Nieuws/Binnenland
47067705
Binnenland

Rechtbank gaat verder dan OM

Half jaar cel voor doodrijden Zahra

Bloemen zijn opgehangen ter nagedachtenis aan Zahra Rajaei.

Bloemen zijn opgehangen ter nagedachtenis aan Zahra Rajaei.

AMSTERDAM - De straf voor beroepschauffeur Gerard van H. voor het doodrijden van fietsster Zahra Rajaei op de Rozengracht is zeer hoog uitgevallen. Het Openbaar Ministerie eiste 240 uur werkstraf en een jaar rijontzegging. De rechtbank ging veel verder: een half jaar celstraf en twee jaar rijontzegging.

Bloemen zijn opgehangen ter nagedachtenis aan Zahra Rajaei.

Bloemen zijn opgehangen ter nagedachtenis aan Zahra Rajaei.

Gerard van H. (46) hield het op een bedrijfsongeval. Als vrachtwagenchauffeur op een vijfasser sloeg hij rechtsaf, terwijl moeder en toparchitecte Zahra Rajaei (32) rechtdoor fietste richting de Dam. Hij raakte haar. Ze was op slag dood. De rechtbank vond het allerminst een ’ongeluk in een klein hoekje’ en oordeelt dat Van H. „aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend is geweest”.

Ontheffing

De Marnixstraat was op 23 april 2019 rond half 10 in verband met werkzaamheden uitsluitend toegankelijk voor bestemmingsverkeer, dat met ontheffing reed. Gerard van H. was er diezelfde morgen al voor de derde keer en in die week zelfs voor de tiende keer. Voor H. voelde het ritje al ’vertrouwd’.

Het ongeluk werd nauwkeurig onderzocht. „De rechtbank heeft geen aanleiding te twijfelen aan de betrouwbaarheid van het op objectieve gegevens gebaseerde onderzoek naar de zichtvelden. Uit technisch onderzoek door de politie blijkt dat de fietsster voor verdachte zichtbaar is geweest in de spiegels of met het camerasysteem.”

Trottoirspiegel

Uit H.’s eigen woorden tijdens de zitting bleek hij met andere zaken bezig te zijn. Links lag de trambaan en er stond een hekje in de weg. Obstakels, waardoor hij niet in zijn trottoirspiegel keek, juist het hulpmiddel waarin Zahra Rajaei te zien moet zijn geweest. De rechters: „Ook nam hij de bocht vloeiend met een relatief hoge snelheid. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij voor de aanrijding een groep fietsers voorbij liet gaan. Uit camerabeelden en gegevens van de verkeersregelinstallatie blijkt echter dat er voorafgaand en na het slachtoffer tien seconden geen andere fietsers reden.”

De rechtbank is stellig: „Gelet op het geheel van gedragingen, de aard en de ernst en de overige omstandigheden beschouwt de rechtbank het verkeersgedrag van verdachte als aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend.”