Nieuws/Binnenland

’Rechter straft te laag’

Gerrit G., die in maart 2015 een vader en diens vijf weken oude baby aanreed onder invloed van alcohol, kreeg wel vier jaar cel voor het doodrijden van de baby.

Gerrit G., die in maart 2015 een vader en diens vijf weken oude baby aanreed onder invloed van alcohol, kreeg wel vier jaar cel voor het doodrijden van de baby.

Foto persbureau Meter

DEN HAAG - Meer dan de helft (65%) van de slachtoffers van verkeersmisdrijven is ontevreden over de straf die de veroorzaker van het ongeluk krijgt van de rechter.

Gerrit G., die in maart 2015 een vader en diens vijf weken oude baby aanreed onder invloed van alcohol, kreeg wel vier jaar cel voor het doodrijden van de baby.

Gerrit G., die in maart 2015 een vader en diens vijf weken oude baby aanreed onder invloed van alcohol, kreeg wel vier jaar cel voor het doodrijden van de baby.

Foto persbureau Meter

67 procent van de ondervraagde slachtoffers vindt dat de straf niet past bij het leed dat hen is aangedaan, 57 procent zegt dat de straf niet bijdraagt aan hun emotioneel herstel. Bijna 60 procent vindt dat de opgelegde straf niet preventief werkt.

Dat blijkt uit een onderzoek dat Instituut Intervict van de Universiteit Tilburg uitvoerde in opdracht van het Fonds Slachtofferhulp. Het fonds pleit voor een wetswijziging die meer recht doet aan de ernst van de feiten. Volgens Ineke Sybesma moet er in de Wegenverkeerswet een artikel worden opgenomen waarin het veroorzaken van gevaar in het verkeer strafbaar wordt gesteld. Daardoor kan veel onvrede over de uitkomsten van verkeerszaken worden voorkomen.

De oorzaak van veel onbegrip en woede is de kwalificatie die rechters moeten geven aan het gedrag van iemand die schuldig is aan het veroorzaken van een ernstig ongeluk: was dat onvoorzichtig, aanmerkelijk onvoorzichtig, of roekeloos? Roekeloosheid is de zwaarste vorm van schuld, en kan leiden tot een twee keer zo hoge straf. In de praktijk gebeurt dat zelden.

Volgens de Hoge Raad kan slechts in uitzonderlijke gevallen sprake zijn van roekeloosheid. De hoogste rechter van ons land voert daarmee een veel strengere koers dan de wetgever ooit heeft bedoeld, concludeert Intervict. De wetgever voegde roekeloosheid juist toe aan de wettekst om tegemoet te komen aan de roep in de samenleving om verkeersmisdrijven strenger te straffen.

Volgens Sybesma heeft de huidige praktijk nadelige gevolgen voor het vertrouwen van slachtoffers in de rechtsstaat, en versterkt het het gevoel dat ze niet worden erkend.