in startplaats Halifax… allemaal even vriendelijk en belangstellend. Alsof ze allemaal dezelfde cursus hebben gedaan. Nova Scotia staat er om bekend horen we later van een local in een winkeltje. „Ik begroette een keer een toerist die net binnenkwam in de shop en die zei, gelukkig lachend, dat hem vanaf het parkeerterrein tot aan de winkel, toch wel twintig seconden, al vijf keer was gevraagd hoe het met hem ging!"

 

 

Halifax

Nova Friendliness dus, waar wij een rondrit van een week zullen maken en diverse highlights gaan bezoeken. Dat betekent in Canada eindeloos rijden langs en door schitterende natuur. Voor we en route gaan, duiken we eerst nog even snel Halifax in. Zoals elke havenstad - in dit geval doormidden gekliefd door een enorme baai waar veel grote zeeschepen vertoeven – is ook hier The Waterfront dé attractie. Dit oude gedeelte met historische havenpanden kent een veelheid aan restaurants, cafés, shops, musea en meer. Hier komen de ferry’s van de overkant van de baai aan, vertrekken alle sightseeing vaartochten en is er een kilometerslange ’boulevard’ aan leukigheid.

We besluiten de eerste etappe naar Glennville niet het land in te rijden, zoals voorgesteld door het verkeersbureau, maar de kustweg te nemen. Het kost wat meer tijd, maar Nova Scotia is een schiereiland omringd door de Atlantische Oceaan. Om optimaal te genieten van de natuur is dat, zo rijdend langs de kust met z’n talloze baaien en mondingen, bijna een must.

Keltische namen

We passeren Lawrencetown, hét surfmekka van Nova Scotia. Komen door dorpjes met schilderachtige namen als Head of Chezzetcook, Jeddore Oyster Pond, Ship Harbour, Mushaboom, Harrigan Cove, Ecum Secum... Keltische namen, die de claim bijna 400 jaar geleden van James I uit Engeland, door dit deel van de Atlantische Oceaan als het zijne te beschouwen en het tot Nieuw Schotland te dopen, prachtig weergeven.

 

 

In Spry Harbour zien we eindelijk een piepklein winkeltje. Jason verkoopt er wat hoogst noodzakelijke levensbehoeften, van toiletpapier tot chips en van tandenborstel tot een kopje koffie voor onderweg. Handig, want in de verre omtrek is er geen winkel te bekennen. Het is rustig. Iedereen is momenteel aan het vissen, legt Jason uit. „Dit is het kreeftenseizoen, zo net na de winter." Zelf vist hij niet, hij bestiert vanuit z’n kleine huisje langs de Scenic highway 7 z’n winkeltje. „Ik ben hier geboren en getogen, vind Nova Scotia fantastisch", glundert hij. We mogen ook nog eens van zijn privétoilet gebruik maken en verlaten Jason uiteindelijk met wat proviand en een flinke tip in de 'jar'.

Rallycoureur

De dorpjes zijn klein. De tweebaanswegen - je voelt je soms net een rallycoureur om alle gaten te ontwijken - leiden door nederzettinkjes van soms maar vier of vijf huizen. Prachtige witte houten kerkjes met begraafplaatsen met louter Schotse namen op de stenen, maken het plaatje af. Gehuchten waarvan de bewoners zich nog steeds als kolonisten moeten voelen. Hoe zou het hier zijn, vragen we ons af, in de lange winter met sneeuw tot aan de dakrand en de eerste winkel tientallen kilometers verderop...

Maar toch, het heeft iets idyllisch. Al was het alleen al omdat het zonder uitzondering houten huizen zijn. Op enorme lappen grond, want ruimte zat. Wel jammer dan weer dat er niks met die grond wordt gedaan. Geen mooi aangelegde tuinen of strakke gazons. Integendeel, als er geen schuur aan huis is wordt de lap grond gebruikt voor van alles; van kapotte auto’s tot oude huisraad, van boten – zo dicht bij de oceaan aan alle kanten heeft iedereen er een – tot enorme caravans en campers. Soms groter dan het huis zelf, om de vakanties in eigen land in door te brengen.

 

 

In de wat grotere dorpen of plaatsen tref je het ene na het andere seafood en lobster restaurant! Het is dé bron van inkomsten in deze streek en het grootste deel van de bevolking heeft er wat mee te maken. Als je ervan houdt is dit je mekka!

Op z'n Volendams

Als we Sherbrooke aanrijden blijkt dit een toeristentrekker van de eerste orde. Het oude deel van het dorp is afgesloten van verkeer en hier is het leven nog zoals het was een paar honderd jaar geleden. Met een smid, kleermaker, de onvermijdelijke fotograaf waar je jezelf op z’n Volendams in klederdracht kunt laten vastleggen en prachtige gerestaureerde houten huizen. Van de ruim 80 historische gebouwen zijn er 25 opengesteld voor publiek. Van 1 juni tot midden september lopen de acteurs er op z’n negentiende eeuws rond.

 

 

Aan het begin van dit dorp stoppen we voor de lunch bij Beanie’s Bistro. „We hebben een prachtige Italiaanse koffiemachine", zegt Barbara die ons bedient. Waarschijnlijk om ons Europeanen ervan te overtuigen dat zij – in tegenstelling tot de vaak gehoorde klacht over het slappe Noord-Amerikaanse bakkie leut - wél lekkere koffie schenken. Echtgenoot Max schuift desgevraagd aan. „Het is ons tweede seizoen hier sinds mijn pensionering. Ik kom eigenlijk uit Cape Breton. Ik ben muzikant, zanger en acteur en heb veel met de Keltische invloeden in onze provincie. Wist je dat Gaelic nog steeds wordt gesproken? In 1997 heb ik het Celtic Colors International Festival opgericht. Met name om jonge mensen in aanraking met die Keltische achtergrond en invloeden te brengen. Onze bistro is een gemeenschapszaakje, de locals komen hier. Die komen even lunchen, of een kopje koffie drinken."

Cape Breton

Max noemde het al, Cape Breton, ons volgende doel. Dit grote eiland ten noordoosten van het vasteland van Nova Scotia, is een groot natuurpark. In het Cape Breton Highlands National Park of Canada rijd je dan weer honderden meters hoog op schitterende wegen langs kliffen aan de ene kant en bossen aan de andere en dan weer op zeeniveau langs de oceaan. Het zijn heerlijke stuurmanswegen. Hier vind je huizen uit een folder: op de beste plekken met adembenemend uitzicht over de eindeloze zee. En wat een rust. Alsof het iedere dag zondag is.

Onze overnachtingsplek, Cabot Shores, is bijzonder. De 67-jarige eigenaar Paul blijkt aan Harvard te zijn afgestudeerd als psycholoog, verdiende zijn geld in de snelle wereld van de software, maar bestiert nu zijn boeddhistisch aandoende ’hotel’. Naast het grote huis met een aantal kamers en de gemeenschapsruimte annex restaurant is er een aantal yurds, een dome, een meditatiecabin, vier chalets, een paar boomhutten, een tipi en tal van kampeerplekken. „Uiteindelijk willen we hier een leercentrum opzetten, voor avontuur en connectie met de aarde”, zegt dr. Paul nogal zweverig. „Oh ja en Gert Jan Hageman, you know van restaurant De Kas, is een vriend van me. Hij heeft hier ook gelogeerd!”

 

 

Stuiterbal

Dr. Paul is een beetje een stuiterbal en door zijn aanstekelijke enthousiasme is het haast niet voor te stellen dat deze man nog niet zo lang geleden strak in het pak Amerika doorvloog om software aan de man te brengen en big bucks aan het verdienen was.

Als we eenmaal het park hebben verlaten en zijn overgestoken naar de volgende landtong, verandert het aanzien drastisch. Het is kaal, doet armoedig aan soms en het industriële Sydney oogt ook niet echt uitnodigend. Pas als we de volgende scenic route na veel omrijden vinden, begint het weer ergens op te lijken. Maar ook nu weer zijn we soms tientallen minuten lang de enige weggebruiker.

Fransen

Eenmaal in Louisbourg raak je direct in de ban van het gelijknamige fort. Een enorm bouwwerk, strategisch gelegen op de punt van Cape Breton met uitzicht op de Atlantische Oceaan. Geen schip kon hier ongezien aaankomen zonder te worden bestookt door de Fransen, aan wie het in 1713 bij de start van de bouw toebehoorde.

 

 

Rondlopend door de fortificatie raak je onder de indruk hoe goed bewaard het is gebleven. Acteurs bevolken ook hier de straten en de schitterende huizen en kazerne geven een prachtig beeld van hoe het er in die tijd aan toe moet zijn gegaan. Tot je er achter komt dat het hele fort vanaf 1961 is herbouwd om de simpele reden dat de Britten, die het twee keer eerder hadden veroverd in de jaren 1700, maar evenzovele keren na diverse verdragen hadden moeten teruggeven, de boel systematisch hebben gesloopt.

Tony River

Vlak voordat we weer richting vliegveld gaan om de terugreis te aanvaarden, rijden we in de ochtend langs Tony River. Het gehucht kent een piepkleine haven direct aan de oceaan en de kreeftenvissers komen net binnen. Schipper Fred van de Jacelyn E. laadt een paar bakken vol kreeft uit, waarvan de scharen door z’n twee matrozen al bij elkaar zijn gebonden. De bakken worden digitaal gewogen op de kade.

„We zijn sinds vier uur vanochtend bezig. Maar het was niet veel vandaag jammergenoeg”, vertelt de schipper duidelijk teleurgesteld. Oef... Vier bakken vol kreeft! Wat jammer dat onze trip er alweer opzit...

Reiswijzer

Wij reisden met GoCanada naar Nova Scotia, specialist in auto – en camperrondreizen in oost en west Canada. Voor meer informatie www.gocanada.nl of tel 035 750 32 25. We vlogen met Icelandair, zij hebben een vier keer per week een verbinding via Reykjavik naar Halifax. Info: www.icelandair.nl

Overnachtingen

Delta Barrington, Halifax (deltahotels.com/Hotels/Delta-Barrington). Keurig hotel, prima kamers.

Glenora Whiskey Distillery, Glenville (www.glenoradistillery.com). Oogt sjiek maar kent wat gedateerde kamers. Whiskey all over, die net als het diner overigens niet goedkoop is.

Cabot Shores, Indian Brooke (www.cabotshores.com). Bijzondere overnachtingsplek bij Dr. Paul, gewezen psycholoog en softwarebaas. Kamers en chalets, maar ook treehouses, yurts, tipi’s, een dome en tal van kampeerplekken aan de rivier die eindigt in de oceaan voor de deur.

Point of View Suites, Louisburg (www.louisbourgpointofview.com). Prachtige appartementen aan het water met zicht op het historische fort. Diner op je kamer met verse kreeft en krab!

Pictou Lodge Beach Resort (www.pictoulodge.com). Groot vakantiepark direct aan de oceaan.

 

 

Doen

Alexander Graham Bell woonde in Baddeck Bay en er is daar ook een museum.

Antigonish is een vriendelijk studentenstadje met een leuke hoofdstraat.

In Pictou vind je de Heritage Kay waar de eerste Schotse kolonisten aan land kwamen.

In Tamagouche vind je op zaterdag een Farmers market waar iedereen zelfgemaakte en zelfbereide spulletjes verkoopt. Bij de Jöst wijngaard enkele kilometers verderop kun je wijn proeven en kopen.

Shag Harbour is een klein vissersplaatsje dat bekend werd vanwege een vermeende neerstorting van een UFO in 1967. Ook zou er een schat begraven liggen van de piratenkapitein William Kidd.

Nova Scotia is bekend vanwege zijn getijden. Het grootste verschil tussen eb en vloed vind je in de Fundybaai bij Truro, namelijk 16 meter!

Chéticamp is een leuk dorpje, waar veel whalewtching trips vertrekken en kreeftenvissers resideren.

Surfen? Kijk o.a. op www.happydudes.ca

Rijden

Wij hebben delen van de Cabot Trail, Marconi Trail en Fleur-de-Lis Trail gereden. Let er wel op dat als je deze zogenaamde schilderachtige trails rijdt je soms urenlang geen shop of restaurant tegenkomt. Bij een general store kun je van alles krijgen, ook koffie en thee voor onderweg. En dan de potholes, de gaten in de weg. Na de lange en exreme winter die op de wegen een spoor van vernieling heeft achtergelaten, is het zaak de talrijke gaten en scheuren te vermijden. Ter behoud van je banden en de rest van je (huur)auto. Rij rustig.