453058
Binnenland

Steeds meer ouders doen beroep op Jeugdsportfonds

Sportend kind onbetaalbaar

AMSTERDAM - Een groeiend aantal Nederlanders kan sportclubs voor hun kinderen niet meer betalen. Afgelopen jaar moesten ruim 42.000 kinderen financieel worden geholpen om te kunnen sporten, bijna een kwart meer dan in 2014.

„De stijging ligt in lijn met eerdere jaren”, zegt Jeanette Jongejans van het Jeugdsportfonds, dat sportkansen voor kinderen van 4 tot 18 jaar die om financiële redenen geen lid kunnen worden van een sportvereniging, wil waarborgen.

Eén van de redenen is dat de contributies van sportclubs al drie jaar lang omhoogschieten. De clubs proberen het hoofd boven water te houden omdat ze geconfronteerd worden met stijgende lasten. „Huurverhogingen worden vaak doorberekend door gemeenten, die ook weer geconfronteerd worden met bezuinigingen”, zegt Dick Zeegers van de stichting Waarborgfonds Sports (SWS). Het fonds controleerde van 1300 verenigingen de jaarstukken. Zeegers vreest dat door de stijgingen minder mensen gaan sporten. „De betaalbaarheid van sport komt echt op de tocht te staan.”

Niet alleen in de jaarstukken is de kostenstijging te merken. Ook op de velden en tijdens ledenvergaderingen wordt over de financiële problematiek gesproken. Cristian Kamphuis, penningmeester van voetbalvereniging Achilles’12 in Hengelo, herkent het beeld en moest de contributie dit jaar verhogen.

Overheid

„Door de terugtrekkende overheid komen de lasten steeds meer op de schouders van de verenigingen terecht”, aldus de penningmeester. „Alleen al het afschaffen van de ecotaxsubsidie door het ministerie van Volksgezondheid Wetenschap en Sport (VWS) scheelt ons zo’n 4000 euro per jaar. Twee jaar geleden werd de gemeentelijke subsidie voor de ozb voor sportverenigingen al afgeschaft. Tel daarbij de verhoging van de huur van de velden en het doorbelasten van de kalk die de gemeente voor ons in petto heeft en we hebben het over ruim 10.000 euro per jaar”, voegt Kamphuis toe.

In 2013 stegen de kosten voor de sporters gemiddeld met drie procent, in 2014 met vier procent en in 2015 wederom met drie procent. Ook sportorganisatie NOC*NSF merkt dat de kosten bij veel clubs voor hoofdbrekens zorgen. „Vooral stijgende huurprijzen, gebrek aan sponsors en geringe of afnemende subsidies zijn grote zorgen”, aldus Erik Lenselink van NOC*NSF. „Gemiddeld steeg de contributie al en was er een afname van één procent op het aantal lidmaatschappen. Sport staat onderaan op bezuinigingslijstjes van huishoudens. Lagere inkomensgroepen zijn niet in staat de kosten van sport zelfstandig te dragen en dat is reden tot zorg.”

De stichting Waarborgfonds Sport constateert dat ’de rek er bij veel verenigingen uit is’. „In het verleden kon er – mede door subsidiebijdrages van de overheid – voor een relatief laag bedrag gesport worden bij een sportvereniging. De sportclubs waar tegen zeer lage tarieven wordt gesport worden steeds zeldzamer.”

Aan de verenigingen wordt door Zeegers geadviseerd om naast de sport meer activiteiten te ontplooien om de sportaccommodaties te benutten. „De accommodaties kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt voor een buitenschoolse opvang. Ook andere verenigingen kunnen gebruik gaan maken van bijvoorbeeld de sportkantine. Daarnaast kan het inzamelen van bijvoorbeeld plastic of vet extra inkomsten in kas brengen. Zo kun je de contributies lager houden.”