Nieuws
457353
Nieuws

Vrouwmagazine

Was vroeger alles echt beter?

Richting de 50 gaan, daar wordt een mens nostalgisch van. Vroeger was alles beter, denk je dan al snel. Terecht of niet? Redacteur Marjolein Hurkmans maakt de balans op.

Mijn jongste doet komend schooljaar eindexamen. Hij kan niet wachten om te beginnen aan een volwassen leven. De middelbare school wordt met liefde een gepasseerd station. Net als eerder voor zijn broer en zus, die konden ook niet wachten. En net als ooit voor mij.

Ik droomde van een studentenleven vol feesten en partijen, van een eigen woonruimte waar ik de muren kon schilderen in alle kleuren van de regenboog, van de ware liefde met wie ik samen meubeltjes en dekbedovertrekken kon uitzoeken en van de hele avond alleen maar koekjes eten in plaats van spinazie met kabeljauwfilet. De toekomst lonkte met lange fladderende wimpers. Al die dromen kwamen uit.

De feesten en partijen, die ervoor zorgden dat ik halverwege de maand blut was en moest leven op uiensoep. En dat ik mijn tentamens verknalde omdat niemand zei: “Zou je dat wel doen, tot vier uur in de ochtend? Je moet morgen om tien uur op school zijn…” De avonden met koekjes waardoor ik binnen een jaar 10 kilo zwaarder was. De eigen woonruimte waarvoor ik krom moest liggen - en nog steeds want kamerhuur werd hypotheek. En ook die liefde kwam en ging en kwam en ging weer. Ik huilde menig traan in mijn studentenkussentje en miste mijn moeder.

Niks te kiezen

Het leven voor ik mezelf als 'volwassen' bestempelde - wat was het heerlijk simpel. Mijn moeder werkte twee dagen in de week. Ze was altijd blij als ik uit school kwam, behalve die twee dagen in het jaar dat ze het op haar heupen kreeg en alle meubels in de tuin zette om 'grote schoonmaak' te houden.

Dan zei ze: “Nee he, is die school nu al uit?” Er waren twee tv-zenders en alleen op woensdag en zaterdag werden daarop kinderprogramma’s uitgezonden: Floris en Pippi, Flipper en Lassie. Op zaterdag aten we soep en pudding, en op zondag afhaalchinees. Meer smaken waren er niet op het gebied van kant-en-klaar. Je ging met een pannetje naar de Chinees en die schepte dat vol nasi. Niks plastic bakken en oneindig veel keuzemogelijkheden. Gewoon hup, in je eigen pan. Als je mazzel had en het was feest dan kreeg je er een plak ham en een spiegelei bij. En dan was er gewoon een vakantie per jaar.

Met de tent naar Spanje. Op school had niemand ADHD, ADD, asperger, dyslexie of welk ander moeilijk woord dan ook. Pietje was gewoon niet zo slim, want hij kon in de zesde klas nog niet lezen, en Ilonka moest elke dag een paar rondjes om het schoolplein rennen omdat ze zo druk was. De school was trouwens ook niet ‘wit’ of ‘zwart’. Natuurlijk wist ik wel dat Bahir, Jacinta en Szuzika elders geboren waren, maar daar stond ik niet bij stil. Want er was geen Geert Wilders om me dat in te wrijven. En er was niemand homo of lesbisch.

Ik ben in mijn hele schooltijd, die alles bij elkaar toch een jaar of twintig duurde, geen docent, geen medeleerling, helemaal niemand tegengekomen die verliefd was op iemand van hetzelfde geslacht. Als je verliefd was dan werd je geacht een lange adem te hebben. Je stopte een briefje in zijn jaszak en hij vroeg via via verkering.

Daar ging allemaal behoorlijk wat tijd overheen, want er waren geen smartphones of laptops. Er was geen Facebook en geen Whats-app. En doordat het lang duurde voordat het ‘aan’ was, duurde het ook lang voordat het weer ‘uit’ was. Ik heb echt minder vaak mijn hart gebroken dan mijn kinderen nu, van wie het liefdesleven dankzij social media in een stroomversnelling is geraakt.

Altijd bereikbaar

Goed, dit verhaal krijgt nu zo langzamerhand wel een heel hoog ‘langs het tuinpad van mijn vader’-gehalte. Tijd voor de keerzijde. Want ik hou dus niet van nasi. Echt helemaal niet. En spiegeleieren zijn ook niet zo mijn ding. Ik hou wel van sushi. En van roti en een Mexicaanse taco op zijn tijd.

Op mijn smartphone heb ik een app waarin alle restaurants zijn verzameld die in mijn woonplaats thuisbezorgen. Daar maak ik niet eens zo vaak gebruik van, want ik heb een abonnement bij een bedrijf dat iedere week een doos komt brengen met daarin de verse ingredienten voor vijf gezonde en gevarieerde maaltijden.

Ook iets wat bij deze tijd hoort. Soep en pudding staan nooit op het menu. En dat mijn moeder maar twee dagen werkte, was helemaal geen vrije keuze. Een getrouwde vrouw met kinderen deed gewoon niet aan een carriere. En dat was een gemiste kans voor het bedrijfsleven, want mijn moeder was slim en ijverig. Ze verzon prachtige verhalen. Als ze dezelfde kansen gehad had als ik, was ze een heel eind gekomen.

Ooit had ik een typemachine en als ik een tikfout maakte, begon ik opnieuw. Ik was dagen bezig met een verhaal. Daarna kwam de computer: een enorm gevaarte waar je allerlei codes in moest typen om überhaupt ergens aan te kunnen beginnen. Internet kwam pas een paar jaar later. Ook heel ingewikkeld: als je goed je best deed, kon je na een half uur van piep- en krasgeluiden een e-mail versturen.

Ik sleepte met een tas vol rommel, een enorme telefoon, een walkman met cassettebandjes, schrijfblok, bandrecorder, camera, agenda en een loeizware laptop om verhalen naar de redactie te sturen. Nu heb ik één smartphone. Typen, mailen, internetten, boeken lezen, bellen, fotograferen, opnemen – alles kan ermee. En ik ben altijd bereikbaar. Dat is dan wel weer minder. Was ik vroeger ‘op reportage’, dan was ik uren van de radar. Nu word ik in de auto overstelpt met irritante piepjes: “Stop, stop. Zoek een benzinepomp. Iemand heeft je nodig…”

Uit de kast

Terug naar mijn kinderen, voor wie déze tijd ooit nostalgie zal zijn. “Weet je nog dat mama vroeger pizza’s bestelde via de telefoon? Hoe gemakkelijk is het dat we nu alleen het woord pizza hoeven te denken en er dan een uit de lucht komt vallen?” Terug naar hun wens om hun jeugd achter zich te laten. Ik herinner me nog zo goed hun handjes in de mijne, kleverig van een raketje, na een dagje strand. Tegenwoordig vallen ze op de bank, vragen of er een fles wijn open is en gooien dan zo hun liefdesleven op de salontafel. “En toen zei hij dit, mam.

Wat denk je, vindt-ie me nu leuk of niet?” Ik kan me niet herinneren dat ik vroeger zo open was tegen mijn ouders. Met een te actief liefdesleven kregen meisjes destijds al gauw het stempel ‘jongensgek’ en zeiden ze vermanend dat je moest uitkijken dat je geen ‘afgelikte boterham’ werd. Ik vind al die verhalen net zo leuk en schattig als dat kleverige handje indertijd. Mijn oudste kwam op de middelbare school uit de kast. Daar had hij zelf moeite mee, de rest van zijn klas lag er geen nacht wakker van. Hij verloor geen vrienden, werd niet nagewezen.

Natuurlijk hebben er kinderen als mijn oudste bij mij op school gezeten  ze durfden er toen alleen niet voor uit te komen. Maar met 586.000 tv-zenders is anno 2014 niks meer raar of anders. Of je surft even op internet. De zuilen van de verzuiling zijn omver getrokken. Je mag zijn wie je bent. Meisjes schieten door het glazen plafond, jongens verven hun haar paars. De wereld is een dorp geworden. Dankzij social media hebben mijn kinderen vrienden in Barcelona en Washington en contact met hun tante in Tokio. Nee, vroeger was niet alles beter. Alleen maar beperkter. En daardoor misschien overzichtelijker, maar ook beduidend minder interessant.

Was vroeger alles echt beter? Praat mee!