471651
Nieuws

Politieblog

Hoe een bijzondere trouwfoto zijn weg terugvond naar eigenaresse

Geld, een paspoort: hoe relatief die materiële zaken zijn, blijkt uit het aangrijpende relaas van Peter Timmer, hoofdagent in de noodhulp in Noord-Holland. Als hij bij een 80-jarige dame aanbelt die kort daarvoor werd beroofd, praat ze maar over één ding: de enige foto die ze nog had van haar en haar inmiddels overleden echtgenoot. Een trouwfoto...

"Al weken wordt het dorpje getroffen door een reeks van inbraken. De dader heeft het vooral voorzien op bejaardenwoningen en aanleunwoningen. Ondanks al onze inspanningen zijn steeds meer ouderen het slachtoffer. Ook deze dag krijgen we als noodhulp weer een melding van een inbraak.

Eenmaal bij het opgegeven adres doet een oude vrouw van over de 80 jaar de deur voor ons open. Bij binnenkomst ruiken we de vers gezette koffie en mogen we plaatsnemen aan de keukentafel. Onder het genot van koffie en Groningerkoek zetten we de aangifte op papier. Veel is er volgens mevrouw niet weggenomen. Alleen haar portemonnee, die op het kastje in de hal lag, is weg. ‘Wat zat er in de portemonnee?’, vraagt mijn collega. ‘Ongeveer 20 euro, pasjes van de winkel, mijn identiteitskaart…’

Dan valt ze even stil. Ik zie dat ze het moeilijk heeft. Na een slok koffie vervolgt ze. ‘Er zat ook nog een foto in. Dat was een trouwfoto van mij en mijn overleden man.’ Weer krijgt de vrouw het moeilijk. ‘Het is de enige foto nog die ik had van ons beiden. Hij is alweer 12 jaar geleden overleden, maar ik mis hem nog steeds, hoor. Hij werkte bij de gemeente.’ We krijgen het hele levensverhaal van haar en haar echtgenoot te horen. Ondanks dat er meer werk op ons wacht, blijven we tot de kan met koffie leeg is.

De volgende dag ga ik weer naar de vrouw voor een handtekening op de uitgewerkte aangifte. Ook deze keer begint ze weer over haar man en over de foto. Ik merk dat ze het fijn vindt wat aanspraak te hebben en neem ook nu rustig de tijd om haar verhalen aan te horen.

Ongeveer twee weken later lees ik in de rapportages dat collega’s een man op heterdaad hebben aangehouden tijdens een inbraak bij een oudere man. Ook zie ik dat de aangehouden man veel heeft verklaard over andere inbraken die hij gepleegd heeft. Aandachtig lees ik zijn verklaringen door.

Dan lees ik hoe hij ook bij een oude vrouw heeft ingebroken en daar een portemonnee uit de hal heeft gestolen. Hij vertelt precies hoe hij het gedaan heeft. Ook vertelt hij dat hij het geld uit de portemonnee heeft gehaald en de portemonnee heeft weggegooid, tussen de bomen door, het water in.

Omdat hij zo precies heeft verteld waar hij de portemonnee heeft weggegooid, waag ik een gok. Ik ga naar huis en haal het breedste en langste schepnet op dat ik heb. Ik wring me tussen de bomen door tot aan het water en begin met het net over de bodem te harken. Na ongeveer 5 keer harken is het al raak, een bruine leren portemonnee komt boven water. Vluchtig kijk ik er in en zie een oude foto van een man en vrouw op de mooiste dag van hun leven.

Snel rijd ik terug naar het bureau, waar ik de foto er voorzichtig uit haal. Hij is nog goed zichtbaar, alleen de randen zijn iets verkleurd. Zo nat als hij is, leg ik hem op de scanner. Met verschillende sterktes scan ik de foto en sla de bestanden op. Het resultaat valt me niet tegen. Kort hierna loop ik bij de plaatselijke computerzaak naar binnen om te vragen naar goed fotopapier. ‘Waar is het voor nodig?’, vraagt de verkoper. Ik leg hem de situatie uit. Even later komt de man aanlopen met een aantal papieren. ‘Alstublieft’, zegt hij. ‘Maak er wat moois van.’ Als ik wil betalen, wil hij er niets van weten. En bij het naar buiten gaan, roept hij mij na dat wanneer het niet lukt, ik de foto’s maar moet opsturen. Dan maakt hij er wel iets goeds van.

Ik loop nog even langs een winkel om een paar lijstjes te halen. In het politiebureau maak ik alles klaar en pak de lijstjes in. Wanneer ik de originele foto pak, zie ik dat hij inmiddels helemaal verkleurd is. Vaag zijn nog de contouren te zien van het pasgetrouwde stel. Ik stop de foto terug en ga richting de oude vrouw.

Weer aan de keukentafel leg ik de portemonnee voor de vrouw neer. Ze pakt hem op en haalt met een trillende hand de foto er uit. Voor ze kan reageren, zeg ik dat ik nog iets voor haar heb en geef haar een pakje. Verbaasd kijkt ze me aan, maar opent het pakje toch. Als ze naar de foto kijkt, zie ik weer tranen in haar ogen, nu echter van geluk. Ze staat op en loopt naar me toe. De kleine vrouw slaat haar armen om me heen en op elke wang krijg ik een dikke zoen. Dit moment geeft meer voldoening dan de hele veroordeling van de verdachte.

Bij het weggaan zegt ze nog even: ‘Als u nog een keer koffie wilt, kunt u die hier halen, agent.’ En ik ben inderdaad nog een aantal keren bij de vrouw langs geweest voor de koffie en de Groningerkoek. Tot de deur dicht bleef en bleek dat zij weer met haar man herenigd was."

Bron: Peter Timmer

Lees ook: