Nieuws/Binnenland
467138577
Binnenland

Westnijlvirus voor het eerst in Nederland aangetroffen

Het virus is aangetroffen in een grasmus.

Het virus is aangetroffen in een grasmus.

UTRECHT - In de regio Utrecht is een grasmus gevonden die besmet is met het westnijlvirus. Het is de eerste keer dat dit virus in Nederland is aangetroffen, maakte het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) bekend.

Het virus is aangetroffen in een grasmus.

Het virus is aangetroffen in een grasmus.

Het virus wordt overgebracht door muggen. Die raken geïnfecteerd doordat zij zich voeden op besmette vogels. Daarna verspreiden deze muggen het virus naar andere vogels en soms ook naar mensen en zoogdieren, zoals paarden, varkens, honden en katten.

Zo’n 80 procent van de mensen krijgt na infectie geen klachten, 20 procent krijgt milde symptomen zoals koorts en griepachtige klachten. „Slechts een zeer klein deel (1%) krijgt een ernstige ziekte zoals encefalitis of meningitis. Met deze ernstige ziektes is de kans op overlijden 4 tot 14%. Bij mensen van 70 jaar of ouder kan dit stijgen naar 15 tot 29%”, aldus het RIVM.

Het virus wordt ’onder normale omstandigheden’ niet van mens naar mens overgebracht, aldus het RIVM, enkel via bijvoorbeeld bloedtransplantatie.

Vogeltrek

Het westnijlvirus heeft zich de laatste tientallen jaren verspreid over grote delen van de wereld, waaronder Zuidoost- en Centraal-Europa en Duitsland.

De grasmus is een broedvogel. Grasmussen arriveren in april en vertrekken in de nazomer weer naar Afrika. Omdat de grasmus positief is getest in de zomer, is het volgens het RIVM zeer waarschijnlijk dat deze mus het virus in Nederland heeft opgelopen. Dezelfde vogel was in het voorjaar ook gevangen en negatief getest.

Vliegtuigen

Viroloog Ab Osterhaus noemde het virus in februari, toen het nieuwe coronavirus de kop opstak, nog als voorbeeld van hoe virussen zich verspreiden. „Binnen een dag kunnen we aan de andere kant van de wereld zijn, met een virus onder de leden. Niet alleen het transport van mensen, ook transport van dieren of dierlijke producten kan virussen overbrengen. Denk aan het westnijlvirus, dat rond de laatste eeuwwisseling – waarschijnlijk door muggen die in het ruim van een vliegtuig zaten – vanuit het Midden-Oosten naar Amerika is gebracht.”