466662
Binnenland

Controle op late effecten Hodgkin

AMSTERDAM - Zeker tienduizend patiënten die vormen van lymfeklierkanker hebben overleefd worden de komende twee jaar opgeroepen voor nader onderzoek naar eventuele late effecten van hun behandeling. Dat meldt het Amsterdamse kankerinstituut Antoni van Leeuwenhoek (AVL).

Het gaat om 7000 tot 8000 mensen bij wie de ziekte van Hodgkin ten minste vijf jaar geleden werd vastgesteld, alsmede 2000 à 3000 ex-patiënten met een vorm van non-Hodgkin, het ’diffuus grootcellig B-cellymfoom’.

De controles gaan plaatsvinden in speciale poliklinieken voor Hodgkin-’overlevers’. Een samenwerkingsverband van behandelaars en onderzoekers van Hodgkin-lymfomen, verenigd in het BETER-consortium, is op dit moment bezig circa vijftien poli’s voor 23 ziekenhuizen in het land op te zetten. De bedoeling is door screening late effecten eerder op te sporen en tijdig te kunnen behandelen. Wanneer ex-patiënten worden opgeroepen is nu nog niet duidelijk.

Overlevingskansen

Het Hodgkinlymfoom wordt in Nederland elk jaar bij circa 460 mensen vastgesteld, meestal op jonge leeftijd tussen 15 en 35 jaar. Steeds meer patiënten genezen evenwel van deze vorm van lymfeklierkanker. De 10-jaarsoverleving van ’Hodgkin’ ligt, afhankelijk van het stadium waarin de ziekte wordt ontdekt, inmiddels op ruim 80 procent. Late effecten blijven echter mogelijk; maanden tot zelfs jaren na de radiotherapie en/of chemotherapie, een miltverwijdering of stamceltransplantatie.

Hoewel de overlevingskansen van patiënten met Hodgkinlymfoom in de voorbije decennia sterk zijn verbeterd, blijft het volgens AVL-epidemioloog prof. dr. F.E. van Leeuwen belangrijk dat bij zowel radiotherapie als chemotherapie het risico op late complicaties wordt afgewogen tegen het risico van terugkeer van de ziekte. Late effecten van behandelingen zijn bijvoorbeeld nieuwe vormen van kanker, hart- en vaatproblemen, longziekten, milt-, schildklier- en/of nierschade en vermoeidheid.

Eerder wetenschappelijk onderzoek wees al uit dat patiënten met de genoemde vormen van lymfeklierkanker een verhoogde kans hebben om late complicaties te krijgen door hun behandeling, zoals een nieuwe vorm van kanker. ,,Om de kans op late neveneffecten te verkleinen, is de ’giftigheid’ van de behandeling wereldwijd aangepast en zijn veel patiënten vanaf de jaren negentig behandeld met minder uitgebreide bestraling en minder toxische chemotherapie”, stelt professor Van Leeuwen.

Van Leeuwen en lymfeklierkankerbehandelaar dr. B.M.P. Aleman melden over door hen verricht nieuw onderzoek dat patiënten die zijn behandeld tussen 1989 en 2000 ,,ondanks de aangepaste behandeling” nog steeds een verhoogd risico hebben op een nieuwe vorm van kanker.

Resultaten

De resultaten van hun studie zijn zojuist verschenen in het medische vaktijdschrift New England Journal of Medicine. Het is voor het eerst dat nu is onderzocht of het risico op een nieuwe vorm van kanker bij recenter behandelde Hodgkinlymfoom-patiënten is afgenomen in vergelijking met patiënten die tussen 1965 en 1988 zijn behandeld. Het onderzoek werd uitgevoerd bij 3900 patiënten.

Beide onderzoekers verwachten wel dat door verdere aanpassing van de behandeling patiënten die zijn behandeld ná 2000 ,,een minder grote kans hebben op het ontwikkelen van een nieuwe vorm van kanker”. Voor de huidige behandeling van Hodgkinlymfoom is bestraling minder vaak nodig. ,,Bovendien zijn de bestralingstechnieken verder verbeterd en is gebleken dat veelal volstaan kan worden met een beperkter bestralingsgebied en een lagere bestralingsdosis”, zo stellen de onderzoekers.