Nieuws/Binnenland
468946
Binnenland

Rutte vroeg niet door over Teevendeal

Den Haag - Premier Rutte heeft niet doorgevraagd over details over de Teeven-deal en de huidige bewindslieden op Veiligheid en Justitie speelden als Kamerlid al een grote rol bij de afwikkeling van de omstreden zaak.

Deze feiten staat vermeld in een lange lijst antwoorden die minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie) aan de Kamer heeft gestuurd. Toenmalig staatssecretaris Teeven vertelde de premier op 4 maart dit jaar dat drugsbaron Cees H. een basisbedrag plus rente had gekregen, zonder specifieke bedragen daarbij te noemen. De nieuwsgierigheid van de premier bleek niet gewekt. „Dit gaf op dat moment geen aanleiding om daarover door te vragen”, valt in de antwoorden te lezen. Volgens Rutte was het namelijk „niet aan hem” om Teeven aan te spreken in zijn hoedanigheid als officier van justitie.

Gevaar

Morgen debatteert de Kamer over de Teeven-deal, de kwestie die al twee VVD-bewindslieden en de Kamervoorzitter van die partij de kop heeft gekost en waarvan het gevaar voor de VVD nog altijd niet is geweken. De oppositie zal zich vooral richten op de rol van Rutte. De premier vertelde de Kamer eerder dat hij een verslag met persoonlijke herinneringen van Teeven aan de deal niet met de Kamer kon delen. De commissie Oosting denkt daar anders over; het stuk was geen persoonlijk verslag en had geopenbaard kunnen worden. 

Rutte wijst nu naar topambtenaar Roes van Veiligheid en Justitie. Op grond van zijn toelichting heeft de premier het stuk geduid als een persoonlijke aantekening. Het stuk had verstrekt kunnen worden, erkent Rutte, maar alleen als er genoeg tijd was geweest om het document goed te beoordelen. En die tijd was er niet, stelt hij.

De premier heeft in de Kamer eerder ook de deal zelf verdedigd. In de antwoorden aan de Kamer, erkent het kabinet nu voorzichtig dat dit fout was. Over de harde conclusie van de commissie-Oosting die de deal onderzocht: „Die conclusie is door het kabinet aanvaard.”

Pijnlijk

Uiterst pijnlijk voor de huidige bewindslieden Van der Steur en zijn staatssecretaris Dijkhoff is dat zij moeten erkennen dat zij zich als Kamerlid hebben bemoeid met het dossier. In plaats van het controleren van de regering, adviseerden zij die.

Van der Steur en Dijkhoff adviseerden ook bij de reactie op de onthullingen van Nieuwsuur. In die reactie stond dat er bij niemand in het departement kennis was over wat er feitelijk over was gemaakt. Die kennis bleek in elk geval in een computersysteem op het departement te staan. De twee bewindspersonen adviseerden ook om het bedrag dat Nieuwsuur noemde uit de reactie te halen, om verwarring te voorkomen.

In de Kamer leeft al tijden de vraag waarom er geen alarmbellen afgingen toen Teeven tegenover een topambtenaar bijna het juiste overgemaakte bedrag noemde. Hij had het over 4,8 miljoen gulden. In werkelijkheid ging er 4,7 miljoen gulden aan in beslag gelegd vermogen weer terug naar drugsbaron H. Van der Steur benadrukt dat de toenmalige staatssecretaris het had over een bedrag waar in zijn herinnering geen beslag op was gelegd. De oppositie zal echter nog steeds vragen hebben over het feit dat er zo weinig is gedaan met de aanwijzing dat het overgeboekte bedrag veel hoger leek dan toenmalig minister Opstelten had beweerd. Volgens Van der Steur was er „onvoldoende duidelijkheid over deze bedragen en waren deze bedragen onvoldoende concreet om nader te onderzoeken.”