Nieuws/Binnenland

Slachtofferhulp eist verandering van de Wegenverkeerswet

’Straf moet recht doen aan leed’

— Roekeloos betekent in juridisch jargon iets totaal anders dan in gewoon Nederlands. Dat verschil met de letter van de wet zorgt ervoor dat verkeersdeelnemers die met drank op, rode stoplichten negerend een kind doodrijden er met een taakstraf vanaf kunnen komen. Dat moet veranderen, zegt het Fonds Slachtofferhulp.

Gerrit G., die in maart 2015 een vader en diens vijf weken oude baby aanreed onder invloed van alcohol, kreeg wel vier jaar cel voor het doodrijden van de baby.

Gerrit G., die in maart 2015 een vader en diens vijf weken oude baby aanreed onder invloed van alcohol, kreeg wel vier jaar cel voor het doodrijden van de baby.

Foto persbureau Meter

Gerrit G., die in maart 2015 een vader en diens vijf weken oude baby aanreed onder invloed van alcohol, kreeg wel vier jaar cel voor het doodrijden van de baby.

Gerrit G., die in maart 2015 een vader en diens vijf weken oude baby aanreed onder invloed van alcohol, kreeg wel vier jaar cel voor het doodrijden van de baby.

Foto persbureau Meter

Hij jakkerde met 126 kilometer per uur door de bebouwde kom van het Limburgse dorp Klimmen. Voor het eerst op een zware 1200 cc motor, en zonder rijbewijs. De sensatie die de snelheid hem gaf, ging met hem aan de haal. Hij passeerde de vluchtheuvel links, en zag te laat dat een auto voor hem linksaf sloeg. Met een snelheid van 111 km per uur boorde hij zich in de flank van het voertuig. De automobilist overleefde het ongeluk niet. Een passagier raakte zwaargewond.

Fataal

Was de motorrijder roekeloos? Ja, zou vrijwel iedere aanwezige in de rechtszaal zonder aarzeling antwoorden. Zo niet de rechter. Ondanks alle fouten die de man maakte, ondanks het fatale gevolg, oordeelde het hof in Den Bosch in 2014 dat de motorrijder niet roekeloos was geweest. Wél werd hij veroordeeld voor aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag, met een aanzienlijk lagere straf tot gevolg.

Gewoon Nederlands en juridisch jargon verschillen hemelsbreed van elkaar en nergens komt dat zo pijnlijk tot uiting als bij verkeerszaken. Bij verkeersongelukken met dodelijke afloop is doorgaans geen opzet in het spel. Tenzij een automobilist willens en wetens op iemand inrijdt, is er geen sprake van moord of doodslag. Wel kan sprake zijn van dood door schuld. Die is er in de strafwet in twee gradaties. Was er sprake van aanmerkelijke schuld, of van roekeloosheid: de zwaarste vorm van schuld?

Als sprake is van die zwaarste vorm van schuld, kan de straf worden verdubbeld van drie naar zes jaar. Alleen gebeurt dat hoogst zelden. Sterker nog, in de praktijk van de rechtbank worden roekeloze rijders vaak niet eens tot een gevangenisstraf veroordeeld. In negen van de tien gevallen wordt een taakstraf opgelegd en dat leidt tot woede.

Zo kreeg een rechter in Roermond een stoel naar het hoofd geslingerd. Dat gebeurde nadat een Poolse automobilist die in 2013 een opa, oma en kleindochtertje van twee jaar doodreed in Meijel, in eerste instantie een taakstraf kreeg van 120 uur en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van één jaar, met een proeftijd van twee jaar wegens gevaarlijk weggedrag. Pas in hoger beroep werd het een gevangenisstraf van 15 maanden.

Maar eerst terug naar die wettelijke term roekeloos, die dus in de praktijk zelden in een vonnis terecht komt. Oorzaak is dat de Hoge Raad de lat daarvoor hoog legt. Té hoog, concludeert onderzoekster Suzan van der Aa van Instituut Intervict van de Universiteit Tilburg. Intervict deed in opdracht van het Fonds Slachtofferhulp onderzoek naar de strafmaat bij verkeersdelicten.

Van der Aa: „De Hoge Raad vindt dat er slechts bij hoge uitzondering sprake kan zijn van roekeloosheid. Bij extreme misdragingen. Dat is anders dan de wetgever het ooit bedoeld heeft. Waarom? Het blijft speculeren. Ik denk dat de hoogste rechter nooit gelukkig is geweest met het concept roekeloosheid. Terwijl die hoogste gradatie van schuld juist is ingevoerd om tegemoet te komen aan de roep in de maatschappij om strenger te straffen in verkeerszaken. Maar het schiet z’n doel voorbij als rechters zelden oordelen dat daar sprake van is. De rechtspraak worstelt kennelijk met de huidige wetgeving.”

Ineke Sybesma van het Fonds Slachtofferhulp pleit voor een wetswijziging om een eind te maken aan die worsteling, en het daaruit voortvloeiende onbegrip in de samenleving. Net als in het strafrecht moet volgens haar in de Wegenverkeerswet een artikel worden opgenomen waarin het veroorzaken van gevaar expliciet strafbaar wordt gesteld.

Net zoals volgens het Wetboek van Strafrecht iemand strafbaar is als hij brand sticht, of een ontploffing of overstroming veroorzaakt, zou dat met het veroorzaken van verkeersongelukken moeten gebeuren. „Zo’n artikel ontbreekt nu. Het zou een eind kunnen maken aan de discussie over de mate waarin iemand schuld heeft, en de basis kunnen vormen voor zwaardere straffen die meer recht doen aan de ernst van de feiten.”

Sybesma zegt te zijn geschrokken van de bevindingen van Intervict. „De wetgever heeft een niet mis te verstane bedoeling gehad. Kennelijk zegt de Hoge Raad: ’Daar hebben wij geen boodschap aan.’ Dat dat zomaar kan zonder verantwoording af te leggen over de vraag waarom men een eigen koers vaart! Het lijkt op een democratisch tekort.”

Woede

Lagere rechters lijken ook in hun maag te zitten met de grenzen die de Hoge Raad trekt. Zij richten zich naar de uitspraken van de hoogste rechter en willen daarmee voorkomen dat hun uitspraak uiteindelijk wordt vernietigd. Maar tegelijkertijd worden zíj het eerst geconfronteerd met de woede en het onbegrip van de slachtoffers en nabestaanden. De stoel die de rechters in de zaak van de doodgereden grootouders en kleinkind in Roermond naar het hoofd kregen, is maar één van de voorbeelden. Ook Gerrit G. die in maart 2015 een vader en diens vijf weken oude baby aanreed onder invloed van alcohol, reed volgens de rechtbank in Zwolle tot verontwaardiging van de familie niet roekeloos. De man had gedronken en was al zeven keer eerder veroordeeld wegens rijden onder invloed. Na de aanrijding, die baby Milan het leven kostte, reed hij door. „Zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam”, vond de rechtbank. De aanwezigen hadden ongetwijfeld andere woorden in gedachten. Pleister op de wonde was dat Gerrit G. wel werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar.

Volgens Sybesma zijn de meeste slachtoffers weliswaar tevreden over de manier waarop ze worden bejegend tijdens de strafzaak en de aanloop er naartoe, maar wordt het gevoel dat ze worden erkend tenietgedaan door de uitkomsten van de huidige rechtspraktijk. „Dat heeft gevolgen voor het vertrouwen in het rechtssysteem.”

Afgezegd

De uitkomsten van het onderzoek van Intervict staan vandaag centraal tijdens een door Fonds Slachtofferhulp georganiseerde paneldiscussie met het Openbaar Ministerie, de advocatuur en de rechtspraak. Sybesma: „De Hoge Raad heeft helaas afgezegd.”